1.8.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 180/21
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 11 juni 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Franse Republiek
(Zaak C-327/08) (1)
(Niet-nakoming - Richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG - Beroepsprocedures inzake plaatsen van overheidsopdrachten - Waarborg van doeltreffend beroep - In acht te nemen minimumtermijn tussen kennisgeving van besluit tot gunning van opdracht aan afgewezen gegadigden en inschrijvers en ondertekening van overeenkomst betreffende deze opdracht)
2009/C 180/34
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: G. Rozet, D. Kukovec en M. Konstantinidis, gemachtigden)
Verwerende partij: Franse Republiek (vertegenwoordigers: G. de Bergues en J.-Ch. Gracia, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van artikel 2, lid 1, van richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken (PB L 395, blz. 33), zoals gewijzigd bij richtlijn 92/50/EEG (PB L 209, blz. 1), en van artikel 2, lid 1, van richtlijn 92/13/EEG van de Raad van 25 februari 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (PB L 76, blz. 14) — In acht te nemen minimumtermijn tussen de kennisgeving van het besluit tot gunning van de opdracht aan de gegadigden en inschrijvers en de ondertekening van de overeenkomst betreffende deze opdracht
Dictum
1)
Door artikel 1441-1 van het nieuwe wetboek van burgerlijk procesrecht, zoals gewijzigd bij artikel 48, sub 1, van decreet nr. 2005-1308 van 20 oktober 2005 inzake opdrachten geplaatst door de aanbestedende diensten vermeld in artikel 4 van besluit nr. 2005-649 van 6 juni 2005 inzake opdrachten geplaatst door bepaalde particulieren of publiekrechtelijke rechtspersonen die niet onderworpen zijn aan het wetboek inzake overheidsopdrachten, vast te stellen en te handhaven, voor zover deze bepaling een termijn van tien dagen stelt voor het antwoord van de aanbestedende dienst op een ingebrekestelling, waarbij vóór dat antwoord elk precontractueel kort geding is verboden en zonder dat deze termijn de termijn schorst die in acht moet worden genomen tussen de kennisgeving van het besluit tot gunning van de opdracht aan de afgewezen gegadigden en inschrijvers en de ondertekening van de overeenkomst, is de Franse Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992, en richtlijn 92/13/EEG van de Raad van 25 februari 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Commissie van de Europese Gemeenschappen en de Franse Republiek zullen hun eigen kosten dragen.
(1) PB C 285 van 8.11.2008.
Full & Egal Universal Law Academy