4.2.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 32/2
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 8 december 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof Baden-Württemberg — Duitsland) — Nural Ziebell, voorheen Nural Örnek/Land Baden-Württemberg
(Zaak C-371/08) (1)
(Associatieovereenkomst EEG-Turkije - Vrij verkeer van werknemers - Artikelen 7, eerste alinea, tweede streepje, en 14, lid 1, van besluit nr. 1/80 van Associatieraad - Richtlijnen 64/221/EEG, 2003/109/EG en 2004/38/EG - Verblijfsrecht van Turk die op grondgebied van lidstaat van ontvangst is geboren en daar gedurende meer dan tien jaar legaal als kind van Turks werknemer ononderbroken heeft verbleven - Strafrechterlijke veroordelingen - Wettigheid van verwijderingsbesluit - Voorwaarden)
2012/C 32/03
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgerichtshof Baden-Württemberg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Nural Ziebell, voorheen Nural Örnek
Verwerende partij: Land Baden-Württemberg
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Verwaltungsgerichtshof Baden-Württemberg — Uitlegging van artikel 14, lid 1, van besluit nr. 1/80 van de Associatieraad van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de Associatie tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije — Uitbreiding tot Turkse staatsburgers van artikel 28, lid 3, sub a, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158, blz. 77), dat verwijdering van burgers van de Unie alleen toestaat om dwingende redenen van openbare veiligheid — Beslissing tot verwijdering genomen na meerdere strafrechtelijke veroordelingen van een Turks staatsburger die in Duitsland is geboren en daar sinds 34 jaar woont
Dictum
Artikel 14, lid 1, van besluit nr. 1/80 van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de Associatie, vastgesteld door de Associatieraad, die is ingesteld bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand is gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, welke op 12 september 1963 te Ankara is ondertekend door de Republiek Turkije enerzijds en de lidstaten van de EEG en de Gemeenschap anderzijds, en die namens laatstgenoemde is gesloten, goedgekeurd en bevestigd bij besluit 64/732/EEG van de Raad van 23 december 1963, moet aldus worden uitgelegd dat:
—
de door die bepaling aan Turkse staatsburgers verleende bescherming tegen verwijdering niet dezelfde draagwijdte heeft als de bescherming die aan de burgers van de Unie wordt verleend krachtens artikel 28, lid 3, sub a, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG, zodat het stelsel van bescherming tegen verwijdering dat voor laatstgenoemde burgers geldt, niet naar analogie op die Turkse staatsburgers kan worden toegepast om de betekenis en de draagwijdte van dat artikel 14, lid 1, te bepalen;
—
die bepaling van besluit nr. 1/80 zich er niet tegen verzet dat een verwijderingsmaatregel om redenen van openbare orde wordt genomen tegen een Turks staatsburger die de rechten geniet die hem bij artikel 7, eerste alinea, tweede streepje, van dat besluit zijn toegekend, voor zover het persoonlijke gedrag van betrokkene thans een werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving van de lidstaat van ontvangst en die maatregel noodzakelijk is voor de bescherming van dat belang. Het staat aan de verwijzende rechter om, in het licht van alle relevante elementen van de situatie van de betrokken Turks staatsburger, na te gaan of een dergelijke maatregel in het hoofdgeding rechtens gerechtvaardigd is.
(1) PB C 285 van 8.11.2008.
Full & Egal Universal Law Academy