13.3.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 63/14
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 21 januari 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākās tiesas Senāts — Republiek Letland) — Alstom Power Hydro/Valsts ieņēmumu dienests
(Zaak C-472/08) (1)
(Verzoek om prejudiciële beslissing - Zesde btw-richtlijn - Artikel 18, lid 4 - Nationale wettelijke regeling die voorziet in verjaringstermijn van drie jaar voor teruggaaf van btw-overschot)
2010/C 63/21
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākās tiesas Senāts
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Alstom Power Hydro
Verwerende partij: Valsts ieņēmumu dienests
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Augstākās tiesas Senāts — Uitlegging van artikel 18, lid 4, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Nationale wettelijke regeling volgens welke voor de indiening van verzoeken om teruggaaf van te veel betaalde belastingen een termijn van drie jaar geldt
Dictum
Artikel 18, lid 4, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen de regeling van een lidstaat als die aan de orde in het hoofdgeding, die voorziet in een verjaringstermijn van drie jaar voor de indiening van een verzoek om teruggaaf van het overschot van de belasting over de toegevoegde waarde dat de belastingdienst van die staat onverschuldigd heeft geïnd.
(1) PB C 327 van 20.12.2008.
Full & Egal Universal Law Academy