11.10.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/4
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 12 augustus 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Chambre de l'Instruction de la Cour d'appel de Montpellier — Frankrijk) — Uitleveringsprocedure/Ignacio Pedro Santesteban Goicoechea
(Zaak C-296/08 PPU) (1)
(Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken - Kaderbesluit 2002/584/JBZ - Artikelen 31 en 32 - Europees aanhoudingsbevel en procedures van overlevering tussen lidstaten - Mogelijkheid, voor lidstaat die uitleveringsverzoek uitvoert, overeenkomst toe te passen die voor 1 januari 2004 is aangenomen, maar sinds latere datum in die staat van toepassing is)
(2008/C 260/05)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Chambre de l'Instruction de la Cour d'appel de Montpellier
Partij in de uitleveringsprocedure
Ignacio Pedro Santesteban Goicoechea
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Cour d'appel de Montpellier (Frankrijk) — Uitlegging van de artikelen 31 en 32 van kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190, blz. 1) — Mogelijkheid voor een lidstaat om in zijn betrekkingen met een andere lidstaat gebruik te maken van andere procedures dan die van het kaderbesluit, en met name die van de Overeenkomst van Dublin van 27 september 1996 betreffende uitlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie — Effect van de omstandigheid dat de lidstaat die het aanhoudingsbevel uitvaardigt, geen kennis heeft gegeven van de bestaande overeenkomsten en regelingen die hij wil blijven toepassen — Mogelijkheid voor de staat die het aanhoudingsbevel uitvoert, om een overeenkomst toepassing te laten vinden die is vastgesteld voor 1 januari 2004, maar in die staat na deze datum in werking is getreden
Dictum
1)
Artikel 31 van kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, moet aldus worden uitgelegd dat het alleen betrekking heeft op de situatie waarin de regeling inzake het Europese aanhoudingsbevel van toepassing is, hetgeen niet het geval is wanneer een uitleveringsverzoek betrekking heeft op feiten die zijn gepleegd vóór een datum die door een lidstaat is aangegeven in een overeenkomstig artikel 32 van dit kaderbesluit afgelegde verklaring.
2)
Artikel 32 van kaderbesluit 2002/584 moet aldus moet worden uitgelegd dat het zich er niet tegen verzet dat een uitvoerende lidstaat de Overeenkomst betreffende uitlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie, opgesteld bij Akte van de Raad van 27 september 1996 en op dezelfde dag door alle lidstaten ondertekend, toepast, zelfs wanneer deze Overeenkomst pas na 1 januari 2004 in deze lidstaat in werking is getreden.
(1) PB C 223 van 30.8.2008.
Full & Egal Universal Law Academy