19.2.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 55/2
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 22 december 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverwaltungsgericht — Duitsland) — Land Baden-Württemberg/Metin Bozkurt
(Zaak C-303/08) (1)
(Associatieovereenkomst EEG-Turkije - Gezinshereniging - Artikel 7, eerste alinea, van besluit nr. 1/80 van Associatieraad - Echtgenoot van Turkse werkneemster die met deze meer dan vijf jaar heeft samengewoond - Behoud van verblijfsrecht na echtscheiding - Veroordeling van betrokkene voor geweld tegen zijn ex-echtgenote - Rechtsmisbruik)
2011/C 55/02
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesverwaltungsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Land Baden-Württemberg
Verwerende partij: Metin Bozkurt
in aanwezigheid van: Vertreter des Bundesinteresses beim Bundesverwaltungsgericht
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesverwaltungsgericht (Duitsland) — Uitlegging van artikel 7, eerste alinea, tweede streepje, van besluit nr. 1/80 van de Associatieraad van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de associatie tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije — Verblijfsrecht dat als gezinslid is verkregen door een Turkse echtgenoot van een tot de legale arbeidsmarkt van een lidstaat behorende Turkse werkneemster — Voortbestaan van het verblijfsrecht in geval van echtscheiding waaraan aantastingen van de lichamelijke integriteit van de ex-echtgenote zijn voorafgegaan die tot een strafrechtelijke veroordeling hebben geleid
Dictum
1)
Artikel 7, eerste alinea, van besluit nr. 1/80 van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de associatie, aangenomen door de Associatieraad die is ingesteld bij de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, moet aldus worden uitgelegd dat een Turkse staatsburger zoals verzoeker in het hoofdgeding, die als gezinslid van een tot de legale arbeidsmarkt van een lidstaat behorende Turkse werkneemster en doordat hij gedurende een ononderbroken tijdvak van ten minste vijf jaar bij zijn echtgenote heeft gewoond, beschikt over de rechten die behoren bij de rechtspositie die het tweede streepje van die bepaling verleent, die rechten niet verliest wanneer hij na de verkrijging van die rechten uit de echt scheidt.
2)
Er is geen sprake van rechtsmisbruik wanneer een Turkse staatsburger zoals verzoeker in het hoofdgeding zich beroept op een recht dat hij legaal heeft verkregen op grond van artikel 7, eerste alinea, van besluit nr. 1/80, zelfs al heeft hij, na dat recht van zijn ex-echtgenote te hebben afgeleid, tegen haar een ernstig strafbaar feit gepleegd waarvoor hij strafrechtelijk is veroordeeld.
Artikel 14, lid 1, van dat besluit staat er echter niet aan in de weg dat een uitzettingsmaatregel wordt genomen tegen een Turkse staatsburger die strafrechtelijk is veroordeeld, op voorwaarde dat zijn persoonlijk gedrag een actuele, reële en voldoende ernstige bedreiging vormt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. De bevoegde nationale rechter moet beoordelen of dit in het hoofdgeding het geval is.
(1) PB C 247 van 27.9.2008.
Full & Egal Universal Law Academy