7.11.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 267/20
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 10 september 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend het Thüringer Oberlandesgericht — Duitsland) — Wasser- und Abwasserzweckverband Gotha und Landkreisgemeinden (WAZV Gotha)/Eurawasser Aufbereitungs- und Entsorgungsgesellschaft mbH
(Zaak C-206/08) (1)
(Procedures voor plaatsen van opdrachten in sectoren water en energievoorziening, vervoer en postdiensten - Openbare dienst van drinkwatervoorziening en behandeling van afvalwater - Concessieovereenkomst voor diensten - Begrip - Overdracht van aan exploitatie van betrokken dienst verbonden risico op opdrachtnemer)
2009/C 267/34
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Thüringer Oberlandesgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Wasser- und Abwasserzweckverband Gotha und Landkreisgemeinden (WAZV Gotha)
Verwerende partij: Eurawasser Aufbereitungs- und Entsorgungsgesellschaft mbH
In tegenwoordigheid van: Stadtwirtschaft Gotha GmbH, Wasserverband Lausitz Betriebsführungs GmbH (WAL),
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Thüringer Oberlandesgericht — Uitlegging van artikel 1, lid 2, sub a en d, en lid 3, sub b, van richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PB L 134, blz. 1) — Aanbesteding voor het verrichten, in de vorm van een concessieovereenkomst van openbare diensten, van openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het transport en de distributie van drinkwater en op het gebied van de afvoer en behandeling van afvalwater — Criteria voor onderscheid tussen overheidsopdracht voor het verrichten van diensten en concessieovereenkomst voor openbare diensten
Dictum
De omstandigheid dat de opdrachtnemer in het kader van een overeenkomst inzake het verrichten van diensten niet rechtstreeks door de aanbestedende dienst wordt vergoed, maar het recht heeft om vergoedingen van derden te innen, volstaat om deze overeenkomst aan te merken als „concessieovereenkomst voor diensten” in de zin van artikel 1, lid 3, sub b, van richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water en energievoorziening, vervoer en postdiensten, wanneer de opdrachtnemer het op de aanbestedende dienst rustende exploitatierisico in zijn geheel of althans voor een aanzienlijk deel op zich neemt, ook al is dit risico op grond van de wijze waarop de dienst publiekrechtelijk is georganiseerd, van meet aan zeer beperkt.
(1) PB C 247 van 27.9.2008.
Full & Egal Universal Law Academy