19.6.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 161/6
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 20 april 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale amministrativo regionale per la Lombardia — Italië) — Federutility, Assogas, Libarna Gas spa, Collino Commercio spa, Sadori gas spa, Egea Commerciale, E.On Vendita srl, Sorgenia spa/Autorità per l’energia elettrica e il gas
(Zaak C-265/08) (1)
(Richtlijn 2003/55/EG - Interne markt voor aardgas - Ingrijpen van overheid in prijs voor levering van aardgas na 1 juli 2007 - Openbaredienstverplichtingen van ondernemingen die actief zijn in gassector)
2010/C 161/07
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale amministrativo regionale per la Lombardia
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Federutility, Assogas, Libarna Gas spa, Collino Commercio spa, Sadori gas spa, Egea Commerciale, E.On Vendita srl, Sorgenia spa
Verwerende partij: Autorità per l’energia elettrica e il gas
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunale Amministrativo Regionale della Lombardia — Uitlegging van artikel 3, lid 2, en artikel 23 van richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van richtlijn 98/30/EG (PB L 176, blz. 57) — Nationale regeling waarbij de prijzen voor de levering van aardgas aan particuliere afnemers worden vastgesteld
Dictum
De artikelen 3, lid 2, en 23, lid 1, van richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van richtlijn 98/30/EG, verzetten zich niet tegen een nationale regeling zoals die in het hoofdgeding, op grond waarvan na 1 juli 2007 het prijsniveau voor de levering van aardgas kan worden bepaald door de vaststelling van „referentieprijzen” zoals die in het hoofdgeding, op voorwaarde dat deze interventie:
—
een algemeen economisch belang nastreeft dat erin bestaat dat de prijs voor de levering van aardgas aan de eindafnemer op een redelijk niveau wordt gehandhaafd, gelet op het feit dat de lidstaten, rekening houdend met de situatie van de aardgassector, de door richtlijn 2003/55 beoogde doelstellingen van liberalisering en van noodzakelijke bescherming van de eindafnemer met elkaar dienen te verzoenen;
—
na 1 juli 2007 de vrije totstandkoming van de prijs voor de levering van aardgas slechts belemmert voor zover dit voor de verwezenlijking van een dergelijke doelstelling van algemeen economisch belang noodzakelijk is en dus slechts gedurende een noodzakelijkerwijs beperkte periode, en
—
duidelijk wordt gedefinieerd, transparant, niet-discriminerend en controleerbaar is en de gelijke toegang van de aardgasbedrijven van de Europese Unie tot de consument waarborgt.
(1) PB C 236 van 13.9.2008.
Full & Egal Universal Law Academy