28.8.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 234/7
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 6 juli 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank ’s-Gravenhage — Nederland) — Monsanto Technology LLC/Cefetra BV, Cefetra Feed Service BV, Cefetra Futures BV, Alfred C. Toepfer International GmbH
(Zaak C-428/08) (1)
(Industriële en commerciële eigendom - Rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen - Richtlijn 98/44/EG - Artikel 9 - Octrooi dat voortbrengsel beschermt dat uit genetische informatie bestaat of zulke informatie bevat - Materiaal waarin voortbrengsel is opgenomen - Bescherming - Voorwaarden)
2010/C 234/10
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank ’s-Gravenhage
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Monsanto Technology LLC
Verwerende partijen: Cefetra BV, Cefetra Feed Service BV, Cefetra Futures BV, Alfred C. Toepfer International GmbH
In tegenwoordigheid van: Staat Argentinië
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Rechtbank ’s-Gravenhage — Uitlegging van artikel 9 van richtlijn 98/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 1998 betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen (PB L 213, blz. 13) — Omvang van door het octrooi verleende bescherming — Product (DNA-sequentie) dat deel uitmaakt van een in de Europese Unie ingevoerd materiaal (sojameel) — Door de nationale wettelijke regeling aan de DNA-sequentie toegekende absolute bescherming — Octrooi dat vóór de vaststelling van de richtlijn is verleend — Artikelen 27 en 30 van de TRIPs-overeenkomst
Dictum
1)
Artikel 9 van richtlijn 98/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 1998 betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen, moet aldus worden uitgelegd dat het geen octrooirechtelijke bescherming verleent in omstandigheden als aan de orde in het hoofdgeding, wanneer het geoctrooieerde product aanwezig is in sojameel, waarin het niet de functie uitoefent waarvoor het is geoctrooieerd, maar die functie eerder heeft uitgeoefend in de sojaplant, waarvan dat meel een verwerkingsproduct is, of wanneer het eventueel die functie opnieuw zou kunnen uitoefenen na uit het meel te zijn geïsoleerd en in de cel van een levend organisme te zijn ingebracht.
2)
Artikel 9 van richtlijn 98/44 harmoniseert de bescherming die het verleent uitputtend, zodat het eraan in de weg staat dat nationale wetgeving absolute bescherming verleent aan een geoctrooieerd voortbrengsel als zodanig, ongeacht of dit in de materie waarin het aanwezig is zijn functie uitoefent.
3)
Artikel 9 van richtlijn 98/44 staat eraan in de weg dat de houder van een octrooi dat vóór de vaststelling van deze richtlijn is afgegeven, zich beroept op de absolute bescherming van het geoctrooieerde voortbrengsel die de voorheen geldende nationale wetgeving hem zou hebben verleend.
4)
De artikelen 27 en 30 van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die als bijlage I C is gehecht aan de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die op 15 april 1994 te Marrakesh is ondertekend en is goedgekeurd bij besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten, zijn niet van invloed op de aan artikel 9 van de richtlijn gegeven uitlegging.
(1) PB C 313 van 6.12.2008.
Full & Egal Universal Law Academy