30.1.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 24/10
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 10 december 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal Superior de Justicia de Madrid — Spanje) — Ovidio Rodríguez Mayor, Pilar Pérez Boto, Pedro Gallego Morzillo, Alfonso Francisco Pérez, Juan Marcelino Gabaldón Morales, Marta María Maestro Campo, Bartolomé Valera Huete/Herencia yacente de Rafael de las Heras Dávila, Sagrario de las Heras Dávila
(Zaak C-323/08) (1)
(Prejudiciële procedure - Bescherming van werknemers - Collectief ontslag - Richtlijn 98/59/EG - Beëindiging van arbeidsovereenkomsten wegens overlijden van werkgever)
2010/C 24/15
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Superior de Justicia de Madrid
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Ovidio Rodríguez Mayor, Pilar Pérez Boto, Pedro Gallego Morzillo, Alfonso Francisco Pérez, Juan Marcelino Gabaldón Morales, Marta María Maestro Campo, Bartolomé Valera Huete
Verwerende partijen: Herencia yacente de Rafael de las Heras Dávila, Sagrario de las Heras Dávila
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal Superior de Justicia de Madrid — Uitlegging van de artikelen 1, 2, 3, 4 en 6 van richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225, blz. 16) — Nationale wettelijke regeling die het begrip ontslag beperkt tot ontslag om economische, technische, organisatorische of met de productie verband houdende redenen — Beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens overlijden, pensionering of invaliditeit van werkgever — Verschillende vergoeding naargelang het geval — Verenigbaarheid met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden
Dictum
1)
Artikel 1, lid 1, van richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag, moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling die bepaalt dat wanneer de arbeidsovereenkomsten van verscheidene werknemers die een natuurlijk persoon als werkgever hebben, eindigen omdat deze laatste is overleden, geen sprake is van collectief ontslag.
2)
Richtlijn 98/59 verzet zich niet tegen een nationale regeling die verschillende vergoedingen toekent naargelang de werknemer zijn baan heeft verloren omdat de werkgever is overleden of omdat hij het slachtoffer is geweest van collectief ontslag.
(1) PB C 236 van 13.9.2008.
Full & Egal Universal Law Academy