1.8.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 180/16
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 4 juni 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Helleense Republiek
(Zaak C-109/08) (1)
(Niet-nakoming - Artikelen 28 EG, 43 EG en 49 EG - Richtlijn 98/34/EG - Normen en technische voorschriften - Nationale regeling die van toepassing is op elektrische, elektromechanische en elektronische spelen voor computers - Arrest van Hof houdende vaststelling van niet-nakoming - Niet-uitvoering - Artikel 228 EG - Geldelijke sancties)
2009/C 180/26
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: M. Patakia en M. Konstantinidis, gemachtigden)
Verwerende partij: Helleense Republiek (vertegenwoordigers: N. Dafniou, V. Karra en P. Mylonopoulos, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Niet-uitvoering van het arrest van het Hof van 26 oktober 2006 in zaak C-65/05 — Schending van de artikelen 28 EG, 43 EG en 49 EG en van artikel 8 van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PB L 204, blz. 37) — Nationale regeling inzake elektronische spelen voor computers — Verzoek tot oplegging van dwangsom
Dictum
1)
Door niet de artikelen 2, lid 1, en 3 van wet 3037/2002, houdende instelling van een algeheel verbod om elektrische, elektromechanische en elektronische spelen, daaronder begrepen computerspelen, te installeren en te exploiteren in openbare of privé-gelegenheden, met uitzondering van casino’s, op straffe van in de artikelen 4 en 5 van die wet voorziene strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sancties, te wijzigen in overeenstemming met de artikelen 28 EG, 43 EG en 49 EG alsmede artikel 8 van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, zoals gewijzigd bij richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998, heeft de Helleense Republiek niet alle maatregelen vastgesteld die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van 26 oktober 2006, Commissie/Griekenland (C-65/05), en is zij hierdoor de krachtens artikel 228 EG op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
De Helleense Republiek wordt veroordeeld om aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, op de rekening „Eigen middelen van de Europese Gemeenschap”, een dwangsom van 31 536 EUR te betalen per dag vertraging bij het vaststellen van de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan voornoemd arrest Commissie/Griekenland, te rekenen vanaf de uitspraak van het onderhavige arrest tot de uitvoering van voornoemd arrest Commissie/Griekenland.
3)
De Helleense Republiek wordt veroordeeld om aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, op de rekening „Eigen middelen van de Europese Gemeenschap”, een forfaitaire som van 3 miljoen EUR te betalen.
4)
De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 116 van 9.5.2008.
Full & Egal Universal Law Academy