9.2.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 37/24
Beroep ingesteld op 27 november 2007 — BP Aromatics/Commissie
(Zaak T-429/07)
(2008/C 37/37)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: BP Aromatics Ltd (Sunbury on Thames, Verenigd Koninkrijk) (vertegenwoordigers: A. Renshaw en G. Bushell, advocaten)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
de bestreden beschikking nietig te verklaren;
—
verweerster en al degenen die als interveniënten worden toegelaten, te verwijzen in de kosten, en
—
alle andere maatregelen vast te stellen die het Hof passend acht.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster vordert nietigverklaring van beschikking C(2007) 3202 def. van de Commissie van 10 juli 2007, waarbij de door de Portugese autoriteiten aangemelde staatssteun ten gunste van Artensa (Artenius) voor de bouw van een nieuwe fabriek voor de vervaardiging van chemische producten verenigbaar is verklaard met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 3, sub a, EG.
Ter ondersteuning van haar beroep stelt verzoekster dat de Commissie de artikelen 87 EG en 88 EG, de uitvoeringsbepalingen daarvan, bepaalde substantiële vormvoorwaarden en een aantal beginselen van gemeenschapsrecht heeft geschonden doordat zij:
—
de multisectorale kaderregeling van 2002 betreffende regionale steun voor grote investeringsprojecten (1), die een analyse op basis van de EER-markt en niet op basis van de wereldmarkt vereist, verkeerd heeft uitgelegd en toegepast;
—
een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt door te concluderen dat de relevante markt voor gezuiverd tereftalaatzuur de hele wereld omvat, terwijl zij volgens verzoekster beperkt is tot de EER;
—
een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt door te concluderen dat het relevante aandeel van de verkopen van Artensa minder dan 25 % zal bedragen, terwijl het in werkelijkheid op EER-niveau meer dan 25 % zal bedragen.
Indien de Commissie de EER-markt voor gezuiverd tereftalaatzuur grondig en naar behoren had onderzocht, had zij moeilijk kunnen vaststellen dat de steun verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, zodat zij de formele onderzoeksprocedure van artikel 88, lid 2, EG had moeten inleiden.
Het feit dat de Commissie tijdens haar voorafgaande onderzoek problemen had bij de beoordeling van de steun en dus de formele onderzoeksprocedure van artikel 88, lid 2, EG had moeten inleiden, wordt bevestigd door de lange tijd die is verstreken tussen de aanmelding van deze steun door de Portugese autoriteiten en de vaststelling van de bestreden beschikking.
Verder is verzoekster van mening dat haar procedurele rechten zijn geschonden doordat de Commissie geen formele onderzoeksprocedure in de zin van artikel 88, lid 2, EG heeft ingeleid.
Ten slotte heeft de Commissie volgens haar niet voldaan aan de krachtens artikel 253 EG op haar rustende motiveringsplicht.
(1) Mededeling van de Commissie — Multisectorale kaderregeling betreffende regionale steun voor grote investeringsprojecten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2002) 315) (PB 2002 C 70, blz. 8).
Full & Egal Universal Law Academy