20.11.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 317/7
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 30 september 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het VAT and Duties Tribunal, London Tribunal Centre — Verenigd Koninkrijk) — EMI Group Ltd/The Commissioners of Her Majesty's Revenue & Customs
(Zaak C-581/08) (1)
(Zesde btw-richtlijn - Artikel 5, lid 6, tweede volzin - Begrip „monster” - Begrip „geschenken van geringe waarde” - Muziekopnames - Gratis verstrekking voor promotiedoeleinden)
2010/C 317/13
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
VAT and Duties Tribunal, London Tribunal Centre
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: EMI Group Ltd
Verwerende partij: The Commissioners of Her Majesty's Revenue & Customs
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — VAT and Duties Tribunal, London — Uitlegging van artikel 5, lid 6, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Onttrekkingen van goederen om voor bedrijfsdoeleinden te dienen als geschenken van geringe waarde of als monster — Begrip „monster” — Wezenlijke kenmerken — Muziekopnames in vorm van CD die gratis voor promotiedoeleinden worden weggegeven
Dictum
1)
Een „monster” in de zin van artikel 5, lid 6, tweede volzin, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, is een specimen van een product waarmee de verkoop daarvan moet worden bevorderd en aan de hand waarvan de eigenschappen en kwaliteiten van dit product kunnen worden beoordeeld zonder tot een ander eindgebruik te leiden dan aan dergelijke promotieactiviteiten inherent is. Dit begrip kan in algemene zin door een nationale regeling niet worden beperkt tot specimina die worden verstrekt in een niet voor verkoop beschikbare vorm of tot het eerste van een reeks identieke specimina die door een belastingplichtige aan dezelfde ontvanger worden verstrekt zonder dat op grond van deze regeling rekening kan worden gehouden met de aard van het vertegenwoordigde product en de commerciële context die eigen is aan elke transactie waarbij deze specimina worden verstrekt.
2)
Het begrip „geschenken van geringe waarde” in de zin van artikel 5, lid 6, tweede volzin, van de Zesde richtlijn (77/388) moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale regeling waarbij een maximumbedrag wordt vastgesteld in de orde van grootte als is ingevoerd bij de wettelijke regeling waarom het in het hoofdgeding gaat, dat wil zeggen 50 GBP, voor geschenken die binnen een periode van twaalf maanden aan dezelfde persoon worden verstrekt dan wel deel uitmaken van een reeks of een opeenvolging van geschenken.
3)
Artikel 5, lid 6, tweede volzin, van de Zesde richtlijn (77/388) staat in de weg aan een nationale regeling die een vermoeden invoert dat goederen die „geschenken van geringe waarde” in de zin van deze bepaling vormen en die een belastingplichtige verstrekt aan verschillende personen die een gemeenschappelijke werkgever hebben, worden geacht aan dezelfde persoon te zijn verstrekt.
4)
Voor de beantwoording van de overige vragen maakt het niet uit wat de fiscale status van de ontvanger van monsters is.
(1) PB C 55 van 07.03.2009.
Full & Egal Universal Law Academy