22.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 311/6
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 8 september 2011 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte suprema di cassazione — Italië) — Ministero dell’Economia e delle Finanze, Agenzia delle Entrate/Paint Graphos Soc. coop. arl (C-78/08), Adige Carni Soc. coop. arl, in liquidatie/Agenzia delle Entrate, Ministero dell’Economia e delle Finanze (C-79/08), en Ministero delle Finanze/Michele Franchetto (C-80/08)
(Gevoegde zaken C-78/08 tot en met C-80/08) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Ontvankelijkheid - Staatssteun - Aan coöperatieve vennootschappen toegekende belastingvoordelen - Kwalificatie als staatssteun in de zin van artikel 87 EG - Verenigbaarheid met gemeenschappelijke markt - Voorwaarden)
2011/C 311/06
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Corte suprema di cassazione
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Ministero dell’Economia e delle Finanze, Agenzia delle Entrate (C-78/08), Adige Carni Soc. coop. arl, in liquidatie (C-79/08), Ministero delle Finanze (C-80/08)
Verwerende partijen: Paint Graphos scarl, Agenzia delle Entrate, Ministero dell’Economia e delle Finanze (C-79/08), Michele Franchetto (C-80/08)
Voorwerp
Verzoeken om een prejudiciële beslissing — Corte suprema di cassazione — Uitlegging van de artikelen 81 EG, 87 EG en 88 EG, verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE) (PB L 207, blz. 1), en richtlijn 2003/72/EG van de Raad van 22 juli 2003 tot aanvulling van het statuut van een Europese coöperatieve vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers (PB L 207, blz. 25) — Begrip steunmaatregelen van de staten — Italiaanse wet waarbij belastingvoordelen worden toegekend aan landbouw-, productie- en werkcoöperaties
Dictum
Belastingvrijstellingen zoals die aan de orde in de hoofdgedingen, die worden toegekend aan productie- en arbeidscoöperaties krachtens een nationale regeling als die in artikel 11 van decreet nr. 601 van de president van de Republiek van 29 september 1973 inzake de regeling van belastingvoordelen, in de versie die gold van 1984 tot en met 1993, leveren slechts een „steunmaatregel” in de zin van artikel 87, lid 1, EG op voor zover aan alle voorwaarden voor toepassing van die bepaling is voldaan. In een situatie als die welke aanleiding heeft gegeven tot de gedingen die bij de verwijzende rechter aanhangig zijn, staat het aan hem om in het bijzonder na te gaan of de betrokken belastingvrijstellingen selectief zijn en of zij gerechtvaardigd worden door de aard of de algemene opzet van het nationale belastingstelsel waarvan zij onderdeel uitmaken, door met name te bepalen of de coöperatieve vennootschappen in de hoofdgedingen zich feitelijk in een vergelijkbare situatie bevinden als andere marktdeelnemers die zijn opgericht in de vorm van juridische entiteiten met een winstoogmerk en, indien dit inderdaad het geval is, of de gunstigere fiscale behandeling die aan genoemde coöperatieve vennootschappen is voorbehouden, inherent is aan de wezenlijke beginselen van het stelsel van belastingheffing dat in de betrokken lidstaat van toepassing is en voorts in overeenstemming is met de beginselen van coherentie en evenredigheid.
(1) PB C 116 van 9.5.2008.
Full & Egal Universal Law Academy