16.5.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 113/10
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 19 maart 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Unabhängige Finanzsenat, Außenstelle Graz — Oostenrijk) — Dachsberger & Söhne GmbH/Zollamt Salzburg, Erstattungen
(Zaak C-77/08) (1)
(Restitutie bij uitvoer - Gedifferentieerde restitutie - Tijdstip van indiening van aanvraag - Aangifte ten uitvoer - Ontbreken van bewijs dat formaliteiten voor invoer tot verbruik in land van bestemming zijn vervuld - Sanctie)
2009/C 113/19
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Unabhängiger Finanzsenat, Außenstelle Graz
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Dachsberger & Söhne GmbH
Verwerende partij: Zollamt Salzburg, Erstattungen
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Unabhängiger Finanzsenat, Außenstelle Graz — Uitlegging van artikel 11, lid 1, tweede alinea, tweede zin, van verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PB L 351, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2945/94 van de Commissie van 2 december 1994 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 3665/87 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten, wat de terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen en de toe te passen sancties betreft (PB L 310, blz. 57) — Begrip verzoek met betrekking tot gedifferentieerde gedeelte van uitvoerrestitutie — Oplegging van sanctie bij onjuiste opgave van land van bestemming in uitvoercertificaat
Dictum
Artikel 11, lid 1, van verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 495/97 van de Commissie van 18 maart 1997, moet aldus worden uitgelegd dat in het geval van een gedifferentieerde restitutie het gedifferentieerde gedeelte van de restitutie niet wordt gevraagd bij de indiening van het verzoek in de zin van artikel 47, lid 1, van verordening nr. 3665/87 of van het dossier voor de betaling van de restitutie in de zin van artikel 47, lid 2, van deze verordening, maar bij de overlegging van het in artikel 3, lid 5, van deze verordening bedoelde document. De opname in dit document van gegevens die tot een hogere dan de geldende restitutie kunnen leiden en die onjuist blijken, heeft derhalve, behoudens de gevallen waarin bij artikel 11, lid 1, derde en zevende alinea, van deze verordening is voorzien, de oplegging van de in dit artikel 11, lid 1, eerste en tweede alinea, bedoelde sanctie tot gevolg.
(1) PB C 128 van 24.5.2008.
Full & Egal Universal Law Academy