7.11.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 267/21
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 10 september 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Helleense Republiek
(Zaak C-286/08) (1)
(Niet-nakoming - Milieu - Richtlijnen 2006/12/EG en 91/689/EEG - Gevaarlijke afvalstoffen - Verplichting om plan voor beheer van gevaarlijke afvalstoffen op te stellen en goed te keuren - Verplichting om geïntegreerd en toereikend net van verwijderingsinstallaties voor gevaarlijke afvalstoffen op te zetten - Richtlijn 1999/31/EG - Storten van afvalstoffen - Verwijdering van gevaarlijke stoffen)
2009/C 267/36
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: M. Patakia en J.-B. Laignelot, gemachtigden)
Verwerende partij: Helleense Republiek (vertegenwoordiger: E. Skandalou, gemachtigde)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van de artikelen 1, lid 2, en 6 van richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB L 377, blz. 20) en van de artikelen 5, leden 1 en 2, 7, leden 1 en 4, en 8 van richtlijn 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen (PB L 114, blz. 9), [voorheen richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991] — Schending van de artikelen 3, lid 1, 6 tot en met 9, 13 en 14 van richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 182, blz. 1) — Verzuim om een plan voor het beheer van gevaarlijke afvalstoffen op te stellen dat aan de vereisten van de gemeenschapswetgeving voldoet, en om een geïntegreerd en toereikend net van verwijderingsinstallaties voor gevaarlijke afvalstoffen op te zetten — Niet-nakoming van de verplichtingen wat het beheer en het storten van afvalstoffen betreft
Dictum
1)
Door niet binnen een redelijke termijn een plan voor het beheer van gevaarlijke afvalstoffen op te stellen en goed te keuren dat voldoet aan de vereisten van de toepasselijke gemeenschapsregeling, en door geen geïntegreerd en toereikend net van verwijderingsinstallaties voor gevaarlijke afvalstoffen op te zetten dat zich kenmerkt door gebruik van de meest geschikte methodes om een hoog niveau van bescherming van het milieu en de volksgezondheid te waarborgen,
en door niet alle nodige maatregelen te treffen om, wat het beheer van gevaarlijke afvalstoffen betreft, de inachtneming te verzekeren van de artikelen 4 en 8 van richtlijn 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen, alsook van de artikelen 3, lid 1, 6 tot en met 9, 13 en 14 van richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999, betreffende het storten van afvalstoffen,
is de Helleense Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens (i) de artikelen 1, lid 2, en 6 van richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen junctis de artikelen 5, leden 1 en 2, alsmede 7, lid 1, van richtlijn 2006/12, (ii), artikel 1, lid 2, van richtlijn 91/689 junctis de artikelen 4 en 8 van richtlijn 2006/12, en (iii) de artikelen 3, lid 1, 6 tot en met 9, 13 en 14 van richtlijn 1999/31.
2)
De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 223 van 30.8.2008.
Full & Egal Universal Law Academy