1.8.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 180/15
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 4 juni 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof — Duitsland) — Finanzamt Düsseldorf-Süd/SALIX Grundstücks-Vermietungsgesellschaft mbH & Co. Objekt Offenbach KG
(Zaak C-102/08) (1)
(Zesde btw-richtlijn - Artikel 4, lid 5, tweede en vierde alinea - Bevoegdheid van lidstaten om werkzaamheden van krachtens artikelen 13 of 28 van Zesde richtlijn vrijgestelde publiekrechtelijke lichamen als werkzaamheden van overheid te beschouwen - Wijze van uitoefening - Recht op aftrek - Concurrentievervalsing van enige betekenis)
2009/C 180/25
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Finanzamt Düsseldorf-Süd
Verwerende partij: SALIX Grundstücks-Vermietungsgesellschaft mbH & Co. Objekt Offenbach KG
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesfinanzhof — Uitlegging van artikel 4, lid 5, tweede en vierde alinea, en artikel 13 van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Kwalificatie als economische activiteit of als vermogensbeheer van de verhuur op lange termijn van kantoren en parkeerplaatsen door een publiekrechtelijk lichaam — Wijze van uitoefening van de bevoegdheid van de lidstaten om de werkzaamheden van de krachtens de artikelen 13 of 28 van richtlijn 77/388/EEG vrijgestelde publiekrechtelijke lichamen als werkzaamheden van de overheid te beschouwen
Dictum
1)
De lidstaten moeten een uitdrukkelijke wettelijke bepaling vaststellen om zich te kunnen beroepen op de mogelijkheid die in artikel 4, lid 5, vierde alinea, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, wordt geboden om bepaalde werkzaamheden van publiekrechtelijke lichamen die uit hoofde van de artikelen 13 of 28 van die richtlijn zijn vrijgesteld, te beschouwen als werkzaamheden van de overheid.
2)
Artikel 4, lid 5, tweede alinea, van de Zesde richtlijn (77/388) moet aldus worden uitgelegd dat publiekrechtelijke lichamen als belastingplichtig moeten worden beschouwd voor de werkzaamheden of handelingen die zij verrichten als overheid, niet alleen wanneer de omstandigheid dat zij niet belastingplichtig zijn uit hoofde van de eerste of de vierde alinea van die bepaling leidt tot concurrentievervalsing van enige betekenis ten nadele van hun particuliere concurrenten, maar ook wanneer dat leidt tot een dergelijke vervalsing in hun eigen nadeel.
(1) PB C 142 van 7.6.2008.
Full & Egal Universal Law Academy