19.2.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 55/4
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 7 december 2010 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof — Oostenrijk) — Peter Pammer/Reederei Karl Schlüter GmbH & Co KG (C-585/08), Hotel Alpenhof GesmbH/Oliver Heller (C-144/09)
(Gevoegde zaken C-585/08 en C-144/09) (1)
(Rechterlijke bevoegdheid in burgerlijke en handelszaken - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Artikel 15, leden 1, sub c, en 3 - Bevoegdheid voor door consumenten gesloten overeenkomsten - Overeenkomst over reis per vrachtschip - Begrip „pakketreis” - Overeenkomst over hotelverblijf - Voorstelling van reis en hotel op internetsite - Begrip activiteit „gericht op” lidstaat waar consument woonplaats heeft - Criteria - Toegankelijkheid van internetsite)
2011/C 55/06
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Peter Pammer (C-585/08), Hotel Alpenhof GesmbH (C-144/09)
Verwerende partijen: Reederei Karl Schlüter GmbH & Co KG (C-585/08), Oliver Heller (C-144/09)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberster Gerichtshof (Oostenrijk) — Uitlegging van artikel 15, leden 1, sub c, en 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 12, blz. 1) — Bevoegdheid inzake door consumenten gesloten overeenkomsten — Minimale vereisten waaraan een internetsite moet voldoen om de op de betrokken site aangeboden activiteiten te kunnen beschouwen als activiteiten die worden „gericht” op de lidstaat waar de consument woonplaats heeft
Dictum
1)
Een overeenkomst betreffende een reis per vrachtschip zoals die welke in zaak C-585/08 aan de orde is, is een vervoerovereenkomst waarbij voor één enkele prijs zowel vervoer als verblijf wordt aangeboden in de zin van artikel 15, lid 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
2)
Om vast te stellen of een ondernemer wiens activiteit op zijn internetsite of die van een tussenpersoon wordt voorgesteld, kan worden geacht zijn activiteit te „richten” op de lidstaat waar de consument woonplaats heeft in de zin van artikel 15, lid 1, sub c, van verordening nr. 44/2001, dient te worden nagegaan of vóór de eventuele sluiting van een overeenkomst met de consument uit deze internetsites en de algemene activiteit van de ondernemer blijkt dat deze van plan was om handel te drijven met consumenten die woonplaats hebben in één of meerdere lidstaten, waaronder die waar deze consument woonplaats heeft, in die zin dat hij bereid was om met deze consumenten een overeenkomst te sluiten.
De volgende factoren, waarvan de lijst niet uitputtend is, kunnen aanwijzingen vormen dat de activiteit van de ondernemer is gericht op de lidstaat waar de consument woonplaats heeft: het internationale karakter van de activiteit, routebeschrijvingen vanuit andere lidstaten naar de plaats waar de ondernemer is gevestigd, het gebruik van een andere taal of munteenheid dan die welke gewoonlijk worden gebruikt in de lidstaat waar de ondernemer gevestigd is en de mogelijkheid om in die andere taal de boeking te verrichten en te bevestigen, de vermelding van een telefoonnummer met internationaal kengetal, uitgaven voor een zoekmachineadvertentiedienst die worden gemaakt om consumenten die in andere lidstaten woonplaats hebben gemakkelijker toegang te verlenen tot de site van de ondernemer of diens tussenpersoon, het gebruik van een andere topleveldomeinnaam dan die van de lidstaat waar de ondernemer gevestigd is, en de verwijzing naar een internationaal clientèle dat is samengesteld uit klanten die woonplaats hebben in verschillende lidstaten. Het staat aan de nationale rechter om na te gaan of deze aanwijzingen voorhanden zijn.
De loutere toegankelijkheid van de internetsite van de ondernemer of de tussenpersoon in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft is daarentegen onvoldoende. Hetzelfde geldt voor de vermelding van een e-mailadres en andere contactgegevens of voor het gebruik van een taal of een munteenheid wanneer deze taal en/of een munteenheid gewoonlijk worden gebruikt in de lidstaat waar de ondernemer gevestigd is.
(1) PB C 44 van 21.2.2009.
PB C 153 van 4.7.2009.
Full & Egal Universal Law Academy