19.6.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 161/6
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 29 april 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het House of Lords — Verenigd Koninkrijk) — The Queen, M e.a./Her Majesty’s Treasury
(Zaak C-340/08) (1)
(Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Beperkende maatregelen tegen personen en entiteiten die banden hebben met Osama bin Laden, Al-Qa’ida-netwerk en Taliban - Bevriezing van tegoeden en economische middelen - Verordening (EG) nr. 881/2002 - Artikel 2, lid 2 - Verbod om tegoeden ter beschikking te stellen aan in bijlage I bij die verordening genoemde personen - Omvang - Toekenning van socialezekerheids- of socialebijstandsuitkeringen aan echtgeno(o)t(e) van in voornoemde bijlage I genoemde persoon)
2010/C 161/08
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
House of Lords
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: The Queen, M e.a.
Verwerende partij: Her Majesty’s Treasury
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — House of Lords — Uitlegging van artikel 2, lid 2, van verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Osama bin Laden, het Al-Qa’ida-netwerk en de Taliban, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 467/2001 van de Raad tot instelling van een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en verlenging van de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan (PB L 139, blz. 9) — Omvang van verbod om economische middelen ter beschikking te stellen aan in bijlage I genoemde personen — Van overheidswege aan echtgeno(o)t(e) van dergelijke persoon verstrekte socialezekerheids- of socialebijstandsuitkeringen
Dictum
Artikel 2, lid 2, van verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Osama bin Laden, het Al-Qa’ida-netwerk en de Taliban, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 467/2001 van de Raad tot instelling van een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en verlenging van de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 561/2003 van de Raad van 27 maart 2003, moet aldus worden uitgelegd dat het niet van toepassing is op de verstrekking van overheidswege van socialezekerheids- of socialebijstandsuitkeringen aan de echtgeno(o)t(e) van een persoon die is aangewezen door het ter uitvoering van paragraaf 6 van resolutie 1267 (1999) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ingestelde Comité en wordt genoemd in bijlage I bij deze verordening, zoals gewijzigd, op de enkele grond dat deze echtgeno(o)t(e) met de aangewezen persoon samenleeft en een gedeelte van deze uitkeringen zal of kan gebruiken om goederen en diensten te betalen die deze laatste zal consumeren of die aan deze aangewezen persoon ten goede zullen komen.
(1) PB C 260 van 11.10.2008.
Full & Egal Universal Law Academy