5.12.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 297/9
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 15 oktober 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Ítélőtábla — Hongarije) — Hochtief AG, Linde-Kca-Dresden GmbH/Közbeszerzések Tanácsa Közbeszerzési Döntőbizottság
(Zaak C-138/08) (1)
(Procedures voor plaatsen van overheidsopdrachten voor uitvoering van werken - Procedures aangevangen na inwerkingtreding van richtlijn 2004/18/EG en vóór verstrijken van termijn voor omzetting hiervan - Procedures van gunning via onderhandelingen met bekendmaking van uitnodiging tot inschrijving - Verplichting om minimumaantal geschikte gegadigden toe te laten - Verplichting om werkelijke mededinging te garanderen)
2009/C 297/06
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Fővárosi Ítélőtábla
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Hochtief AG, Linde-Kca-Dresden GmbH
Verwerende partij: Közbeszerzések Tanácsa Közbeszerzési Döntőbizottság
in tegenwoordigheid van: Budapest Főváros Önkormányzata
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Fővárosi Ítélőtábla — Uitlegging van artikel 22, leden 2 en 3, van richtlijn 93/37/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken (PB L 199, blz. 54), en van artikel 44, lid 3, van richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PB L 134, blz. 114) — Mogelijkheid om een procedure van gunning via onderhandelingen met bekendmaking van een uitnodiging tot inschrijving voort te zetten indien het aantal geschikte gegadigden ligt onder de benedengrens van het in de uitnodiging tot inschrijving vastgestelde minimum- en maximumaantal en kleiner is dan het daartoe in de vermelde richtlijnen vastgestelde minimumaantal
Dictum
1.
Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, is niet van toepassing op een beslissing die een aanbestedende dienst bij de plaatsing van een overheidsopdracht voor de uitvoering van werken heeft genomen vóór het verstrijken van de termijn voor omzetting van deze richtlijn.
2.
Artikel 22, lid 3, van richtlijn 93/37/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1997, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een opdracht wordt geplaatst volgens de procedure van gunning via onderhandelingen en het aantal geschikte gegadigden de voor de betrokken procedure vastgestelde benedengrens niet bereikt, de aanbestedende dienst de procedure toch kan voortzetten door de geschikte gegadigde(n) uit te nodigen om over de voorwaarden van die opdracht te onderhandelen.
3.
Richtlijn 93/37, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/52, moet aldus worden uitgelegd dat aan de verplichting om erop toe te zien dat een werkelijke mededinging wordt gewaarborgd, is voldaan, wanneer de aanbestedende dienst gebruikmaakt van de procedure van gunning via onderhandelingen onder de in artikel 7, lid 2, van genoemde richtlijn bedoelde voorwaarden.
(1) PB C 183 van 19.7.2008.
Full & Egal Universal Law Academy