26.1.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 22/49
Beroep ingesteld op 22 november 2007 — Ryanair/Commissie
(Zaak T-433/07)
(2008/C 22/93)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Ryanair Ltd (Dublin, Ierland) (vertegenwoordiger: E. Vahida, advocaat)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
overeenkomstig artikel 232 EG te verklaren dat de Commissie heeft nagelaten de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen na te komen door geen standpunt te bepalen over de klacht die verzoekster bij de Commissie heeft ingediend op 22 december 2006, gevolgd door een aanmaningsbrief van 2 augustus 2007;
—
de Commissie te verwijzen in alle kosten, met inbegrip van de kosten die verzoekster in de procedure heeft gemaakt, zelfs indien de Commissie na de instelling van het beroep handelt en het Gerecht het daarom niet langer noodzakelijk acht uitspraak te doen, of indien het Gerecht het beroep niet-ontvankelijk verklaart;
—
alle andere maatregelen te nemen die het Gerecht noodzakelijk acht.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster betoogt dat de Commissie nalatig is geweest door geen standpunt te bepalen, nadat zij overeenkomstig artikel 232 EG was uitgenodigd dit te doen op grond van de klacht die verzoekster op 22 december 2006 had ingediend, met betrekking tot onwettige steun die Griekenland heeft toegekend aan Olympic Airlines en Olympic Airways Services (hierna: „OA/OAS”) na een arbitrage-uitspraak van de hoogste Griekse arbitrage-instantie waarin de Griekse staat is gelast 563 miljoen EUR aan OA/OAS te betalen voor vermeend onbetaalde diensten en de kosten van de verplaatsing naar de nieuwe luchthaven van Athene.
Verzoekster voert aan dat het verschil tussen de in beschikking 2003/372/EG (1) van de Commissie bij benadering bepaalde bedragen die de Griekse staat OA/OAS verschuldigd was, en de schadevergoeding die OA/OAS was toegekend in de uitspraak van 20 december 2006, een voordeel in de zin van de regeling inzake staatssteun is dat aan de onderneming is verleend. De verlening van dat voordeel is toe te schrijven aan de Grieks staat, aangezien de arbitrage-instantie is opgetreden als een orgaan van de staat.
Verzoekster betoogt voorts dat de Commissie verplicht was om de ontvangen klacht zorgvuldig en onpartijdig te onderzoeken teneinde hetzij een beslissing te geven waarin werd verklaard dat de overheidsmaatregelen geen steun waren in de zin van artikel 87, lid 1, EG, dan wel dat deze maatregelen steun waren in de zin van die bepaling maar verenigbaar waren met de gemeenschappelijke markt op basis van artikel 87, leden 2 en 3, EG, hetzij de procedure van artikel 88, lid 2, EG in te leiden.
Verzoekster voert voorts aan dat de periode van zeven maanden tussen haar klacht en haar aanmaningsbrief onredelijk lang was en dat het stilzitten van de Commissie gedurende die periode een nalaten is in de zin van artikel 232 EG.
(1) Beschikking 2003/372/EG van de Commissie van 11 december 2002 betreffende door Griekenland aan Olympic Airways verleende steun (Kennisgeving geschied onder nr. C(2002) 4831) (PB L 132, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy