30.1.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 24/10
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 10 december 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgericht Schwerin — Duitsland) — Krzysztof Peśla/Justizministerium Mecklenburg-Vorpommern
(Zaak C-345/08) (1)
(Vrij verkeer van werknemers - Artikel 39 EG - Weigering van toegang tot juridische stage ter voorbereiding op uitoefening van gereglementeerde juridische beroepen - Kandidaat die rechtendiploma in andere lidstaat heeft behaald - Criteria voor onderzoek van gelijkwaardigheid van verworven kennis)
2010/C 24/16
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgericht Schwerin
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Krzysztof Peśla
Verwerende partij: Justizministerium Mecklenburg-Vorpommern
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Verwaltungsgericht Schwerin — Uitlegging van artikel 39 EG — Besluit waarbij een kandidaat die zijn rechtendiploma in een andere lidstaat heeft behaald, de toegang tot de juridische stage ter voorbereiding op de uitoefening van gereglementeerde juridische beroepen wordt geweigerd — Criteria voor het onderzoek van de gelijkwaardigheid van de opleidingen
Dictum
1)
Artikel 39 EG moet aldus worden uitgelegd dat bij de beoordeling van de gelijkwaardigheid van opleidingen naar aanleiding van een verzoek om rechtstreeks, zonder de daartoe vastgestelde proeven af te leggen, te worden toegelaten tot een stage ter voorbereiding op de uitoefening van juridische beroepen, die kennis als maatstaf dient te worden genomen die blijkt uit de kwalificaties die worden vereist in de lidstaat waar de aanvrager verzoekt om tot een dergelijke stage te worden toegelaten.
2)
Artikel 39 EG moet aldus worden uitgelegd dat het op zich niet vereist dat de bevoegde autoriteiten van een lidstaat bij het onderzoek van een aanvraag van een burger van een andere lidstaat om tot een praktijkopleiding te worden toegelaten met het oog op de latere uitoefening van een gereglementeerd juridisch beroep, bijvoorbeeld tot een stage ter voorbereiding op de uitoefening van juridische beroepen in Duitsland, in het kader van de door het gemeenschapsrecht vereiste gelijkwaardigheidstoetsing van de aanvrager slechts een niveau van juridische kennis verlangen dat lager is dan het niveau dat blijkt uit de kwalificaties die in deze lidstaat worden vereist om tot een dergelijke praktijkopleiding te worden toegelaten. Evenwel dient te worden gepreciseerd dat dit artikel zich evenmin tegen een versoepeling van deze kwalificatievereisten verzet en dat de mogelijkheid van een gedeeltelijke erkenning van de kennis die blijkt uit de kwalificaties waarvan de betrokkene het bewijs heeft geleverd, in de praktijk niet louter fictief mag zijn, wat door de verwijzende rechter moet worden nagegaan.
(1) PB C 260 van 11.10.2008.
Full & Egal Universal Law Academy