3.7.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 179/6
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 20 mei 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberlandesgericht Oldenburg — Duitsland) — Arnold und Johann Harms als Gesellschaft bürgerlichen Rechts/Freerk Heidinga
(Zaak C-434/08) (1)
(Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde steunregelingen - Verordening (EG) nr. 1782/2003 - Bedrijfstoeslagregeling - Overdracht van toeslagrechten - Definitieve overdracht)
2010/C 179/09
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberlandesgericht Oldenburg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Arnold und Johann Harms als Gesellschaft bürgerlichen Rechts
Verwerende partij: Freerk Heidinga
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberlandesgericht Oldenburg — Uitlegging van artikel 46, lid 2, van verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (PB L 270, blz. 1) — Beding in overeenkomst, ogenschijnlijk gericht op een volledige en definitieve overdracht van toeslagrechten, volgens welke de cessionaris als formele rechthebbende op de toeslagrechten, die rechten dient te activeren door de overeenkomstige oppervlakten te bebouwen, maar een deel van de ontvangen betalingen aan de cedent dient af te dragen
Dictum
Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001, moet aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staat aan een contractueel beding als dat in het hoofdgeding, waarmee toeslagrechten definitief worden overgedragen en op grond waarvan de cessionaris, in zijn hoedanigheid van rechthebbende op de toeslagrechten, zonder beperking in de tijd verplicht is die rechten te activeren en de bedragen die hem op die grond worden uitbetaald geheel of gedeeltelijk over te dragen aan de cedent, mits een dergelijk beding niet tot doel heeft de cedent in staat te stellen een gedeelte van de door hem formeel overgedragen toeslagrechten te behouden, maar ertoe strekt, aan de hand van de waarde van dat gedeelte van de toeslagrechten de overeengekomen prijs voor de overdracht van alle toeslagrechten te bepalen.
(1) PB C 44 van 21.02.2009.
Full & Egal Universal Law Academy