28.8.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 234/4
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 1 juli 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof — Oostenrijk) — Susanne Gassmayr/Bundesminister für Wissenschaft und Forschung
(Zaak C-194/08) (1)
(Sociale politiek - Richtlijn 92/85/EEG - Tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van verbetering van veiligheid en gezondheid op werk van werkneemsters tijdens zwangerschap, na bevalling en tijdens lactatie - Artikelen 5, lid 3, en 11, punten 1 tot en met 3 - Rechtstreekse werking - Werkneemster die tijdens haar zwangerschap van arbeid wordt vrijgesteld - Werkneemster met zwangerschapsverlof - Recht op betaling van beschikbaarheidsdiensttoelage)
2010/C 234/06
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Susanne Gassmayr
Verwerende partij: Bundesminister für Wissenschaft und Forschung
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Verwaltungsgerichtshof — Uitlegging van artikel 11, punten 1, 2 en 3, van richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (PB L 348, blz. 1) — Rechtstreekse werking — Recht van een werkneemster gedurende de periode van een arbeidsverbod voor zwangere werkneemsters en/of gedurende het zwangerschaps-/bevallingsverlof op betaling van een niet-forfaitaire beloning voor het verrichten van diensten buiten de normale werkuren („beschikbaarheidsdiensttoelage”)
Dictum
1)
Artikel 11, punten 1 tot en met 3, van richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (tiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG), heeft rechtstreekse werking en roept ten gunste van particulieren rechten in het leven die dezen kunnen inroepen tegenover een lidstaat die deze richtlijn niet of op onjuiste wijze in nationaal recht heeft omgezet, en die de nationale rechter moet handhaven.
2)
Artikel 11, punt 1, van richtlijn 92/85 moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling niet in de weg staat aan een nationale regeling op grond waarvan een zwangere werkneemster die wegens haar zwangerschap tijdelijk van arbeid is vrijgesteld, recht heeft op een bezoldiging die overeenstemt met haar gemiddelde loon tijdens een referentieperiode vóór het begin van haar zwangerschap, met uitsluiting van de beschikbaarheidsdiensttoelage.
3)
Artikel 11, punten 2 en 3, van richtlijn 92/85 moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling niet in de weg staat aan een nationale regeling op grond waarvan een werkneemster met zwangerschapsverlof recht heeft op een bezoldiging die overeenstemt met haar gemiddelde loon tijdens een referentieperiode vóór het begin van dat verlof, met uitsluiting van de beschikbaarheidsdiensttoelage.
(1) PB C 197 van 02.08.2008.
Full & Egal Universal Law Academy