19.12.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 312/4
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 29 oktober 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal du travail te Esch-sur-Alzette — Luxemburg) — Virginie Pontin/T-Comalux SA
(Zaak C-63/08) (1)
(Sociale politiek - Bescherming van werkneemsters tijdens zwangerschap, na bevalling en tijdens lactatie op werk - Richtlijn 92/85/EEG - Artikelen 10 en 12 - Ontslagverbod van begin zwangerschap tot einde zwangerschapsverlof - Rechterlijke bescherming van door justitiabelen aan gemeenschapsrecht ontleende rechten - Gelijke behandeling mannen en vrouwen - Richtlijn 76/207/EEG - Artikel 2, lid 7, derde alinea - Ongunstiger behandeling van een vrouw in samenhang met zwangerschap of zwangerschapsverlof - Beperking openstaande rechtsmiddelen voor tijdens zwangerschap ontslagen vrouwen)
2009/C 312/05
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Tribunal du travail te Esch-sur-Alzette
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Virginie Pontin
Verwerende partij: T-Comalux SA
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal du travail te Esch-sur-Alzette — Uitlegging van de artikelen 10 en 12 van richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (PB L 348, blz. 1) en van artikel 2 van richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden (PB L 39, blz. 40) — Omvang van de rechterlijke bescherming van ontslagen zwangere werkneemster — Verenigbaarheid met voormelde richtlijnen van een nationale regeling waarbij korte termijnen van een week respectievelijk twee weken voor de instelling van de rechtsvordering van de ontslagen zwangere werkneemster worden gesteld en deze vordering wordt beperkt tot de handhaving of de wederopneming van de ontslagen werkneemster in de onderneming met uitsluiting van schadevergoeding
Dictum
1)
De artikelen 10 en 12 van richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (tiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG), moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen de wettelijke regeling van een lidstaat die voorziet in een specifieke beroepsprocedure inzake het ontslagverbod van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling of tijdens de lactatie zoals vermeld in voornoemd artikel 10, die wordt uitgevoerd volgens procedurevoorschriften die alleen voor dit beroep gelden, mits deze niet minder gunstig zijn dan diegene die gelden in vergelijkbare beroepsprocedures naar intern recht (gelijkwaardigheidsbeginsel) en niet zodanig zijn ingericht dat zij het praktisch onmogelijk maken om de aan het gemeenschapsrecht ontleende rechten uit te oefenen (doeltreffendheidsbeginsel). Een vervaltermijn van twee weken, zoals is ingesteld bij artikel L. 337-1, lid 1, vierde alinea, van de Luxemburgse Code du Travail, lijkt niet aan deze voorwaarde te voldoen, hetgeen echter door de verwijzende rechter moet worden nagegaan.
2)
Artikel 2 van richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002, gelezen in samenhang met artikel 3 van deze gewijzigde richtlijn 76/207, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen de wettelijke regeling van een lidstaat, zoals bepaald in artikel L. 337-1 van de Code du Travail, die specifiek is voor de in artikel 10 van richtlijn 92/85 neergelegde bescherming bij ontslag van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling of tijdens lactatie, die de zwangere werkneemster die is ontslagen tijdens haar zwangerschap, een rechtsvordering tot schadevergoeding ontzegt, terwijl deze wel openstaat voor iedere andere ontslagen werknemer, indien een dergelijke beperking van de beroepsmogelijkheden een minder gunstige behandeling vormt van een vrouw in samenhang met haar zwangerschap. Dit is in het bijzonder het geval indien de procedurevoorschriften inzake de enige vordering die openstaat voor dergelijke werkneemsters niet voldoen aan het beginsel van daadwerkelijke rechterlijke bescherming van de rechten die de justitiabelen aan het gemeenschapsrecht ontlenen, hetgeen door de verwijzende rechter moet worden nagegaan.
(1) PB C 93 van 12.4.2008.
Full & Egal Universal Law Academy