23.2.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 51/44
Beroep ingesteld op 7 december 2007 — YKK e.a./Commissie
(Zaak T-448/07)
(2008/C 51/83)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: YKK Corp. (Tokyo, Japan), YKK Holding Europe BV (Sneek, Nederland), YKK Stocko Fasteners GmbH (Wuppertal, Duitsland) (vertegenwoordigers: H. Kaneko en C. Vennemann, advocaten)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
de bestreden beschikking nietig te verklaren, voor zover zij elk van verzoeksters betreft;
—
bijgevolg, de geldboeten die aan elk van verzoeksters werden opgelegd in te trekken;
—
subsidiair, artikel 2 van de bestreden beschikking nietig te verklaren voor zover dit elk van verzoeksters betreft, of, ten minste, de geldboeten die aan elk van verzoeksters werden opgelegd in te trekken of te verminderen;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoeksters vorderen nietigverklaring van beschikking C(2007) 4257 def. van de Commissie van 19 september 2007 in de zaak COMP/E-1/39.168 — PO/Metalen en plastic fournituren: sluitingen, waarbij de Commissie heeft vastgesteld dat verzoeksters samen met andere ondernemingen artikel 81 EG hadden geschonden door:
—
gecoördineerde prijsverhogingen overeen te komen en vertrouwelijke informatie uit te wisselen over prijzen en het invoeren van prijsverhogingen binnen de „samenwerking tussen Basel, Wuppertal en Amsterdam”;
—
prijzen vast te stellen, prijsverhogingen te controleren en klanten toe te wijzen in een bilaterale samenwerking met Prym Fashion; en
—
prijsinformatie uit te wisselen, prijzen te bespreken en een methode overeen te komen om minimumprijzen vast te stellen in een trilaterale samenwerking met Coats en Prym.
Ter ondersteuning van hun beroep stellen verzoeksters dat de ter afschrikking op hen toegepaste vermenigvuldigingsfactor van 1.25 in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
Aangaande de „samenwerking tussen Basel, Wuppertal en Amsterdam” betogen verzoeksters dat de Commissie artikel 23, lid 2, van verordening 1/2003 (1), volgens hetwelk de aan een onderneming op te leggen geldboete niet groter mag zijn dan 10 % van de totale omzet in het voorafgaande boekjaar, met betrekking tot YKK Stocko Fasteners onjuist heeft toegepast. Bovendien is de ter afschrikking toegepaste verhoging met de factor 1.25 volgens verzoeksters niet gerechtvaardigd voor het tijdvak voorafgaand aan de verwerving van YKK Stocko Fasteners door YKK Holding Europe.
Wat de bilaterale samenwerking betreft tussen Prym Fashion en de verzoeksters YKK Stocko Fasteners en YKK Corp., stellen verzoeksters dat de Commissie ten onrechte heeft verondersteld dat deze een wereldwijde omvang had.
Met betrekking tot de trilaterale samenwerking tussen Coats, Prym en de verzoekster YKK Holding Europe, betogen verzoeksters:
—
dat de Commissie niet genoegzaam heeft bewezen dat de gesprekken over het harmoniseren van prijzen op de vijf ritssluitingbijeenkomsten in 1998 en 1999 een bij artikel 81 EG verboden overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging vormen;
—
dat wanneer de gesprekken op de vijf ritssluitingbijeenkomsten in 1998 en 1999 een schending van artikel 81 EG zouden vormen, verzoeksters voor hun medewerking met de Commissie een vermindering van geldboeten hadden moeten krijgen op grond van de clementieregeling van de Commissie;
—
dat deze gesprekken niet volstaan om te kunnen worden aangemerkt als een „zeer zware” inbreuk;
—
dat de door de Commissie opgelegde geldboete onevenredig is aan de aard van elke mogelijke inbreuk; en
—
dat de Commissie niet heeft onderzocht wat de weerslag van een dergelijke inbreuk op de EG-markt zou zijn.
(1) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy