21.11.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/17
Beschikking van het Hof (Derde kamer) van 9 juli 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof Baden-Württemberg — Duitsland) — Kurt Wierer/Land Baden-Württemberg
(Zaak C-445/08) (1)
(Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor de procesvoering - Rijbewijs - Richtlijn 91/439/EEG - Intrekking van nationaal rijbewijs wegens rijden in dronken toestand - Geen overlegging van medisch-psychologisch deskundigenrapport dat nodig is ter verkrijging van nieuw rijbewijs in gastland - In andere lidstaat uitgereikt rijbewijs - Onderzoek door gastland van verblijfsvoorwaarde - Mogelijkheid om zich te baseren op inlichtingen die houder van rijbewijs heeft verstrekt in kader van krachtens nationaal recht van gastland op hem rustende medewerkingsplicht - Mogelijkheid om in afgiftestaat onderzoek in te stellen)
2009/C 282/33
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgerichtshof Baden-Württemberg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Kurt Wierer
Verwerende partij: Land Baden-Württemberg
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Verwaltungsgerichtshof Baden–Württemberg — Uitlegging van artikel 9 van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PB L 237, blz. 1) — Weigering van erkenning van een in een andere lidstaat in strijd met de verblijfsvoorwaarde uitgereikt rijbewijs — Mogelijkheid voor het gastland om zich bij het onderzoek of ten tijde van de uitreiking van het rijbewijs aan de verblijfsvoorwaarde was voldaan, te baseren op de inlichtingen die de houder tijdens de administratieve procedure en de procedure in rechte zelf heeft verstrekt in het kader van de op hem rustende medewerkingsplicht, dan wel, in voorkomend geval, om in de afgiftestaat onderzoek in te stellen — Houder wiens nationale rijbewijs is ingetrokken wegens rijden in dronken toestand en die het medisch-psychologisch deskundigenrapport dat nodig is ter verkrijging van een nieuw rijbewijs in zijn verblijfstaat, niet heeft kunnen overleggen
Dictum
De artikelen 1, lid 2, 7, lid 1, en 8, leden 2 en 4, van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat een lidstaat weigert op zijn grondgebied de rijbevoegdheid te erkennen die voortvloeit uit een rijbewijs dat een andere lidstaat later heeft afgegeven aan iemand wiens eerdere rijbewijs voordien in het gastland is ingetrokken wegens rijden in dronken toestand, terwijl dat tweede rijbewijs is verkregen buiten de periode van verbod om een nieuw rijbewijs aan te vragen, indien:
—
op basis van de inlichtingen die de houder van dit rijbewijs tijdens de administratieve procedure of de procedure in rechte heeft verstrekt in het kader van de krachtens het nationale recht van het gastland op hem rustende medewerkingsplicht, blijkt dat de lidstaat die dit rijbewijs heeft uitgereikt, de verblijfsvoorwaarde niet in acht heeft genomen,
of
—
de inlichtingen die bij onderzoek door de nationale autoriteiten en de rechters van het gastland in de afgiftestaat worden verkregen, geen van deze laatste staat afkomstige onbetwistbare inlichtingen blijken te zijn waaruit blijkt dat de houder bij afgifte door deze staat van een rijbewijs niet zijn normale verblijfplaats op het grondgebied van deze laatste staat had.
(1) PB C 32 van 7.2.2009.
Full & Egal Universal Law Academy