1.5.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 113/8
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 9 maart 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale amministrativo regionale della Sicilia — Italië) — Raffinerie Mediterranee (ERG) SpA, Polimeri Europa SpA, Syndial SpA/Ministero dello Sviluppo economico, Ministero della Salute, Ministero Ambiente e Tutela del Territorio e del Mare, Ministero delle Infrastrutture, Ministero dei Trasporti, Presidenza del Consiglio dei Ministri, Ministero dell’Interno, Regione siciliana, Assessorato regionale Territorio ed Ambiente (Sicilia), Assessorato regionale Industria (Sicilia), Prefettura di Siracusa, Istituto superiore di Sanità, Commissario Delegato per Emergenza Rifiuti e Tutela Acque (Sicilia), Vice Commissario Delegato per Emergenza Rifiuti e Tutela Acque (Sicilia), Agenzia Protezione Ambiente e Servizi tecnici (APAT), Agenzia regionale Protezione Ambiente (ARPA Sicilia), Istituto centrale Ricerca scientifica e tecnologica applicata al Mare, Subcommissario per la Bonifica dei Siti contaminati, Provincia regionale di Siracusa, Consorzio ASI Sicilia orientale Zona Sud, Comune di Siracusa, Comune di Augusta, Comune di Melilli, Comune di Priolo Gargallo, Azienda Unità sanitaria locale N. 8, Sviluppo Italia Aree Produttive SpA, Invitalia (Agenzia nazionale per l’attrazione degli investimenti e lo sviluppo d’impresa) SpA, voorheen Sviluppo Italia SpA
(Zaak C-378/08) (1)
(Beginsel dat vervuiler betaalt - Richtlijn 2004/35/EG - Milieuaansprakelijkheid - Toepasselijkheid ratione temporis - Verontreiniging die vóór datum voor uitvoering van deze richtlijn is ingetreden en na deze datum voortduurt - Nationale regeling die kosten voor herstel van door deze verontreiniging veroorzaakte schade in rekening brengt aan veelheid van ondernemingen - Vereiste van schuld of nalatigheid - Vereiste van causaal verband - Overheidsopdrachten voor uitvoering van werken)
2010/C 113/12
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale amministrativo regionale della Sicilia
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Raffinerie Mediterranee (ERG) SpA, Polimeri Europa SpA, Syndial SpA
Verwerende partijen: Ministero dello Sviluppo economico, Ministero della Salute, Ministero Ambiente e Tutela del Territorio e del Mare, Ministero delle Infrastrutture, Ministero dei Trasporti, Presidenza del Consiglio dei Ministri, Ministero dell’Interno, Regione siciliana, Assessorato regionale Territorio ed Ambiente (Sicilia), Assessorato regionale Industria (Sicilia), Prefettura di Siracusa, Istituto superiore di Sanità, Commissario Delegato per Emergenza Rifiuti e Tutela Acque (Sicilia), Vice Commissario Delegato per Emergenza Rifiuti e Tutela Acque (Sicilia), Agenzia Protezione Ambiente e Servizi tecnici (APAT), Agenzia regionale Protezione Ambiente (ARPA Sicilia), Istituto centrale Ricerca scientifica e tecnologica applicata al Mare, Subcommissario per la Bonifica dei Siti contaminati, Provincia regionale di Siracusa, Consorzio ASI Sicilia orientale Zona Sud, Comune di Siracusa, Comune di Augusta, Comune di Melilli, Comune di Priolo Gargallo, Azienda Unità sanitaria locale N. 8, Sviluppo Italia Aree Produttive SpA, Invitalia (Agenzia nazionale per l’attrazione degli investimenti e lo sviluppo d’impresa) SpA, voorheen Sviluppo Italia SpA
in tegenwoordigheid van: ENI Divisione Exploration and Production SpA, ENI SpA, Edison SpA
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunale amministrativo regionale della Sicilia — Uitlegging van richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PB L 143, blz. 56) en van het beginsel „de vervuiler betaalt” — Nationale regelgeving op grond waarvan bestuursorganen particuliere ondernemers mogen gelasten herstelmaatregelen te treffen, zonder dat daartoe een onderzoek hoeft te worden ingesteld om te bepalen wie aansprakelijk is voor de betrokken vervuiling
Dictum
Wanneer bij milieuverontreiniging niet is voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing ratione temporis en/of ratione materiae van richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade, zal deze verontreiniging — met inachtneming van de verdragsregels en onverminderd andere handelingen van afgeleid recht — naar nationaal recht moeten worden beoordeeld.
Richtlijn 2004/35 verzet zich niet tegen een nationale regeling op basis waarvan de bevoegde instantie, handelend in het kader van deze richtlijn, kan vermoeden — ook in gevallen van diffuse verontreiniging — dat er tussen exploitanten en een geconstateerde verontreiniging een causaal verband bestaat omdat hun installaties nabij het verontreinigde gebied zijn gelegen. Overeenkomstig het beginsel dat de vervuiler betaalt dient deze instantie echter, om aldus een dergelijk causaal verband te vermoeden, over geloofwaardige aanwijzingen te beschikken die haar vermoeden kunnen onderbouwen, zoals de omstandigheid dat de installatie van de exploitant nabij de geconstateerde verontreiniging is gelegen en de omstandigheid dat er overeenstemming is tussen de gevonden verontreinigende stoffen en de bestanddelen die deze exploitant in het kader van zijn activiteiten gebruikt.
De artikelen 3, lid 1, 4, lid 5, en 11, lid 2, van richtlijn 2004/35 moeten aldus worden uitgelegd dat de bevoegde instantie, wanneer zij besluit maatregelen tot herstel van milieuschade op te leggen aan exploitanten wier activiteiten onder bijlage III bij deze richtlijn vallen, niet hoeft aan te tonen dat de exploitanten wier activiteiten voor de milieuschade verantwoordelijk worden geacht, schuld, nalatigheid of opzet kan worden verweten. Daarentegen moet deze instantie vooraf de oorsprong van de geconstateerde verontreiniging onderzoeken. Daarbij beschikt zij over een beoordelingsmarge met betrekking tot de procedures, de te gebruiken middelen en de duur van dat onderzoek. Bovendien moet deze instantie volgens de nationale bewijsregels een causaal verband leggen tussen de activiteiten van de exploitanten waarop de herstelmaatregelen betrekking hebben en deze verontreiniging.
(1) PB C 301 van 22.11.2008.
Full & Egal Universal Law Academy