19.12.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 312/3
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 29 oktober 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Regeringsrätt — Zweden) — Skatteverket/AB SKF
(Zaak C-29/08) (1)
(Zesde btw-richtlijn - Artikelen 2, 4, 13, B, sub d, punt 5, en 17 - Richtlijn 2006/112/EG - Artikelen 2, 9, 135, lid 1, sub f, en 168 - Overdracht door moedermaatschappij van dochtermaatschappij en van deelneming in verbonden onderneming - Werkingssfeer van btw - Vrijstelling - Ten behoeve van aandelenoverdracht betrokken diensten - Aftrekbaarheid van btw)
2009/C 312/04
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Regeringsrätten
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Skatteverket
Verwerende partij: AB SKF
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Regeringsrätten — Uitlegging van de artikelen 2, 4, 13, B, sub d, punt 5, en 17 van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) en van de artikelen 2, 9, 135, lid 1, en 168 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Overdracht door een moedermaatschappij van haar dochteronderneming en van haar participatie in een andere onderneming met het oog op de herstructurering van haar groep — Aftrek van de btw die wordt betaald over de diensten die de moedermaatschappij voor de overdracht gebruikt
Dictum
1)
De artikelen 2, lid 1, en 4, leden 1 en 2, van de Zesde Richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/7/EG van de Raad van 10 april 1995, en de artikelen 2, lid 1, en 9, lid 1, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moeten aldus worden uitgelegd dat de overdracht door een moedermaatschappij van alle aandelen in een 100 %-dochtermaatschappij en van haar deelneming in een verbonden vennootschap die vroeger een 100 %-dochtermaatschappij was, waarvoor zij met belasting over de toegevoegde waarde belaste diensten verrichtte, een economische activiteit is die binnen de werkingssfeer van deze richtlijnen valt. Voor zover de aandelenoverdracht kan worden gelijkgesteld met de overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van een onderneming in de zin van artikel 5, lid 8, van de Zesde richtlijn (77/388), zoals gewijzigd bij richtlijn 95/7, of artikel 19, eerste alinea, van richtlijn 2006/112 en op voorwaarde dat de betrokken lidstaat gebruik heeft gemaakt van de door deze bepalingen geboden mogelijkheid, vormt deze handeling echter geen aan belasting over de toegevoegde waarde onderworpen economische activiteit.
2)
Een overdracht van aandelen als die in het hoofdgeding moet krachtens artikel 13, B, sub d, punt 5, van de Zesde richtlijn (77/388), zoals gewijzigd bij richtlijn 95/7, en artikel 135, lid 1, sub f, van richtlijn 2006/112 worden vrijgesteld van belasting over de toegevoegde waarde.
3)
Het recht op aftrek van voorbelasting over de diensten die zijn gebruikt ten behoeve van een aandelenoverdracht ontstaat krachtens artikel 17, leden 1 en 2, van de Zesde richtlijn (77/388), zoals gewijzigd bij richtlijn 95/7, en artikel 168 van richtlijn 2006/112 wanneer tussen de uitgaven voor de diensten in een eerder stadium en de economische activiteiten van de belastingplichtige in hun geheel een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat. Het staat aan de verwijzende rechter om met inachtneming van alle omstandigheden waarin de handelingen in het hoofdgeding hebben plaatsgevonden, na te gaan of de gedane uitgaven kunnen worden opgenomen in de prijs van de verkochte aandelen, dan wel of zij uitsluitend deel uitmaken van de bestanddelen van de prijs van handelingen die tot de economische activiteiten van de belastingplichtige behoren.
4)
Het antwoord op de vorige vragen wordt niet beïnvloed door de omstandigheid dat de aandelenoverdracht plaatsvindt door verschillende opeenvolgende handelingen.
(1) PB C 79 van 29.3.2008.
Full & Egal Universal Law Academy