8.3.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 64/46
Beroep ingesteld op 27 december 2007 — CB/Commissie
(Zaak T-491/07)
(2008/C 64/76)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Groupement des Cartes Bancaires (CB) GIE (Parijs, Frankrijk) (vertegenwoordigers: A. Georges, J. Ruiz Calzado, É. Barbier de La Serre, advocaten)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
nietigverklaring van de bestreden beschikking in haar geheel;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Met het onderhavige beroep vordert verzoekster nietigverklaring van beschikking C(2007) 5060 def. van de Commissie van 17 oktober 2007 inzake een procedure op grond van artikel 81 EG (zaak COMP/D1/38.606 — GROUPEMENT DES CARTES BANCAIRES „CB”) betreffende voor nieuwe leden geldende tariefmaatregelen voor toetreding tot de Groupement alsmede de zogenoemde regeling voor „ontwakende slapende leden” die geldt voor leden van de Groupement die sinds hun toetreding met betrekking tot bankkaarten geen aanzienlijke activiteit hebben ontwikkeld.
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster zes middelen aan.
Het eerste middel betreft schending van artikel 81 EG en van het gelijkheidsbeginsel, alsmede een ontoereikende motivering wegens gebreken in de door de Commissie toegepaste methode voor analyse van de maatregelen en de markten, doordat zij geen rekening heeft gehouden met een totaalvisie, met alle relevante gegevens, noch met de concrete context waarin zij zijn genomen en waarin zij uitwerking hebben.
In de tweede plaats stelt verzoekster schending van artikel 81, lid 1, EG doordat de Commissie bij het onderzoek van het voorwerp van de aangemelde maatregelen heeft gedwaald ten aanzien van het recht en de feiten en beoordelingsfouten heeft gemaakt. De Commissie is de verplichting tot onderzoek van het voorwerp van een beslissing van een vereniging van ondernemingen niet nagekomen en zij heeft niet aangetoond dat dit voorwerp de mededinging verstoort.
Verzoeksters derde middel betreft schending van artikel 81, lid 1, EG eveneens doordat de Commissie bij het onderzoek van de gevolgen van de aangemelde maatregelen heeft gedwaald ten aanzien van het recht en de feiten en beoordelingsfouten heeft gemaakt.
Subsidiair stelt verzoekster dat de Commissie artikel 81, lid 3, EG heeft geschonden bij het onderzoek of de vier voorwaarden waaraan moet zijn voldoen om voor een vrijstelling in aanmerking te komen, van toepassing zijn.
Verzoeksters vijfde middel betreft schending van het beginsel van behoorlijk bestuur doordat een aantal van haar argumenten in de bestreden beschikking onjuist zijn opgevat, zijn weggelaten en op tegenstrijdige wijze worden voorgesteld.
Het laatste middel betreft schending van het evenredigheidsbeginsel en van het rechtszekerheidsbeginsel.
Full & Egal Universal Law Academy