7.11.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 267/15
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 3 september 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het VAT and Duties Tribunal, London — Verenigd Koninkrijk) — RCI Europe/Her Majesty’s Commissioners of Revenue and Customs
(Zaak C-37/08) (1)
(Zesde btw-richtlijn - Fiscaal aanknopingspunt - Diensten die betrekking hebben op onroerend goed - Diensten bestaande in vergemakkelijken van ruil van gebruiksrechten op voor vakantiedoeleinden bestemd onroerend goed door houders van die rechten)
2009/C 267/25
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
VAT and Duties Tribunal, London
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: RCI Europe
Verwerende partij: Her Majesty’s Commissioners of Revenue and Customs
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — VAT and Duties Tribunal, London — Uitlegging van artikelen 9, lid 2, sub a, en 26 van Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Vaststelling van plaats waar diensten fiscaal moeten worden geacht te zijn verricht — Diensten bestaande in vergemakkelijken van ruil van gebruiksrechten op voor vakantiedoeleinden bestemd onroerend goed door houders van genoemde rechten, die lid zijn van door belastingplichtige hiertoe opgerichte vereniging, met rechten van andere houders
Dictum
Artikel 9, lid 2, sub a, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd dat de plaats van diensten die worden verricht door een vereniging waarvan de activiteit bestaat in het organiseren van de ruil van rechten van gebruik in deeltijd van vakantiewoningen tussen haar leden, als tegenprestatie waarvoor deze vereniging van haar leden inschrijvingsgeld, jaarlijks lidmaatschapsgeld en een ruilvergoeding ontvangt, de plaats is waar het onroerend goed is gelegen met betrekking waartoe het betrokken lid het recht van gebruik in deeltijd houdt.
(1) PB C 92 van 12.04.2008.
Full & Egal Universal Law Academy