CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
V. TRSTENJAK
van 14 mei 2009 (1)
Zaak C‑199/08
Erhard Eschig
tegen
UNIQA Sachversicherung AG
[verzoek van het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) om een prejudiciële beslissing]
„Richtlijn 87/344/EEG – Coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering – Vrije keuze van rechtshulpverlener in gerechtelijke en administratieve procedures – Toelaatbaarheid van massaschadeclausule”
I – Inleiding
1. In deze prejudiciële zaak gaat het om een vraag van het Oostenrijkse Oberste Gerichtshof (hierna: „verwijzende rechter”) over de uitlegging van richtlijn 87/344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering.(2) De prejudiciële vraag betreft artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344, waarin wordt bepaald dat indien een advocaat of een andere persoon met een volgens het nationale recht gelijkwaardige kwalificatie (hierna wordt voor een advocaat of een andere persoon met een volgens het nationale recht gelijkwaardige kwalificatie, het overkoepelende begrip „rechtshulpverlener” gebruikt), wordt gevraagd de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, de verzekerde zijn vertegenwoordiger vrij kan kiezen.
2. Het hoofdgeding komt voort uit de weigering van verweerster in het hoofdgeding om de advocatenkosten te vergoeden van verzoeker in het hoofdgeding in verband met de insolventie van twee ondernemingen die beleggingsdiensten verrichtten. Als motivering hiervoor voert zij aan dat de aan de overeenkomst ten grondslag liggende algemene verzekeringsvoorwaarden haar de bevoegdheid verlenen om zelf een rechtshulpverlener te kiezen, aangezien verschillende van haar verzekeringnemers schade hebben geleden door de insolventie en er bijgevolg sprake is van een zogenoemd massaschadegeval.
3. De verwijzende rechter wenst te vernemen of artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 aldus moet worden uitgelegd, dat deze bepaling zich verzet tegen de uitlegging van een nationale regeling volgens welke de rechtsbijstandverzekeraar een clausule in de rechtsbijstandverzekering kan opnemen, inhoudende dat in verzekeringsgevallen waarin een groot aantal verzekeringnemers schade lijdt door hetzelfde feit, de verzekeraar gerechtigd is om de rechtshulpverlener te kiezen, waardoor het recht van de individuele verzekeringnemer op vrije keuze van de rechtshulpverlener wordt beperkt (hierna: „massaschadeclausule”).
II – Juridisch kader
A – Gemeenschapsrecht
4. Ingevolge de Duitse taalversie(3) van de elfde overweging van de considerans van richtlijn 87/344 vereist het belang van de rechtsbijstandverzekerde dat deze zelf zijn advocaat kan kiezen of iedere andere persoon met door het nationale recht in het kader van gerechtelijke of administratieve procedures erkende kwalificaties, en zulks telkens wanneer zich een belangenconflict voordoet.
5. Volgens de twaalfde overweging van de considerans van richtlijn 87/344 dient aan de lidstaten de mogelijkheid te worden verleend om de ondernemingen te ontheffen van de verplichting de verzekerde deze vrije keuze van advocaat te bieden, wanneer de rechtsbijstandverzekering beperkt is tot zaken die voortvloeien uit het gebruik van wegvoertuigen op hun grondgebied en wanneer andere limitatieve voorwaarden vervuld zijn.
6. Artikel 3 van richtlijn 87/344 luidt:
„1. Voor de rechtsbijstandverzekering moet een afzonderlijke overeenkomst worden opgemaakt, die los staat van overeenkomsten die andere branches betreffen, of moet in de polis een afzonderlijk hoofdstuk worden opgenomen waarin de inhoud van de rechtsbijstanddekking en, indien de lidstaat zulks verlangt, de daarmee overeenkomende premie worden vermeld.
2. Elke lidstaat doet het nodige om ervoor te zorgen dat de op zijn grondgebied gevestigde ondernemingen, overeenkomstig de door de lidstaat gemaakte keuze, of naar eigen keuze indien de lidstaat zulks toestaat, ten minste een van de volgende alternatieve oplossingen aannemen:
a) de onderneming draagt er zorg voor dat geen enkel lid van het personeel dat zich bezighoudt met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze regeling, terzelfder tijd een soortgelijke werkzaamheid uitoefent:
– voor een door dezelfde onderneming beoefende andere branche, indien het om een meerbrancheonderneming gaat,
– in een andere onderneming die met de eerste onderneming financiële, commerciële of administratieve banden heeft en die één of meer andere branches van richtlijn 73/239/EEG uitoefent, ongeacht of het om een meerbranche- dan wel een gespecialiseerde onderneming gaat;
b) de onderneming vertrouwt de schaderegeling van de branche rechtsbijstand toe aan een juridisch zelfstandige onderneming. Deze onderneming wordt vermeld in de afzonderlijke overeenkomst of het afzonderlijke hoofdstuk bedoeld in lid 1. Wanneer deze juridisch zelfstandige onderneming banden heeft met een onderneming die één of meer andere branches genoemd onder A van de bijlage van richtlijn 73/239/EEG beoefent, mogen de medewerkers van deze onderneming die zich bezig houden met de regeling van schadegevallen of met het geven van juridische adviezen betreffende de regeling van schadegevallen, niet terzelfder tijd voor de andere onderneming dezelfde of een soortgelijke werkzaamheid uitoefenen. De lidstaten kunnen voorts dezelfde beperking opleggen aan de leden van het leidinggevend orgaan;
c) de onderneming neemt in de overeenkomst de bepaling op dat de verzekerde, zodra hij uit hoofde van de polis het recht heeft het optreden van de verzekeraar te eisen, de behartiging van zijn belangen mag toevertrouwen aan een advocaat van zijn keuze of, voor zover het nationale recht zulks toestaat, een ander gekwalificeerd persoon.
3. Ongeacht de gekozen oplossing worden personen die voor rechtsbijstand zijn verzekerd, geacht gelijkwaardige dekking uit hoofde van deze richtlijn te genieten.”
7. Artikel 4 van richtlijn 87/344 bepaalt:
„1. In elke overeenkomst inzake rechtsbijstandverzekering moet uitdrukkelijk worden bepaald dat
a) indien een advocaat of andere persoon die volgens het nationaal recht gekwalificeerd is, wordt gevraagd de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, de verzekerde vrij is om deze advocaat of andere persoon te kiezen;
b) de verzekerde vrij is om een advocaat of, indien hij daar de voorkeur aan geeft en voor zover het nationale recht zulks toestaat, een andere gekwalificeerde persoon te kiezen om zijn belangen te behartigen wanneer zich een belangenconflict voordoet.
2. Onder ‚advocaat’ wordt verstaan ieder die gerechtigd is zijn beroepswerkzaamheden uit te oefenen onder een van de benamingen bedoeld in richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten.”
8. Artikel 5 van richtlijn 87/344 luidt:
„1. Elke lidstaat kan de rechtsbijstandverzekering van de toepassing van artikel 4, lid 1, vrijstellen indien aan elk van onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
a) de verzekering is beperkt tot zaken die voortvloeien uit het gebruik van wegvoertuigen op het grondgebied van de betrokken lidstaat;
b) de verzekering is verbonden met een overeenkomst voor hulpverlening in geval van een ongeval of pech waarbij een wegvoertuig betrokken is;
c) noch de rechtsbijstandverzekeraar noch de verzekeraar van hulpverlening verzekeren een aansprakelijkheidsbranche;
d) er worden maatregelen genomen om te verzekeren dat de rechtsbijstand en de vertegenwoordiging van elk van de partijen bij een geschil door volkomen onafhankelijke advocaten geschiedt indien deze partijen door dezelfde verzekeraar voor rechtsbijstand zijn verzekerd.
2. De door een lidstaat krachtens lid 1 aan een onderneming verleende vrijstelling laat de toepassing van artikel 3, lid 2, onverlet.”
B – Nationaal recht
9. Het nationale rechtskader wordt gevormd door de §§ 158 k en 158 p van het Versicherungsvertragsgesetz 1958 (wet betreffende de verzekeringsovereenkomst; hierna: „VersVG”). § 158 k VersVG bepaalt:
„1. De verzekeringnemer is gerechtigd om voor zijn vertegenwoordiging in een gerechtelijke of administratieve procedure vrijelijk een tot de beroepshalve vertegenwoordiging van partijen bevoegde persoon te kiezen. Bovendien kan de verzekeringnemer voor de verdere behartiging van zijn juridische belangen vrijelijk een advocaat kiezen, wanneer bij de verzekeraar een belangenconflict is ontstaan.
2. In de verzekeringsovereenkomst kan worden overeengekomen dat de verzekeringnemer voor zijn vertegenwoordiging in een gerechtelijke of administratieve procedure enkel een tot de beroepshalve vertegenwoordiging van partijen bevoegde persoon mag kiezen die kantoor houdt in de plaats van de gerechtelijke of administratieve instantie welke voor de te voeren procedure in eerste aanleg bevoegd is. Ingeval in die plaats niet ten minste vier van deze personen kantoor houden, dient de keuzevrijheid zich uit te strekken tot personen binnen het rechtsgebied van het gerecht van eerste aanleg, waarin de genoemde instantie zich bevindt.
3. De verzekeringnemer wordt gewezen op het hem krachtens lid 1, eerste volzin, toekomende recht, wanneer hij verzoekt om de bijstand van een rechtshulpverlener voor een gerechtelijke of administratieve procedure; in geval van een belangenconflict wordt hij gewezen op het hem krachtens lid 1, tweede volzin, toekomende recht. Indien de verzekeraar een andere onderneming heeft belast met de schaderegeling (§ 158j, tweede volzin), gaan deze mededelingsverplichtingen over op die onderneming.”
C – Algemene voorwaarden van de rechtsbijstandverzekering
10. De algemene voorwaarden van de rechtsbijstandverzekering zijn standaardbepalingen die zijn opgesteld door het Oostenrijkse verbond van verzekeraars. Artikel 6.7.3. van deze voorwaarden in de voor het jaar 1995 geldende versie (hierna: „ARB 1995”) luidt:
„Indien meerdere verzekeringnemers voor de behartiging van hun juridische belangen verzekeringsbescherming genieten uit hoofde van een of meer verzekeringsovereenkomsten, en hun belangen zich op grond van een gelijke of gelijksoortige oorzaak tegen dezelfde wederpartij(en) richten, dan is de verzekeraar gerechtigd om zijn prestatie in eerste instantie te beperken tot de buitengerechtelijke behartiging van de juridische belangen van de verzekeringnemers en tot het voeren van noodzakelijke proefprocessen door rechtshulpverleners welke door hem zijn gekozen. Wanneer of zodra de verzekeringnemers door deze maatregelen niet voldoende worden beschermd tegen verlies van hun aanspraken, in het bijzonder door dreigende verjaring, draagt de verzekeraar bovendien de kosten van collectieve rechtsvorderingen of andere collectieve vormen van buitengerechtelijke en gerechtelijke belangenbehartiging door rechtshulpverleners welke door hem zijn gekozen.”
III – Feiten, hoofdgeding en prejudiciële vragen
11. Verzoeker in het hoofdgeding, E. Eschig, heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij verweerster in het hoofdgeding, UNIQA Sachversicherung AG, waarbij de toepasselijkheid van de ARB 1995 is overeengekomen.
12. Verzoeker in het hoofdgeding had geld belegd bij twee ondernemingen die beleggingsdiensten verrichtten. Beide ondernemingen zijn insolvent geworden. Als gevolg hiervan leed hij – evenals enkele duizenden andere beleggers – schade. Hij gaf een in zijn woonplaats gevestigd advocatenkantoor opdracht, voor hem op te treden, in het bijzonder in de tegen de insolvente ondernemingen ingeleide faillissementsprocedure, in een tegen de organen van deze ondernemingen ingestelde strafvervolging, en in een tegen de Republiek Oostenrijk ingestelde procedure wegens tekortschietend toezicht op de financiële markten.
13. Verzoeker in het hoofdgeding verzocht verweerster om de toezegging dat het optreden van zijn advocaten in het verleden en in de toekomst onder de dekking van zijn rechtsbijstandverzekering viel. Verweerster wees dit verzoek van de hand, stellende dat ongeveer 180 gedupeerden bij haar voor rechtsbijstand zijn verzekerd. Ingevolge artikel 6.7.3 van de ARB 1995 kan in een dergelijk geval van de verzekeringnemers worden verlangd, in plaats van individueel procedures aan te spannen, deel te nemen aan een proefproces respectievelijk een collectieve actie, en kan de verzekeraar in dat geval de rechtshulpverlener aanwijzen. Verweerster zou bijgevolg niet gehouden zijn de kosten van de individuele procedure van verzoeker in het hoofdgeding te vergoeden.
14. Hierop heeft verzoeker in het hoofdgeding een vordering ingesteld tegen verweerster, strekkende tot vaststelling, in de eerste plaats, dat verweerster verplicht is de kosten te vergoeden van het optreden van zijn advocaten in de voornoemde en in toekomstige procedures, en, in de tweede plaats, dat artikel 6.7.3. van de ARB 1995 nietig is en bijgevolg geen bestanddeel vormt van de overeengekomen rechtsbijstandverzekering. De vordering van verzoeker in het hoofdgeding is in twee instanties afgewezen. In beide instanties oordeelde de rechter dat een uitlegging van § 158k VersVG volgens welke een massaschadeclausule als artikel 6.7.3. van de ARB 1995 geldig is, in overeenstemming is met artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344/EEG.
15. De rechter in Revision twijfelt over de uitlegging van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344. Enerzijds voorziet deze bepaling in een recht op vrije keuze van de rechtshulpverlener, hetgeen voor het standpunt van verzoeker in het hoofdgeding pleit. Anderzijds zijn er naar zijn oordeel goede redenen voor de toelaatbaarheid van een massaschadeclausule in gevallen waarin een groot aantal rechtsbijstandverzekerden als gevolg van dezelfde gebeurtenis schade lijdt. De kosten van een proefproces of van een door één rechtshulpverlener voor meerdere verzekerden ingestelde vordering zijn aanzienlijk lager dan die van individuele acties. Een dergelijke kostenbeperking zou ook in het belang van de gezamenlijke verzekerden zijn.
16. Voor het geval dat een zodanige uitlegging van § 158 k VersVG verenigbaar is met artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344, vraagt de verwijzende rechter zich af volgens welke criteria massaschadegevallen moeten worden onderscheiden van andere gevallen. Hij betwijfelt of een clausule als artikel 6.7.3. van de ARB 1995, volgens welke de betrokkenheid van „meerdere verzekeringnemers” voldoende is om de verzekeraar de rechtshulpverlener te laten kiezen, verenigbaar is met de bedoeling en de vereisten van richtlijn 87/344.
17. De verwijzende rechter heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de navolgende vragen voorgelegd:
1. Moet artikel 4, lid 1, van richtlijn 87/344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering aldus worden uitgelegd dat daarmee in strijd is een clausule in de algemene verzekeringsvoorwaarden van een rechtsbijstandverzekeraar, die bepaalt dat de verzekeraar in verzekeringsgevallen waarin een groter aantal verzekeringnemers schade lijdt door hetzelfde feit (bijvoorbeeld de insolventie van een onderneming die beleggingsdiensten verricht), gerechtigd is om een rechtshulpverlener te kiezen, en die zodoende het recht op vrije keuze van de rechtshulpverlener van de individuele verzekeringnemer beperkt?
2. Bij ontkennende beantwoording van de eerste vraag:
Onder welke voorwaarden is er sprake van een massaschade op grond waarvan conform (of in aanvulling op) genoemde richtlijn het recht om de rechtshulpverlener te kiezen, aan de verzekeraar kan worden toegekend in plaats van aan de verzekeringnemer?
IV – Procesverloop voor het Hof
18. Het prejudiciële verzoek van 23 april 2008 is op 15 mei 2008 ter griffie van het Hof ingekomen.
19. Verzoeker en verweerster in het hoofdgeding, de Oostenrijkse regering en de Tsjechische regering alsmede de Commissie van de Europese Gemeenschappen hebben schriftelijke opmerkingen ingediend.
20. Ter terechtzitting van 11 maart 2009 hebben de vertegenwoordigers van verzoeker en verweerster in het hoofdgeding, de Oostenrijkse regering en de Tsjechische regering alsmede de Commissie het woord gevoerd en hun verklaringen aangevuld.
V – Belangrijkste argumenten van partijen
21. Voor partijen staat het buiten kijf dat richtlijn 87/344 tot doel heeft belemmeringen bij de markttoegang in de sector rechtsbijstandverzekeringen weg te nemen, voortkomend uit nationale regelingen ter voorkoming van belangenconflicten. In Duitsland gold vóór de vaststelling van richtlijn 87/344 het zogenoemde Spartentrennungsgebot (vereiste van branchescheiding), dat de toegang van verzekeraars uit andere lidstaten beperkte. Teneinde de verzekeringsmaatschappijen uit andere lidstaten gemakkelijker toegang te verschaffen tot de markt, maar tegelijkertijd ook de voorkoming van belangenconflicten te waarborgen, voorziet artikel 3, lid 2, van richtlijn 87/344 in drie structurele alternatieve oplossingen die belangenconflicten moeten voorkomen. Deze houden in dat, in de eerste plaats, personeel dat rechtsbijstandschade regelt niet in een andere verzekeringstak werkzaam mag zijn, in de tweede plaats, de schaderegeling aan een andere onderneming wordt toevertrouwd en, in de derde plaats, het de verzekerde vrij staat om een rechtshulpverlener van zijn keuze in te schakelen.
22. Voorts staat het voor partijen vast dat artikel 4, lid 1, sub b, van richtlijn 87/344 de rechtsbijstandverzekerde te zijner bescherming een recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener garandeert, wanneer ondanks de structurele regeling van artikel 3, lid 2, van richtlijn 87/344 een concreet belangenconflict zou ontstaan.
23. Partijen verschillen evenwel van mening met betrekking tot de uitlegging van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344.
24. Volgens verzoeker in het hoofdgeding, de Republiek Oostenrijk en de Tsjechische Republiek waarborgt artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 een recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener in gerechtelijke of administratieve procedures, dat niet afhangt van de keuze van welke van de bovengenoemde alternatieve oplossing ook, noch van het bestaan van een concreet belangenconflict. Verzoeker in het hoofdgeding is van mening dat de zelfstandige betekenis van het in artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 opgenomen recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener hieruit blijkt dat dit recht niet afhangt van het bestaan van een belangenconflict, maar wel door de beperking tot gerechtelijke of administratieve procedures een minder ruime werkingssfeer heeft dan artikel 4, lid 1, sub b, van richtlijn 87/344. De Republiek Oostenrijk wijst erop dat de vrije keuze van een rechtshulpverlener ten opzichte van het oorspronkelijke richtlijnontwerp weliswaar is beperkt tot gerechtelijke of administratieve procedures, maar dat deze keuze in dit ingeperkte kader zelfstandige betekenis toekomt.
25. Verzoeker in het hoofdgeding, de Republiek Oostenrijk en de Tsjechische Republiek zijn van mening dat de bewoordingen van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 niet toelaten dat de rechtshulpverlener door de rechtsbijstandverzekeraar en niet door de rechtsbijstandverzekerde wordt gekozen.
26. Ook artikel 5 van richtlijn 87/344 zou geen grondslag kunnen bieden voor een beperking. Vóór de vaststelling van richtlijn 87/344 verleenden in een aantal lidstaten belangenverenigingen van automobilisten hun leden bij verkeersongevallen juridische bijstand door middel van eigen rechtshulpverleners. Artikel 5 van richtlijn 87/344 zou een uitzonderingsbepaling zijn ter voortzetting van deze praktijk.
27. Een beperkende uitlegging respectievelijk teleologische reductie van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 met het oog op massaschadegevallen wijzen zij van de hand. Verzoeker in het hoofdgeding betoogt dat het verschijnsel van massaschadegevallen bekend was ten tijde van de vaststelling van richtlijn 87/344. Bijgevolg kan de werkingssfeer van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 niet worden beperkt op grond van de nieuwheid van massaschadegevallen. De Republiek Oostenrijk wijst in dit verband op de onbepaaldheid van het begrip „massaschadegevallen”. Ten slotte voeren verzoeker in het hoofdgeding en de Tsjechische Republiek talrijke nadelen aan die bij de toepassing van een massaschadeclausule voor de rechtsbijstandverzekerde kunnen ontstaan.
28. Verzoeker in het hoofdgeding, de Republiek Oostenrijk en de Tsjechische Republiek geven in overweging de eerste prejudiciële vraag aldus te beantwoorden dat artikel 4, lid 1, van richtlijn 87/344 in de weg staat aan een beperking van het recht van de rechtsbijstandverzekerde op vrije keuze van de rechtshulpverlener als die waar het in het hoofdgeding om gaat.
29. Verweerster in het hoofdgeding is van mening dat richtlijn 87/344 niet tot doel heeft de rechtsbijstandverzekerde een recht op vrije keuze van de rechtshulpverlener te verlenen.
30. Aangezien artikel 3 van richtlijn 87/344 voorziet in drie alternatieven ter voorkoming van belangenconflicten en geen ervan mag worden bevoordeeld, kan artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 niet aldus worden uitgelegd dat hiermee in alle gevallen een recht van vrije keuze van een rechtshulpverlener wordt verleend.
31. Dit blijkt haars inziens reeds uit de bewoordingen van de elfde overweging van de considerans van richtlijn 87/344, waarin dit recht wordt erkend telkens wanneer er zich een belangenconflict voordoet. Hieruit valt a contrario te concluderen dat wanneer er geen belangenconflict bestaat, er in beginsel ook geen recht op vrije keuze van rechtshulpverlener is.
32. Ook de in artikel 5 van richtlijn 87/344 opgenomen uitzondering wijst haars inziens in die richting. Blijkens deze bepalingen zijn uitzonderingen op de vrije keuze van een rechtshulpverlener toelaatbaar. Artikel 5 van richtlijn 87/344 is geen absolute uitzondering, maar enkel een voorbeeld. Wat massaschadegevallen betreft, waarmee geen rekening is gehouden, is in het belang van de rechtsbijstandverzekerde een overeenkomstige respectievelijk analoge uitlegging van artikel 5 van richtlijn 87/344 noodzakelijk. Door in § 158k, lid 2, VersVG het recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener geografisch te beperken, zou Oostenrijk reeds een dergelijke uitzondering bij wet hebben vastgesteld.
33. Volgens verweerster in het hoofdgeding is dit ook in overeenstemming met het nuttig effect van de richtlijn. Doorslaggevend behoort te zijn welke uitlegging het grootste praktische nut oplevert. In de verzekeringssector dient altijd te worden uitgegaan van het belang van de gezamenlijke rechtsbijstandverzekerden. Bijgevolg moet het streven zijn de meest vergaande gelijke behandeling van de verzekerden te verwezenlijken en het beschikbare kapitaal voor alle rechtsbijstandverzekerden op gelijke voet en zo doeltreffend mogelijk toegankelijk te maken. Rekening houdend met een voor elke consument betaalbare rechtsbijstand is het absoluut noodzakelijk om te voorzien in uitzonderingsregelingen bij massaschadegevallen.
34. Tevens is bij de vaststelling van richtlijn 87/344 in 1987 nog geen rekening gehouden met massaschadegevallen.
35. Daarnaast wijst verweerster in het hoofdgeding op de gevolgen van de ongeldigheid van een massaschadeclausule. In dit verband staat zij om te beginnen stil bij de concurrentieverhouding tussen rechtsbijstandverzekeringen en de financiering van proceskosten. Vervolgens wijst zij erop dat de dekkingsomvang van een rechtsbijstandverzekering niet door richtlijn 87/344 wordt geregeld. Bijgevolg kan de ongeldigheid van een massaschadeclausule leiden tot de uitsluiting van bepaalde risico’s en de vaststelling van een dekkingsplafond.
36. Ten slotte wijst zij op de voordelen die een massaschadeclausule voor de rechtsbijstandverzekerden heeft.
37. Verweerster in het hoofdgeding geeft het Hof in overweging de eerste prejudiciële vraag aldus te beantwoorden dat artikel 4, lid 1, van richtlijn 87/344 in die zin moet worden uitgelegd, dat het in geval van massaschade toelaatbaar is dat het recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener van de rechtsbijstandverzekerde naar de rechtsbijstandverzekeraar verschuift.
38. Wat de tweede prejudiciële vraag betreft, betoogt verweerster in het hoofdgeding dat bij massaschade meerdere personen een schade lijden die zich – op zijn minst in abstracte zin – ertoe leent om uit proceseconomische overwegingen in één gerechtelijke procedure of een proefproces te worden behandeld. In dit verband is van belang of er sprake is van gevallen waarin de schadeveroorzakende gebeurtenis van verstrekkende betekenis is, of de schade de individuele verzekerden rechtstreeks treft en van soortgelijke aard is, of het gaat om eenzelfde rechtsgrondslag en of de laedens in wezen een en dezelfde is.
39. Volgens de Commissie is het in artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 opgenomen recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener geen zelfstandig doel van de richtlijn. Anders zouden de eerste twee structurele alternatieven in artikel 3, lid 2, van richtlijn 87/344 geen betekenis hebben. Zij zouden in dat geval geen alternatieve oplossingen meer vormen, maar enkel bijkomende maatregelen.
40. De Commissie herinnert eraan dat richtlijn 87/344 op dit punt afwijkt van haar oorspronkelijke voorstel. Hierin was een originair recht op vrije keuze van de rechtshulpverlener opgenomen. De communautaire wetgever heeft dit voorstel evenwel niet volledig overgenomen. In het bijzonder is de vrije keuze van de rechtshulpverlener tot gerechtelijke of administratieve procedures beperkt.
41. Ook de elfde overweging van considerans van de richtlijn pleit voor deze uitlegging. Volgens die overweging vereist het belang van de rechtsbijstandverzekerde dat deze zelf zijn advocaat kan kiezen en zulks telkens wanneer er zich een belangenconflict voordoet.
42. De Commissie is van mening dat richtlijn 87/344 niet voorziet in een absoluut recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener. Het recht uit hoofde van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 kan bijgevolg worden beperkt voor zover hiermee het belang van de individuele rechtsbijstandverzekerde wordt gediend.
43. Haars inziens zijn er geen aanwijzingen dat bij de totstandkoming van de richtlijn ook gesproken is over massaschade. Bijgevolg staat richtlijn 87/344 niet in de weg aan het gebruik van een massaschadeclausule, mits de bescherming van de verzekerden gewaarborgd is.
44. Wat betreft de vraag aan de hand van welke criteria moet worden vastgesteld wanneer sprake is van massaschade, kan er in de onderhavige zaak met ten minste 16 000 gedupeerden hoe dan ook geen twijfel bestaan en is de beantwoording ervan bijgevolg overbodig.
45. De Commissie geeft in overweging de eerste prejudiciële vraag aldus te beantwoorden dat artikel 4, lid 1, van richtlijn 87/344 in die zin moet worden uitgelegd, dat het daarin bepaalde niet in de weg staat aan een clausule volgens welke in verzekeringszaken waarin een groot aantal rechtsbijstandverzekerden schade lijdt door hetzelfde feit, de rechtsbijstandverzekeraar een rechtshulpverlener kan kiezen, en die zodoende het recht op vrije keuze van de rechtshulpverlener van de individuele verzekerde beperkt.
VI – Juridische beoordeling
A – Eerste prejudiciële vraag
46. Met zijn eerste vraag verzoekt de verwijzende rechter om uitlegging van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344. Hij wenst te vernemen of deze bepaling aldus moet worden uitgelegd dat daarmee in strijd is een uitlegging van een nationaal voorschrift als § 158 k VersVG, volgens welke een massaschadeclausule in rechtsbijstandverzekeringsovereenkomsten geldig is.
47. Mijns inziens moet deze vraag om de navolgende redenen bevestigend worden beantwoord. In de eerste plaats bevat de formulering van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 geen uitzondering met betrekking tot massaschade (1). In de tweede plaats pleit de systematiek van richtlijn 87/344 voor een zelfstandige betekenis van de in artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 opgenomen vrije keuze van de rechtshulpverlener in gerechtelijke of administratieve procedures (2). In de derde plaats kan artikel 5 van richtlijn 87/344 niet analoog op massaschade worden toegepast (3). In de vierde plaats is niet voldaan aan de voorwaarden voor een teleologische reductie van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 (4).
1. De formulering van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344
48. Ingevolge artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 moet in elke overeenkomst inzake rechtsbijstandverzekering uitdrukkelijk worden bepaald dat indien een rechtshulpverlener wordt gevraagd de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, de verzekerde vrij is om deze rechtshulpverlener te kiezen.
49. Volgens de bewoordingen van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 beperkt dit keuzerecht zich weliswaar tot gerechtelijke of administratieve procedures. Binnen het kader van deze beperking valt evenwel geen uitzondering voor massaschade te ontdekken. Uitgaande van het beginsel ubi lex non distinguit, nec nos distinguere debemus pleit de formulering van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 derhalve tegen een onderscheid tussen massaschadegevallen en andere gevallen. De bewoordingen van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 verzetten zich bijgevolg tegen de toelaatbaarheid van een massaschadeclausule volgens welke de rechtsbijstandverzekeraar en niet de rechtsbijstandverzekerde de rechtshulpverlener kan kiezen.
2. De zelfstandige betekenis van het recht van vrije keuze van een rechtshulpverlener in gerechtelijke of administratieve procedures
50. Verweerster in het hoofdgeding en de Commissie zijn van mening dat het in artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 opgenomen recht van vrije keuze van een rechtshulpverlener geen zelfstandige betekenis toekomt. Aangezien zij voor hun standpunt verwijzen naar de systematiek, het doel en de ontstaansgeschiedenis van richtlijn 87/344, wil ik om te beginnen kort stilstaan bij de ontstaansgeschiedenis, het doel en de inhoud van deze richtlijn.
51. Richtlijn 87/344 is een van meer richtlijnen(4) die zijn vastgesteld om de markttoegang in de sector directe verzekeringen te vergemakkelijken.(5) Op het gebied van de rechtsbijstandverzekering bestonden als gevolg van de verschillende nationale regelingen ter voorkoming van belangenconflicten belemmeringen voor de toegang tot de markt.(6)
52. Belangen kunnen met name dan botsen, wanneer een verzekeraar verzekeringen uit verschillende verzekeringsbranches aanbiedt. Ingeval een verzekeraar bijvoorbeeld zowel wettelijke-aansprakelijkheids- als rechtsbijstandverzekeringen aanbiedt, kan niet worden uitgesloten dat hij bij een geschil zowel voor de laedens als voor de gelaedeerde optreedt.(7)
53. Ter voorkoming van belangenconflicten gold in Duitsland het vereiste van branchescheiding. Aangezien verzekeringsmaatschappijen in de meeste andere lidstaten evenwel in verschillende verzekeringsbranches tegelijk actief zijn, voldeden zij niet aan dit vereiste. Voor deze maatschappijen vormde het vereiste van branchescheiding derhalve een belemmering voor de toegang tot de markt.
54. Met richtlijn 87/334 werd beoogd deze belemmeringen van de toegang tot de markt weg te nemen door waarborgen te scheppen ter voorkoming van belangenconflicten.(8) In dit licht moet artikel 3, lid 2, van richtlijn 87/344 worden gezien. Hierin zijn drie structurele alternatieve oplossingen ter voorkoming van belangenconflicten opgenomen:
– de sub a opgenomen oplossing houdt in wezen in dat een medewerker van de verzekeringsmaatschappij zich speciaal bezighoudt met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze regeling en niet tegelijkertijd een soortgelijke werkzaamheid uitoefent (hierna: „specialisatiemodel”);
– bij de tweede oplossing (sub b) wordt de schaderegeling van de branche rechtsbijstand aan een juridisch zelfstandige onderneming overgedragen (hierna: „externalisatiemodel”);
– bij de oplossing sub c neemt de verzekeringsmaatschappij in de overeenkomst de bepaling op dat de verzekerde, zodra hij uit hoofde van de polis het recht heeft het optreden van de verzekeraar te eisen, de behartiging van zijn belangen mag toevertrouwen aan een rechtshulpverlener van zijn keuze (hierna: „model van de rechtshulpverlener”).
55. Artikel 3, lid 3, van richtlijn 87/344 beschouwt elk van deze oplossingen als een gelijkwaardige waarborg voor de belangen van de rechtsbijstandverzekerden. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de op hun grondgebied gevestigde verzekeringsmaatschappijen ten minste een van deze alternatieve oplossingen toepassen. Het staat hun evenwel vrij zelf een alternatieve oplossing te kiezen dan wel de verzekeringsmaatschappijen te laten kiezen uit meer dan een alternatieve oplossing.
56. Naast de structurele maatregelen van artikel 3, lid 2, van richtlijn 87/344 ter voorkoming van belangenconflicten voorziet artikel 4, lid 1, sub b, van richtlijn 87/344 in een waarborg tegen concrete belangenconflicten. Ingevolge deze bepaling is een rechtsbijstandverzekerde vrij om een rechtshulpverlener te kiezen wanneer zich een belangenconflict voordoet.
57. Anders dan verweerster in het hoofdgeding en de Commissie menen, volgt noch uit de verhouding van het recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener in gerechtelijke of administratieve procedures krachtens artikel 4, lid 1, sub a, ten opzichte van de structurele maatregelen ter voorkoming van belangenconflicten (a), noch uit de verhouding ervan ten opzichte van het recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener in geval van een belangenconflict (b), noch uit het doel van richtlijn 87/344 (c), noch uit de ontstaansgeschiedenis van richtlijn 87/344 (d), dat dit recht geen zelfstandige betekenis toekomt.
a) Verhouding van het recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/334 ten opzichte van de structurele maatregelen van artikel 3, lid 2, van richtlijn 87/344 ter voorkoming van belangenconflicten
58. Verweerster in het hoofdgeding en de Commissie betogen dat het in artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 opgenomen recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener moet worden opgevat tegen de achtergrond van artikel 3, lid 2, sub c, van richtlijn 87/344 en slechts een specialis van het model van de rechtshulpverlener vormt. Zou aan het recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener een zelfstandige betekenis worden toegekend, dan zou uiteindelijk altijd het in artikel 3, lid 2, sub c, van richtlijn 87/344 neergelegde model van de rechtshulpverlener worden toegepast. De twee andere alternatieve oplossingen, dat wil zeggen het specialisatiemodel van artikel 3, lid 2, sub a, van richtlijn 87/344 en het externalisatiemodel van artikel 3, lid 2, sub b, van richtlijn 87/344, zouden dan geen enkele betekenis meer hebben.
59. Deze benadering vind ik niet overtuigend.
60. Om te beginnen behouden het specialisatiemodel van artikel 3, lid 2, sub a, van richtlijn 87/344 en het externalisatiemodel van artikel 3, lid 2, sub b, van richtlijn 87/344 ook dan hun eigen werkingssfeer, wanneer uit artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 een zelfstandig recht op vrije keuze van een rechtshulpverlener in gerechtelijke of administratieve procedures wordt afgeleid.
61. Het in artikel 3, lid 2, sub c, van richtlijn 87/344 opgenomen model van de rechtshulpverlener reikt namelijk inhoudelijk verder dan artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344. Artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 voorziet enkel in een recht van vrije keuze van een vertegenwoordiger wanneer het tot een gerechtelijke of administratieve procedure komt. In tegenstelling hiermee heeft de rechtsbijstandverzekerde in het in artikel 3, lid 2, sub c, van richtlijn 87/344 neergelegde model van de rechtshulpverlener het recht om de vertegenwoordiging van zijn belangen aan een rechtshulpverlener over te dragen zodra hij op grond van zijn polis een beroep kan doen op zijn verzekeraar, dus reeds voordat er sprake is van een gerechtelijke of administratieve procedure.(9)
62. Een zelfstandig recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener in gerechtelijke of administratieve procedures beperkt weliswaar de werkingssfeer van het specialisatiemodel en het externalisatiemodel, dit neemt niet weg dat beide modellen een eigen werkingssfeer behouden.
63. In de uitlegging daarentegen van verweerster in het hoofdgeding en de Commissie zou artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 geen eigen werkingssfeer meer resten. Wordt het model van de rechtshulpverlener gekozen, bestaat reeds vóór de aanvang van een gerechtelijke of administratieve procedure een recht op vrije keuze van de rechtshulpverlener. Zou artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 enkel bij de keuze voor het model van de rechtshulpverlener toepassing vinden, dan heeft deze bepaling geen betekenis meer.(10)
64. Uitgaande van het Romeinsrechtelijke beginsel ut magis valeat quam pereat, volgens hetwelk een uitlegging die elke bepaling haar eigen betekenis laat, de voorkeur verdient boven een uitlegging die afzonderlijke bepalingen van hun zelfstandige betekenis ontdoet, pleit de verhouding tussen artikel 3, lid 2, en artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 voor een uitlegging die in de laatstgenoemde bepaling een zelfstandig recht op vrije keuze van de rechtshulpverlener ziet.
b) Verhouding van het recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 ten opzichte van de waarborg tegen concrete belangenconflicten van artikel 4, lid 1, sub b, van richtlijn 87/344
65. Artikel 4, lid 1, sub b, van richtlijn 87/344, dat voorziet in een recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener in geval van een concreet belangenconflict, pleit mijns inziens eveneens voor een zelfstandige betekenis van het in artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 geregelde recht van vrije keuze van een rechtshulpverlener in een gerechtelijke of administratieve procedure. Zou deze bepaling beperkt zijn tot enkel de gevallen waarin sprake is van een concreet belangenconflict, dan zou zij naast artikel 4, lid 1, sub b, van richtlijn 87/344 geen zelfstandige betekenis meer hebben.
c) Doel van richtlijn 87/344
66. Ook een verwijzing naar het doel van richtlijn 87/344 kan de zelfstandige betekenis van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 niet in twijfel trekken.
67. Voor zover verweerster in het hoofdgeding in de eerste plaats aanvoert dat de opheffing van belemmeringen voor de toegang tot de markt het hoofddoel van richtlijn 87/344 vormde, dat hiertoe de bepalingen inzake de bescherming van de rechtsbijstandverzekerden tegen belangenconflicten dienden te worden geharmoniseerd en dat geen verdergaande rechten of waarborgen voor rechtsbijstandverzekerden waren beoogd, overtuigt zij mij niet.
68. Weliswaar staat buiten kijf dat richtlijn 87/344 als hoofddoel heeft de opheffing van belemmeringen voor de toegang tot markt door harmonisatie van de beschermingsbepalingen in geval van belangenconflicten. Dit betekent evenwel niet per se dat de richtlijn naast de voorkoming van belangenconflicten niet ook andere doelen kan hebben.
69. In de tweede plaats hebben verweerster in het hoofdgeding en de Commissie in hun schriftelijke opmerkingen erop gewezen dat in de considerans van richtlijn 87/344 enkel de bescherming tegen belangenconflicten wordt genoemd.
70. Dit argument overtuigt mij evenmin. Om te beginnen vloeien de doelstellingen van de richtlijn, die krachtens artikel 249, derde alinea, EG voor de lidstaten verbindend zijn, voort uit de bepalingen van de richtlijn zelf. Hun verbindende werking hangt niet ervan af, of deze doelstellingen in de considerans individueel worden genoemd.
71. Bovendien kan de Duitse taalversie van de elfde overweging van de considerans van richtlijn 87/344 geen steun bieden aan een restrictieve uitlegging van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344, omdat ze afwijkt van de andere taalversies. Volgens andere taalversies houdt het belang van de voor rechtsbijstand verzekerde in dat deze zelf zijn advocaat moet kunnen kiezen of elke andere persoon met de kwalificaties die door het nationale recht worden toegestaan in het kader van gerechtelijke of administratieve procedures en telkens wanneer er zich een belangenconflict voordoet.(11) In andere taalversies wordt bijgevolg in de elfde overweging van de considerans uitdrukkelijk ook verwezen naar het belang van de rechtsbijstandverzekerde bij een keuze van een rechtshulpverlener in het kader van gerechtelijke of administratieve procedures, en zulks los van de bescherming tegen belangenconflicten.(12)
d) Ontstaansgeschiedenis van richtlijn 87/344
72. De Commissie betoogt verder dat uit de ontstaansgeschiedenis van richtlijn 87/344 blijkt dat, anders dan in het oorspronkelijke richtlijnontwerp, niet kan worden uitgegaan van een algemeen recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener. In het oorspronkelijke ontwerp was voorzien in een onbeperkt keuzerecht.(13)
73. Ook dit argument kan mij niet overtuigen. Zoals hiervoor gezegd, is het recht van vrije keuze van een rechtshulpverlener in de uiteindelijke versie weliswaar anders geformuleerd en beperkt tot vertegenwoordiging in het kader van gerechtelijke of administratieve procedures. Deze enkele omstandigheid biedt evenwel geen aanknopingspunten voor het argument dat de tot gerechtelijke of administratieve procedures beperkte keuze van een rechtshulpverlener naast het doel van de vermijding van belangenconflicten geen eigen betekenis toekomt. Integendeel, de ontstaansgeschiedenis van de richtlijn laat net zo goed de conclusie toe dat weliswaar het oorspronkelijke doel van een vrije keuze van de rechtshulpverlener beperkt is tot gerechtelijke of administratieve procedures, maar als zodanig niet afhangt van het bestaan van een belangenconflict. Noch het oorspronkelijke Commissievoorstel(14), noch andere tot de wetgevingsprocedure behorende documenten(15) wijzen erop dat artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 enkel is bedoeld als bijkomend instrument ter vermijding van belangenconflicten en geen zelfstandig recht op keuze van de rechtshulpverlener schept.(16)
e) Voorlopige conclusie
74. Mijn voorlopige conclusie luidt derhalve dat de plaats van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 in het algemene systeem van richtlijn 87/344 en de doelstellingen van de richtlijn pleiten voor een zelfstandige betekenis van het recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener in gerechtelijke of administratieve procedure en dat de ontstaansgeschiedenis van de richtlijn op zijn minst niet in een andere richting wijst.(17)
3. Analoge toepassing van artikel 5 van richtlijn 87/344 op massaschade
75. Volgens verweerster in het hoofdgeding vloeit uit artikel 5 van richtlijn 87/344 voort dat het in artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 neergelegde recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener kan worden beperkt. Dit betoog moet eveneens van de hand worden gewezen. Uit artikel 5 van richtlijn 87/344 valt noch direct, noch naar analogie een mogelijkheid tot beperking van de vrije keuze van de rechtshulpverlener bij massaschadegevallen af te leiden.
76. Om te beginnen voorziet artikel 5 van richtlijn 87/344 in een eng beperkte uitzondering op het recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener. Het bepaalt uitdrukkelijk dat een lidstaat het recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener enkel kan beperken, indien alle daarin bepaalde voorwaarden cumulatief zijn vervuld. Artikel 5 van richtlijn 87/344 kan dus gezien de tekst ervan niet als een indicatieve opsomming worden opgevat.
77. Voorts is artikel 5 van richtlijn 87/334 een op zichzelf staande, op een concrete situatie gerichte bepaling die zich bijgevolg niet leent voor analoge toepassing. Zij werd op initiatief van bepaalde lidstaten opgenomen teneinde de status quo met betrekking tot op verkeersongelukken gerichte rechtsbijstandverzekeringen van Britse en Nederlandse belangenverenigingen van automobilisten te handhaven.(18)
78. Ten slotte pleit het bestaan van een strikt afgebakende en niet analoog toepasbare bijzondere bepaling mijns inziens eerder tegen dan voor een algemene mogelijkheid van inperking van het in artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 opgenomen recht.
4. Teleologische reductie van het in artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 opgenomen recht van vrije keuze van de rechtsvertegenwoordiger bij massaschade
79. Ten slotte betogen verweerster in het hoofdgeding en de Commissie dat bij de vaststelling van richtlijn 87/344 het verschijnsel massaschade nog niet bekend was. Bijgevolg zou het in artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 opgenomen recht van vrije keuze van de rechtshulpverlener niet op massaschade kunnen worden toegepast.
80. Dit argument moet evenzeer worden afgewezen. Aangezien de bewoordingen van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 niet voorzien in een uitzondering voor massaschade, pleiten verweerster in het hoofdgeding en de Commissie uiteindelijk voor een teleologische reductie van de bepaling. Voorwaarde hiervoor is evenwel dat de formulering van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 tegen de bedoeling van de wetgever in te ruim is uitgevallen. Hiervan kan in casu niet worden uitgegaan.
81. Om te beginnen kan feitelijk niet worden aangenomen dat de communautaire wetgever niet op de hoogte was van het verschijnsel massaschade. Massaschade doet zich niet enkel in de financiële wereld voor. Verzoeker in het hoofdgeding heeft er terecht op gewezen dat de richtlijn in de tijd gezien na het zogenoemde Softenon- respectievelijk Thalidomide-schandaal(19) is vastgesteld.
82. Voor zover verweerster in het hoofdgeding uit juridisch oogpunt betoogt dat rekening moet worden gehouden met de mogelijke invoering van de groepsactie in het Oostenrijkse burgerlijke procesrecht, volstaat het erop te wijzen dat dit argument betrekking heeft op een potentiële mogelijkheid in de toekomst(20) en bijgevolg reeds om die reden in casu geen teleologische reductie kan rechtvaardigen. Ook het feit dat de Commissie op het gebied van het mededingingsrecht(21) of de consumentenbescherming(22) mogelijkheden ter bevordering van collectieve acties heeft aangegeven, is geen grond voor een teleologische reductie. Voor zover in dit verband in de toekomst een wijziging van de bepalingen van richtlijn 87/344 als noodzakelijk wordt beschouwd, is het aan de communautaire wetgever die bepalingen aan te passen.
83. Verder heb ik ernstige twijfels of artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 als te ruim geformuleerd kan worden aangemerkt.
84. In de eerste plaats is het normatieve gehalte van artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 beperkt. Deze bepaling schrijft enkel voor dat er een recht op vrije keuze van de rechtshulpverlener bestaat, indien een rechtshulpverlener wordt gevraagd de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen. Zij bepaalt daarentegen niets over de voorwaarden waaronder de rechtsbijstandverzekerde zich jegens zijn rechtsbijstandverzekeraar kan beroepen op een recht op inschakeling van een rechtshulpverlener. Bijgevolg vloeien deze voorwaarden voort – behoudens andere relevante gemeenschapsrechtelijke of nationale bepalingen – uit de met betrekking tot de rechtsbijstandverzekering gesloten overeenkomst.
85. In de tweede plaats bevat richtlijn 87/344 slechts een gering aantal bijzondere voorwaarden met betrekking tot de inhoudelijke inrichting van rechtsbijstandverzekeringen. Met name is niet geregeld welke gebieden door de rechtsbijstandverzekering moeten worden bestreken. Onverminderd nationale vereisten staat het de verzekeringsmaatschappijen bijgevolg vrij om gebieden met een hoog risico op massaschade uit te sluiten, respectievelijk hogere premies voor de dekking van dergelijke gebieden te verlangen.(23)
86. De met het oog op stabiele premies en een inzichtelijke kostenopbouw door verweerster in het hoofdgeding geëiste bescherming van de gezamenlijke rechtsbijstandverzekerden vereist bijgevolg niet noodzakelijk een beperking van de vrije keuze van de rechtshulpverlener.
5. Resultaat
87. Gelet op het voorgaande moet artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 aldus worden uitgelegd dat daarmee in strijd is de uitlegging van een nationaal voorschrift als § 158 k VersVG, volgens welke in een rechtsbijstandverzekeringsovereenkomst mag worden bepaald dat wanneer een groot aantal verzekeringnemers schade lijdt door hetzelfde feit, de rechtsbijstandverzekeraar en niet de rechtsbijstandverzekerde gerechtigd is om de rechtshulpverlener te kiezen.
B – Tweede prejudiciële vraag
88. Aangezien de tweede prejudiciële vraag subsidiair van aard is, hoeft deze niet te worden beantwoord.
VII – Conclusie
89. Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vragen van de verwijzende rechter te beantwoorden als volgt:
„Artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering moet aldus worden uitgelegd dat daarmee in strijd is de uitlegging van een nationaal voorschrift als § 158 k VersVG, volgens welke in rechtsbijstandverzekeringsovereenkomsten een clausule mag worden opgenomen die bepaalt dat in verzekeringsgevallen waarin een groot aantal verzekeringnemers schade lijdt door hetzelfde feit, de rechtsbijstandverzekeraar en niet de rechtsbijstandverzekerde gerechtigd is om de rechtshulpverlener te kiezen die de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure verdedigt, vertegenwoordigt of zijn belangen behartigt.”
1 – Oorspronkelijke taal: Duits.
2 – PB L 185, blz. 77.
3 – De Duitse taalversie van de elfde overweging van de considerans wijkt aanzienlijk af van de andere taalversies. Ik zal in punt 71 van deze conclusie hierop nader ingaan.
4 – Zie Eerste richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan (PB L 228, blz. 3); Tweede richtlijn 88/357/EEG van de Raad van 22 juni 1988 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, tot vaststelling van bepalingen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het vrij verrichten van diensten en houdende wijziging van richtlijn 73/239/EEG (PB L 172, blz. 1), en Tweede richtlijn 90/619/EEG van de Raad van 8 november 1990 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf, tot vaststelling van de bepalingen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het vrij verrichten van diensten en houdende wijziging van richtlijn 79/267/EEG (PB L 330, blz. 50).
5 – Zie met betrekking tot de nagestreefde doelstellingen de derde overweging van de considerans van richtlijn 87/344; zie dienaangaande ook Bähr, G. W., „Der Rechtsrahmen für Niederlassungen von europäischen Versicherungsunternehmen in Deutschland – zugleich Anmerkungen zur Corporate Compliance für Niederlassungen”, in: Liber amicorum für Gerrit Winter, Verlag Versicherungswirtschaft, 2007, blz. 191-208.
6 – Zie de vierde overweging van de considerans van richtlijn 87/344.
7 – Zie Cerveau, B., en Margeat, H., „Commentaire de la directive du Conseil des Communautés européennes portant coordination des dispositions législatives réglementaires et administratives concernant l’assurance protection juridique”, Gazette du Palais, 1987, blz. 580 en 581.
8 – Zie de achtste overweging van de considerans van richtlijn 87/344.
9 – Zie met betrekking tot de dienaangaande door een aantal verzekeraars gegeven uitlegging van het begrip „gerechtelijke procedure”, Blundell, H., „Free to choose? Before the event legal expenses insurance and freedom of choice”, Journal of Private International Law, 2004, blz. 93 e.v.
10 – Zie Cerveau, B., en Margeat, H. (aangehaald in voetnoot 7, blz. 584).
11 – Veel wijst erop dat de Duitse taalversie berust op een initiële en een hierop volgende fout. Om te beginnen is het zinsdeel over de vertegenwoordiging in gerechtelijke en administratieve procedures niet als een zelfstandig alternatief gezien (zoals ook in artikel 4, lid 1, sub a, tot uitdrukking komend), maar als aanvullende beschrijving van de kwalificatie van de „andere persoon”. Vervolgens werd de zinsnede waarin in de andere taalversies de alternatieve verhouding tussen beide typen van gevallen tot uitdrukking komt (bijvoorbeeld „et chaque fois” in de Franse taalversie en „and whenever” in de Engelse taalversie) foutief vertaald met de woorden „und zwar immer”.
12 – Zie de in voetnoot 11 van deze conclusie vermelde Franse en Engelse taalversie. Nadere beschouwing van in het bijzonder de Italiaanse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense en de Spaanse taalversie leidt tot dezelfde uitkomst.
13 – Zie artikel 5 van het voorstel van de Commissie voor de richtlijn van 19 juli 1979, COM(79) 396 def. (PB C 98, blz. 2).
14 – Zie voetnoot 13.
15 – Zie advies van het Economisch en Sociaal Comité inzake een voorstel voor een richtlijn van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering van 19/20 november 1980 (PB C 348, blz. 22); resolutie houdende advies van het Europese Parlement over het voorstel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan de Raad voor een richtlijn tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering van 17 september 1981 (PB C 260, blz. 78), en gewijzigd voorstel voor een richtlijn van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering van 22 februari 1982 (PB C 78, blz. 9).
16 – Zie Fenyves, A., „Zur Zulässigkeit der ‚Massenschadenklausel’ in der Rechtsschutzversicherung”, Versicherungsrundschau, 2006, blz. 22 e.v. en 25, die erop wijst dat de historische uitlegging weinig oplevert.
17 – Aldus in laatste instantie ook Paris, C., „Le régime de l’assurance protection juridique”, Collection des thèses, Édition Larcier, 2004, blz. 67, die artikel 4, lid 1, sub a, van richtlijn 87/344 als zelfstandige waarborg opvat die niet mag worden verward met de structurele maatregelen van artikel 3, lid 2, richtlijn 87/344.
18 – Cerveau, B., en Margeat, H. (aangehaald in voetnoot 7, blz. 584), en Fenyves, A. (aangehaald in voetnoot 16, blz. 23).
19 – Het gaat hierbij om een geneesmiddel met de werkzame stof Thalidomide dat aan het einde van de jaren vijftig in met name Duitsland en het Verenigd Koninkrijk op de markt kwam en misvormingen bij ongeboren kinderen veroorzaakte.
20 – Zie met betrekking tot de procesrechtelijke voorwaarden voor collectieve vorderingen van verschillende gedupeerden: Rechberger, W. H., „Zur Einführung eines ‚Gruppenverfahrens’ in Österreich”, Rechtsschutz gestern, heute, morgen. – Festgabe zum 80. Geburtstag von Rudolf Machacek und Franz Matscher, Neuer Wissenschaftlicher Verlag, 2008, blz. 861-869.
21 – Witboek van de Commissie van 2 april 2008 betreffende de schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels, COM(2008) 165 def.
22 – Groenboek van de Commissie van 27 november 2008 over collectief verhaal voor consumenten, COM(2008) 794 def.
23 – Zie Paris, C., aangehaald in voetnoot 15, blz. 70.
Full & Egal Universal Law Academy