21.3.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 69/10
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 29 januari 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Kammarrätten i Stockholm — Migrationsöverdomstolen — Zweden) — Migrationsverket/Edgar Petrosian, Nelli Petrosian, Svetlana Petrosian, David Petrosian, Maxime Petrosian
(Zaak C-19/08) (1)
(Asielrecht - Verordening (EG) nr. 343/2003 - Terugname door lidstaat van asielzoeker wiens verzoek is afgewezen en die zich bevindt in andere lidstaat, waar hij nieuw asielverzoek heeft ingediend - Aanvangstijdstip van termijn voor overdracht van asielzoeker - Overdrachtsprocedure waarin beroep met opschortende werking is ingesteld)
(2009/C 69/15)
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Kammarrätten i Stockholm — Migrationsöverdomstolen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Migrationsverket
Verwerende partijen: Edgar Petrosian, Nelli Petrosian, Svetlana Petrosian, David Petrosian, Maxime Petrosian
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Kammarrätten i Stockholm -Migrationsöverdomstolen (Zweden) — Uitlegging van artikel 20, lid 1, sub d, en 2, van verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 50, blz. 1) — Terugname door een lidstaat van een asielaanvrager die zich in een andere lidstaat bevindt en aldaar opnieuw een asielaanvraag heeft ingediend — Aanvang van termijn voor overdracht van asielaanvrager
Dictum
Artikel 20, lid 1, sub d, en lid 2, van verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend, moet aldus worden uitgelegd dat, wanneer de wettelijke regeling van de verzoekende lidstaat voorziet in opschortende werking van een beroep, de termijn voor tenuitvoerlegging van de overdracht niet reeds aanvangt met de voorlopige beslissing van de rechter om het in gang zetten van de overdrachtsprocedure op te schorten, maar pas met de beslissing van de rechter over de gegrondheid van de procedure, die aan het in gang zetten van de overdracht niet meer in de weg kan staan.
(1) PB C 64 van 8.3.2008.
Full & Egal Universal Law Academy