8.3.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 64/49
Beroep ingesteld op 18 december 2007 — Repsol YPF Lubricantes y especialidades e.a./Commissie
(Zaak T-496/07)
(2008/C 64/80)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partijen: Repsol YPF Lubricantes y especialidades, SA (Madrid, Spanje), Repsol Petróleo, SA (Madrid, Spanje), Repsol YPF, SA (Madrid, Spanje) (vertegenwoordigers: L. Ortiz Blanco, advocaat; J. Buendía Sierra, advocaat en M. Muñoz de Juan, advocaat)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
nietigverklaring van de beschikking voor zover daarbij:
—
Repsol Petróleo, S.A. hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de inbreuk;
—
de hoofdelijke aansprakelijkheid en de ketenaansprakelijkheid van Repsol YPF, S.A. wordt vastgesteld;
—
het vastgestelde basisbedrag in strijd met het evenredigheidsbeginsel is bepaald, omdat geen rekening is gehouden met de beperkte geografische omvang en economische waarde van de betrokken markt en ook niet met het bestaan van gevolgen voor de markt (of althans de geringe weerslag daarvan);
—
de mededeling inzake medewerking onjuist is toegepast, met name wat de aan Repsol toegekende procentuele verlaging van de geldboete betreft;
—
de verzwarende omstandigheid van de leidinggevende rol is toegepast;
—
verlaging van de aan Repsol opgelegde geldboete tot een passend bedrag door het Gerecht in zijn volle rechtsmacht;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Het beroep is gericht tegen beschikking C(2007) 4441 def. van de Commissie van 3 oktober 2007 in zaak COMP/38710 — Bitumen Spanje. Bij de bestreden beschikking heeft de Commissie vastgesteld dat verzoeksters, tezamen met andere ondernemingen, inbreuk hebben gemaakt op artikel 81 EG omdat zij in een bepaalde periode hebben deelgenomen aan een complex van overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen inzake de handel in penetratiebitumen, bestaande in marktverdelingsafspraken en prijscoördinatie. Voor die inbreuken heeft de Commissie verzoeksters wegens hoofdelijke aansprakelijkheid een geldboete opgelegd.
Ter onderbouwing van hun vorderingen stellen verzoeksters in de eerste plaats dat de feiten onjuist zijn beoordeeld en dat sprake is van een onjuiste rechtsopvatting omdat de moedermaatschappijen van Repsol YPF Lubricantes y especialidades, SA ten onrechte aansprakelijk zijn gesteld voor de inbreuk. In dat verband zijn verzoeksters van mening dat de ketenaansprakelijkheid in strijd is met de communautaire rechtspraak.
In de tweede plaats stellen verzoeksters dat de Commissie bij de berekening van het uitgangsbedrag het evenredigheidsbeginsel heeft geschonden.
In de derde plaats stellen verzoeksters een kennelijke beoordelingsfout of subsidiair, schending van de algemene beginselen van gewettigd vertrouwen, evenredigheid of gelijke behandeling omdat de procentuele verlaging van de geldboete in het kader van de mededeling inzake medewerking van 2002 (1) is vastgesteld.
Ten slotte stellen verzoeksters zich op het standpunt dat de Commissie een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt omdat zij de rol van aanvoerder van het kartel samen met een andere onderneming als verzwarende omstandigheid heeft aangemerkt.
(1) Mededeling van de Commissie betreffende immuniteit tegen geldboeten en vermindering van geldboeten in kartelzaken (PB 2002, C 45, blz. 3).
Full & Egal Universal Law Academy