4.7.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 153/12
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 30 april 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Bíróság — Hongarije) — Lidl Magyarország Kereskedelmi Bt/Nemzeti Hírközlési Hatóság Tanácsa
(Zaak C-132/08) (1)
(Vrij verkeer van goederen - Radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur - Wederzijdse erkenning van conformiteit - Niet-erkenning van verklaring van overeenstemming die is afgegeven door in andere lidstaat gevestigde producent)
2009/C 153/23
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Fővárosi Bíróság
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Lidl Magyarország Kereskedelmi Bt
Verwerende partij: Nemzeti Hírközlési Hatóság Tanácsa
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Fővárosi Bíróság — Uitlegging van artikel 30 EG, artikel 8 van richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (PB L 91, blz. 10), alsmede van de artikelen 2, sub e en f, 6, lid 1, en 8, lid 2, van richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (PB 2002 L 11, blz. 4) — Nationale regeling die de importeur van radioapparatuur die gebruik maakt van frequentiebanden waarvan het gebruik niet in de gehele Gemeenschap is geharmoniseerd, en van een CE-merkteken is voorzien, verplicht een overeenstemmingsverklaring naar nationaal recht af te geven, zelfs indien bij de betrokken apparatuur een overeenstemmingsverklaring is gevoegd die door de in een andere lidstaat gevestigde producent is opgesteld
Dictum
1)
De lidstaten kunnen op grond van richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit, een persoon die radioapparatuur op de markt brengt, niet verplichten een verklaring van overeenstemming af te geven, ook al heeft de producent van deze apparatuur, die in een andere lidstaat is gevestigd, dit product van het CE-merkteken voorzien en hiervoor een verklaring van overeenstemming opgesteld.
2)
Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid is niet van toepassing op de beoordeling van vragen die betrekking hebben op de verplichting van een persoon om een verklaring van overeenstemming voor radioapparatuur af te geven. Wat de bevoegdheid van de lidstaten betreft om op grond van richtlijn 2001/95 personen die radioapparatuur in de handel brengen andere verplichtingen op te leggen dan die tot afgifte van een verklaring van overeenstemming, dient te worden vastgesteld dat een persoon die een product in de handel brengt, slechts onder de in artikel 2, sub e, van deze richtlijn gestelde voorwaarden als de producent ervan en onder de in artikel 2, sub f, gestelde voorwaarden als de distributeur ervan kan worden beschouwd. Op de producent en de distributeur kunnen slechts die verplichtingen rusten die voor elk van hen in richtlijn 2001/95 zijn vastgelegd.
3)
Wanneer op communautair niveau een geharmoniseerde regeling voor een bepaalde materie is getroffen, moeten alle daarop betrekking hebbende nationale regelingen worden getoetst aan de bepalingen van deze harmonisatiemaatregel en niet aan de artikelen 28 EG en 30 EG. Op de onder richtlijn 1999/5 vallende gebieden moeten de lidstaten zich volledig naar de bepalingen van deze richtlijn voegen en mogen zij geen daarmee strijdige nationale bepalingen handhaven. Wanneer een lidstaat van oordeel is dat overeenstemming met een geharmoniseerde norm niet garandeert dat wordt voldaan aan de in richtlijn 1999/5 bedoelde essentiële eisen waarop deze norm betrekking heeft, moet deze lidstaat de procedure van artikel 5 van deze richtlijn volgen. Anderzijds kan een lidstaat ter ondersteuning van een beperking gronden aanvoeren die geen verband houden met het door richtlijn 1999/5 geharmoniseerde gebied. In dat geval kan hij zich slechts beroepen op de in artikel 30 EG omschreven gronden van algemeen belang of op dwingende vereisten van algemeen belang.
(1) PB C 183 van 19.7.2008.
Full & Egal Universal Law Academy