BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Kamer voor hogere voorzieningen)
14 december 2007
Zaak T‑311/07 P
Bart Nijs
tegen
Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen
„Hogere voorziening – Openbare dienst – Ambtenaren – Voor hogere voorziening vatbare beslissing – Beschikking houdende verwijdering van bepaalde passages uit een memorie – Hogere voorziening kennelijk niet-ontvankelijk”
Betreft: Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (Tweede kamer) van 16 mei 2007, Nijs/Rekenkamer (F‑49/06, niet gepubliceerd in de Jurisprudentie), en strekkende tot vernietiging van die beschikking.
Beslissing: De hogere voorziening wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Nijs zal zijn eigen kosten dragen.
Samenvatting
Hogere voorziening – Beslissingen waartegen hogere voorziening kan worden ingesteld
(Statuut van het Hof van Justitie, bijlage I, art. 9; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht van eerste aanleg, art. 145)
Een hogere voorziening ingesteld tegen een beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken om bepaalde passages uit een memorie te schrappen moet krachtens artikel 145 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht van eerste aanleg kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard. Een dergelijke beschikking valt immers niet onder de categorieën beslissingen waartegen hogere voorziening kan worden ingesteld in de zin van artikel 9 van bijlage I bij het Statuut van het Hof.
(cf. punten 6‑10)
Full & Egal Universal Law Academy