Zaak C‑120/08
Bavaria NV
tegen
Bayerischer Brauerbund eV
(verzoek van het Bundesgerichtshof om een prejudiciële beslissing)
„Prejudiciële verwijzing – Verordeningen (EEG) nr. 2081/92 en (EG) nr. 510/2006 – Toepassing ratione temporis – Artikel 14 – Registratie volgens vereenvoudigde procedure – Verband tussen merken en beschermde geografische aanduidingen”
Samenvatting van het arrest
1. Landbouw – Eenvormige wettelijke regelingen – Bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen – Verordening nr. 2081/92 – Conflict tussen geografische aanduidingen en merken – Artikel 14, lid 1 – Werkingssfeer
(Verordeningen van de Raad nr. 2081/92, art. 14, lid 1, en 17, en nr. 692/2003)
2. Landbouw – Eenvormige wettelijke regelingen – Bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen – Verordening nr. 2081/92 – Conflict tussen geografische aanduidingen en merken – Benaming die volgens vereenvoudigde procedure als geografische aanduiding is geregistreerd
(Verordeningen van de Raad nr. 2081/92, art. 6, lid 2, 13, 14, lid 1, en 17, en nr. 692/2003)
1. Artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen vindt toepassing bij het oplossen van het conflict tussen een benaming die geldig als beschermde geografische aanduiding is geregistreerd volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van deze verordening, en een merk dat valt onder een van de in artikel 13 van deze verordening vermelde situaties en hetzelfde type product betreft, en waarvan de registratieaanvraag zowel vóór de registratie van die benaming als vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 692/2003 houdende wijziging van verordening nr. 2081/92 is ingediend.
In de eerste plaats betreft artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 immers oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen die „overeenkomstig deze verordening” zijn geregistreerd, zonder onderscheid naar de gevolgde registratieprocedure. In de tweede plaats had artikel 17 van verordening nr. 2081/92 tot doel, de in de lidstaten bestaande benamingen die zowel voldeden aan de materiële voorwaarden van die verordening en als reeds wettelijk beschermd waren of door het gebruik algemeen gangbaar waren geworden, volgens een vereenvoudigde procedure te registreren.
In dat verband heeft het bij verordening nr. 2081/92 ingevoerde stelsel, en met name de regeling van artikel 17 van die verordening, de benamingen waarvoor de vereenvoudigde registratieprocedure gold, hetzelfde beschermingsniveau willen bieden als het beschermingsniveau dat wordt gewaarborgd aan de benamingen waarvoor de normale registratieprocedure geldt.
(cf. punten 53‑55, 57, 68 en dictum)
2. De referentiedatum voor de oplossing, overeenkomstig artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen, van een conflict tussen enerzijds een benaming die geldig als beschermde geografische aanduiding is geregistreerd volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92, en anderzijds een merk dat valt onder een van de in artikel 13 van deze verordening vermelde situaties en hetzelfde type product betreft, en waarvan de registratieaanvraag zowel vóór de registratie van die benaming als vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 692/2003 houdende wijziging van verordening nr. 2081/92 is ingediend, is de datum van inwerkingtreding van de registratie van die benaming
De inwerkingtreding van de registratie beantwoordt immers zowel aan het doel van de referentiedatum waarin is voorzien bij artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92, als aan de opzet van deze verordening.
Terwijl in het kader van de normale procedure bij de vaststelling van de referentiedatum met het oog op de toepassing van bovengenoemde bepaling wordt uitgegaan van de bekendmaking op het niveau van de Unie, zoals de bekendmaking waarin is voorzien bij artikel 6 lid 2, van verordening nr. 2081/92, wat aan de eisen van het rechtszekerheidsbeginsel beantwoordt, is in het kader van de vereenvoudigde procedure de eerste bekendmaking van de geregistreerde benamingen op het niveau van de Unie die van hun registratie.
Gezien het feit dat voor de volgens de vereenvoudigde procedure te registreren benamingen de nationale bescherming werd gehandhaafd tot op de datum van de registratie, beantwoordt de vaststelling van de datum van inwerkingtreding van die registratie als referentiedatum voor de door artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 aan die benamingen geboden bescherming, aan de opzet van het bij die verordening ingevoerde stelsel. Aangezien de bekendmaking van de registratie tevens de datum van inwerkingtreding van die registratie omvat, beantwoordt zij bovendien ook aan de eisen van rechtszekerheid.
(cf. punten 60‑66, 68 en dictum)
ARREST VAN HET HOF (Derde kamer)
22 december 2010 (*)
„Prejudiciële verwijzing – Verordeningen (EEG) nr. 2081/92 en (EG) nr. 510/2006 – Toepassing ratione temporis – Artikel 14 – Registratie volgens vereenvoudigde procedure – Verband tussen merken en beschermde geografische aanduidingen”
In zaak C‑120/08,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Bundesgerichtshof (Duitsland) bij beslissing van 20 december 2007, ingekomen bij het Hof op 20 maart 2008, in de procedure
Bavaria NV
tegen
Bayerischer Brauerbund eV,
wijst
HET HOF (Derde kamer),
samengesteld als volgt: K. Lenaerts, kamerpresident, D. Šváby, R. Silva de Lapuerta (rapporteur), E. Juhász en T. von Danwitz, rechters,
advocaat-generaal: J. Mazák,
griffier: B. Fülöp, administrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 10 juni 2010,
gelet op de opmerkingen van:
– Bavaria NV, vertegenwoordigd door G. van der Wal, advocaat, en H. Kunz-Hallstein, Rechtsanwalt,
– Bayerischer Brauerbund eV, vertegenwoordigd door R. Knaak, Rechtsanwalt,
– de Duitse regering, vertegenwoordigd door J. Möller en J. Kemper als gemachtigden,
– de Griekse regering, vertegenwoordigd door I. Chalkias en S. Papaïoannou als gemachtigden,
– de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door G. Palmieri als gemachtigde, bijgestaan door F. Arena, avvocato dello Stato,
– de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door C. Wissels en J. Langer als gemachtigden,
– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door N. Rasmussen, G. von Rintelen en T. van Rijn, als gemachtigden,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 16 september 2010,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 14, lid 1, van verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 208, blz. 1), en van artikel 14, lid 1, van verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 93, blz. 12), wat de beschermde geografische aanduidingen (hierna: „BGA”) betreft die volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92 zijn geregistreerd.
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Bavaria NV (hierna: „Bavaria”) en Bayerischer Brauerbund eV (hierna: „Bayerischer Brauerbund”) betreffende het recht van Bavaria om een merk te gebruiken dat het woord „Bavaria” bevat, gelet op de BGA „Bayerisches Bier”, die is geregistreerd bij verordening (EG) nr. 1347/2001 van de Raad van 28 juni 2001 tot aanvulling van de bijlage bij verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92 (PB L 182, blz. 3).
Toepasselijke bepalingen
Verordening nr. 2081/92
3 Artikel 6 van verordening nr. 2081/92 bepaalt:
„1. Binnen een periode van zes maanden gaat de Commissie door middel van een formeel onderzoek na of de aanvraag alle in artikel 4 genoemde gegevens bevat.
De Commissie stelt de betrokken lidstaat op de hoogte van haar bevindingen.
2. Indien de Commissie, rekening houdend met de bepalingen van lid 1, tot de conclusie is gekomen dat de benaming voor bescherming in aanmerking komt, maakt zij de naam en het adres van de aanvrager, de naam van het product, de belangrijkste gegevens uit de aanvraag, de verwijzingen naar de nationale bepalingen betreffende de bereiding, productie of vervaardiging en, zo nodig, de overwegingen waarop zij haar oordeel baseert, bekend in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
3. Indien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 7, wordt de benaming ingeschreven in een door de Commissie bijgehouden ‚Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen’, dat de namen van de betrokken groeperingen en controle-instanties bevat.
4. De Commissie maakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend:
– de in het register ingeschreven benamingen;
– de overeenkomstig de artikelen 9 en 11 in het register aangebrachte wijzigingen.
5. Indien de Commissie, rekening houdend met het in lid 1 bedoelde onderzoek, tot de conclusie is gekomen dat de benaming niet voor bescherming in aanmerking komt, besluit zij volgens de procedure van artikel 15 om niet over te gaan tot de in lid 2 bedoelde bekendmaking.
Alvorens over te gaan tot de in de leden 2 en 4 bedoelde bekendmakingen en de in lid 3 bedoelde registratie kan de Commissie het in artikel 15 bedoelde comité om advies vragen.”
4 Artikel 13, lid 1, van die verordening luidt:
„Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen:
a) elk rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door de handel van een geregistreerde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, voor zover deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze benaming geregistreerde producten of voor zover het gebruik van de benaming betekent dat wordt geprofiteerd van de reputatie van deze beschermde benaming;
b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven of indien de beschermde benaming is vertaald, of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals ‚soort’, ‚type’, ‚methode’, ‚op de wijze van’, ‚imitatie’, en dergelijke;
c) elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen‑ of buitenverpakking, in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken product, alsmede het gebruik van een recipiënt die tot misverstanden over de oorsprong van het product aanleiding kan geven;
d) elke andere praktijk die het publiek ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.
Indien een geregistreerde benaming de naam omvat van een landbouwproduct of levensmiddel die als soortnaam wordt beschouwd, wordt het gebruik van die soortnaam op dat landbouwproduct of levensmiddel niet beschouwd als strijdig met het bepaalde sub a of b.”
5 In artikel 14 van die verordening is bepaald:
„1. Wanneer een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding overeenkomstig de bepalingen van deze verordening is geregistreerd, wordt de aanvraag tot registratie van een merk dat overeenkomt met een van de in artikel 13 vermelde situaties en dat hetzelfde type product betreft, afgewezen, mits de aanvraag tot registratie van het merk wordt ingediend na de in artikel 6, lid 2, bedoelde datum van bekendmaking.
Merken die in strijd met deze bepalingen zijn geregistreerd, vervallen.
Dit lid geldt eveneens wanneer de aanvraag tot registratie van een merk wordt ingediend vóór de datum van bekendmaking van de registratieaanvraag bedoeld in artikel 6, lid 2, mits deze bekendmaking geschiedt vóór de registratie van het merk.
2. Met inachtneming van het gemeenschapsrecht kan een merk dat overeenkomt met een van de in artikel 13 vermelde situaties en dat te goeder trouw is geregistreerd vóór de datum van indiening van het verzoek om registratie van de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding, ondanks de registratie van een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding verder worden gebruikt wanneer er geen gronden voor nietigheid of vervallenverklaring, respectievelijk bedoeld in Eerste richtlijn 89/104/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten [PB 1989, L 40, blz. 1], artikel 3, lid 1, sub c en sub g, en in artikel 12, lid 2, sub b, van toepassing zijn op het merk.
3. Een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding wordt niet geregistreerd indien de registratie, rekening houdend met de faam en bekendheid van een merk en met de tijd dat het reeds in gebruik is, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product.”
6 Artikel 17 van verordening nr. 2081/92 luidt:
„1. Binnen drie maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening delen de lidstaten de Commissie mee, welke van hun wettelijk beschermde benamingen of, in de lidstaten waar geen beschermingssysteem bestaat, welke van hun door het gebruik algemeen gangbaar geworden benamingen zij krachtens deze verordening willen laten registreren.
2. De Commissie registreert volgens de procedure van artikel 15 de in lid 1 bedoelde benamingen die overeenkomen met de eisen van de artikelen 2 en 4. Artikel 7 is niet van toepassing. Soortnamen worden evenwel niet geregistreerd.
3. De lidstaten kunnen de nationale bescherming van de overeenkomstig lid 1 meegedeelde benamingen handhaven totdat een besluit over de registratie is genomen.”
Verordening (EG) nr. 1107/96
7 De eerste en de tweede overweging van de considerans van verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie van 12 juni 1996 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92 (PB L 148, blz. 1) luiden:
„Overwegende dat de lidstaten, overeenkomstig artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92, binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening aan de Commissie hebben meegedeeld welke van hun wettelijk beschermde benamingen of van hun door het gebruik algemeen gangbaar geworden benamingen zij willen laten registreren;
Overwegende dat uit het onderzoek naar de overeenstemming van deze benamingen met de bepalingen van verordening (EEG) nr. 2081/92, is gebleken dat sommige benamingen aan de eisen van de verordening voldoen en op communautair niveau moeten worden geregistreerd en dus ook worden beschermd als geografische aanduiding of als oorsprongsbenaming”.
8 Artikel 1 van verordening nr. 1107/96 bepaalt:
„De in de bijlage opgenomen benamingen worden geregistreerd als [BGA] of oorsprongsbenaming (BOB) overeenkomstig artikel 17 van verordening (EEG) nr. 2081/92.
De benamingen die niet in de lijst zijn opgenomen maar zijn meegedeeld in het kader van voornoemd artikel 17 blijven in de betrokken lidstaat beschermd totdat er een beslissing over is genomen.”
Verordening (EG) nr. 2400/96
9 De eerste tot en met de vierde overweging van de considerans van verordening (EG) nr. 2400/96 van de Commissie van 17 december 1996 betreffende de inschrijving van bepaalde benamingen in het „Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen” bedoeld in verordening nr. 2081/92 (PB L 327, blz. 11) luiden:
„Overwegende dat de lidstaten, overeenkomstig artikel 5 van verordening (EEG) nr. 2081/92, bij de Commissie voor bepaalde benamingen registratieaanvragen voor een geografische aanduiding of een oorsprongsbenaming hebben ingediend;
Overwegende dat, overeenkomstig artikel 6, lid 1, van voornoemde verordening, is geconstateerd dat deze aanvragen aan de voorschriften van de verordening voldoen, en dat zij met name alle in artikel 4 van de verordening bedoelde gegevens bevatten;
Overwegende dat bij de Commissie geen enkel bezwaar als bedoeld in artikel 7 van voornoemde verordening is ingediend naar aanleiding van de bekendmaking van de betrokken benamingen in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen;
Overwegende dat deze benamingen derhalve in aanmerking komen voor inschrijving in het ‚Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen’ en dus voor bescherming in de hele Gemeenschap als geografische aanduiding of oorsprongsbenaming”.
10 Artikel 1 van verordening nr. 2400/96 bepaalt:
„De in de bijlage vermelde benamingen worden in het in artikel 6, lid 3, van verordening (EEG) nr. 2081/92 bedoelde ‚Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen’ ingeschreven als [BGA] of beschermde oorsprongsbenaming (BOB).”
Verordening (EG) nr. 692/2003
11 In artikel 1, punt 13, van verordening (EG) nr. 692/2003 van de Raad van 8 april 2003 houdende wijziging van verordening nr. 2081/92 (PB L 99, blz. 1) staat te lezen:
„Artikel 14 [van verordening nr. 2081/92] wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt vervangen door:
‚1. Wanneer een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding overeenkomstig de bepalingen van deze verordening is geregistreerd, wordt een aanvraag tot registratie van een merk in situaties als bedoeld in artikel 13 en betrekking hebbende op dezelfde productklasse, afgewezen mits de aanvraag tot registratie van het merk wordt ingediend na de datum waarop de aanvraag tot registratie van de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding bij de Commissie is gedeponeerd.
Merken die in strijd met de bepalingen van de eerste alinea zijn geregistreerd, worden nietig verklaard.’
[...]”
Verordening nr. 510/2006
12 De punten 19 en punt 20 van de considerans van verordening nr. 510/2006 luiden:
„De benamingen die al uit hoofde van verordening (EEG) nr. 2081/92 [...] zijn geregistreerd op de datum waarop deze verordening in werking treedt, moeten de door deze verordening gewaarborgde bescherming genieten en automatisch in het register worden opgenomen. Er moet ook worden gezorgd voor overgangsmaatregelen voor registratieaanvragen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening bij de Commissie zijn ingediend.
Ter wille van de duidelijkheid en de transparantie moet verordening (EEG) nr. 2081/92 worden ingetrokken en door een nieuwe verordening worden vervangen.”
13 In artikel 4 van verordening nr. 510/2006, met als opschrift „Productdossier”, heet het:
„1. Om voor een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) of een [BGA] in aanmerking te komen, moet een product in overeenstemming zijn met een productdossier.
2. Het productdossier omvat ten minste:
[...]”
14 Artikel 7 van die verordening, met als opschrift „Bezwaar, registratiebesluit”, bepaalt in lid 6:
„De Commissie houdt een register bij van beschermde oorsprongsbenamingen en [BGA].”
15 Artikel 13 van die verordening, met als opschrift „Bescherming”, luidt in lid 1:
„Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen:
a) elk rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door de handel van een geregistreerde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, voor zover deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze benaming geregistreerde producten, of voor zover het gebruik van de benaming betekent dat van de reputatie van deze beschermde benaming wordt geprofiteerd;
b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven, of indien de beschermde benaming is vertaald, of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals ‚soort’, ‚type’, ‚methode’, ‚op de wijze van’, ‚imitatie’ en dergelijke;
c) elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen‑ of buitenverpakking, in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken product, alsmede het gebruik van een recipiënt die tot misverstanden over de oorsprong van het product aanleiding kan geven;
d) elke andere praktijk die de consument ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.
Indien een geregistreerde benaming de naam omvat van een landbouwproduct of levensmiddel, die als soortnaam wordt beschouwd, wordt het gebruik van die soortnaam op dat landbouwproduct of levensmiddel niet beschouwd als strijdig met punt a of b.”
16 Artikel 14 van verordening nr. 510/2006, met als opschrift „Verband tussen merken, oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen”, bepaalt in lid 1:
„Wanneer een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding overeenkomstig deze verordening wordt geregistreerd, wordt een aanvraag tot registratie van een merk in situaties zoals vermeld in artikel 13 en betrekking hebbende op dezelfde productklasse, afgewezen als de aanvraag tot registratie van het merk wordt ingediend na de datum waarop de aanvraag tot registratie van de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding bij de Commissie is ingediend.
Merken die in strijd met de bepalingen van de eerste alinea zijn geregistreerd, worden nietig verklaard.”
17 In artikel 17 van die verordening, met als opschrift „Overgangsbepalingen”, heet het:
„1. De benamingen die op de dag van inwerkingtreding van deze verordening opgenomen zijn in de bijlage bij verordening (EG) nr. 1107/96 [...] en die welke opgenomen zijn in de bijlage bij verordening (EG) nr. 2400/96 [...], worden automatisch opgenomen in het in artikel 7, lid 6, van deze verordening vermelde register. De bijbehorende productdossiers worden gelijkgesteld met de productdossiers bedoeld in artikel 4, lid 1. Bijzondere overgangsmaatregelen met betrekking tot deze registraties blijven van toepassing.
2. Voor hangende aanvragen, verklaringen en verzoeken die de Commissie vóór de datum van inwerkintreding van deze verordening heeft ontvangen:
a) gelden de procedures van artikel 5 niet, onverminderd artikel 13, lid 3, en
b) wordt de overeenkomstig verordening (EG) nr. 383/2004 van de Commissie [van 1 maart 2004 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 2081/92 ten aanzien van de samenvatting van de belangrijkste gegevens uit de productdossiers (PB L 64, blz. 16)] opgestelde samenvatting van het productdossier vervangen door het enige document bedoeld in artikel 5, lid 3, sub c.
3. De Commissie kan, indien nodig, volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde procedure, andere overgangsbepalingen vaststellen.”
18 Artikel 19 van verordening nr. 510/2006 bepaalt:
„Verordening (EEG) nr. 2081/92 wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de in bijlage III opgenomen concordantietabel.”
Hoofdgeding en prejudiciële vragen
19 Bayerischer Brauerbund is een Duitse vereniging die tot doel heeft de gemeenschappelijke belangen van de Beierse bierbrouwers te beschermen. Volgens een attest van het Amtsgericht München dateren haar statuten van 7 december 1917. Bayerischer Brauerbund is houder van de geregistreerde collectieve merken „Genuine Bavarian Beer” (sinds 1958), „Bayrisch Bier” en „Bayrisches Bier” (sinds 1968), en „Reinheitsgebot seit 1516 Bayrisches Bier” (sinds 1985).
20 Bavaria is een Nederlandse handelsonderneming die bier brouwt. Zij is internationaal actief. Zij is oorspronkelijk opgericht onder de naam „Firma Gebroeders Swinkels” en maakt sinds 1925 gebruik van het woord „Bavaria”, dat zij in 1930 in haar naam heeft opgenomen. Bavaria was en is nog steeds houdster van verschillende geregistreerde merken en figuratieve bestanddelen die het woord „Bavaria” bevatten. Deze zijn geregistreerd in 1947, 1971, 1982, 1991, 1992 en 1995. Sommige van deze merken is bescherming geweigerd in Duitsland in 1973, 1992 en 1993.
21 Over de benaming „Bayerisches Bier” zijn bilaterale overeenkomsten inzake de bescherming van herkomstaanduidingen, oorsprongsbenamingen en andere geografische benamingen gesloten tussen de Bondsrepubliek Duitsland, enerzijds, en de Franse Republiek (1961), de Italiaanse Republiek (1963), de Helleense Republiek (1964), de Zwitserse Bondsstaat (1967) en het Koninkrijk Spanje (1970), anderzijds.
22 Op 28 september 1993 heeft Bayerischer Brauerbund in samenspraak met twee andere Beierse verenigingen op grond van artikel 17, lid 1, van verordening nr. 2081/92 een aanvraag tot registratie als BGA bij de Duitse regering ingediend. Op 20 januari 1994 heeft de Duitse regering de aanvraag tot registratie van de BGA „Bayerisches Bier” aan de Commissie doorgestuurd overeenkomstig de in die bepaling vastgestelde vereenvoudigde procedure.
23 Ter aanvulling van het dossier is veel informatie uitgewisseld tussen de Commissie en de Duitse autoriteiten. Op 20 mei 1997 werd het dossier als volledig beschouwd. Het definitieve dossier is aan de Commissie toegezonden bij brief van 28 maart 2000.
24 Twee ontwerpverordeningen van de Commissie ter registratie van „Bayerisches Bier” als BGA zijn meermaals besproken in het Regelgevend Comité voor beschermde geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen. Besproken werd met name of er merken waren die ook de woorden „Bayerisches Bier” of de vertaling daarvan bevatten.
25 Aangezien de door artikel 15, tweede alinea, van verordening nr. 2081/92 vereiste meerderheid binnen voormeld comité niet werd bereikt, kon het niet binnen de gestelde termijn een advies uitbrengen. De Commissie vormde haar ontwerp dus om tot een voorstel voor een verordening van de Raad, die vervolgens verordening nr. 1347/2001 heeft vastgesteld, waarbij „Bayerisches Bier” als BGA is geregistreerd door de opneming ervan in de lijst van benamingen in de bijlage bij verordening nr. 1107/96.
26 Na soortgelijke procedures in andere lidstaten heeft Bayerischer Brauerbund bij het Landgericht München een vordering aanhangig gemaakt om Bavaria te gelasten in te stemmen met de doorhaling van de bescherming van een van de in punt 20 van het onderhavige arrest vermelde merken, te weten internationaal merk nr. 645 349, dat in Duitsland is beschermd met voorrang vanaf 28 april 1995.
27 Het Landgericht München heeft de vordering van Bayerischer Brauerbund toegewezen. Het tegen dat vonnis ingestelde hoger beroep werd verworpen door het Oberlandesgericht München. Bavaria heeft bij de verwijzende rechter beroep tot „Revision” ingesteld.
28 In deze omstandigheden heeft het Bundesgerichtshof de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:
„1) Is artikel 14, lid 1, van verordening [...] nr. 510/2006 van toepassing, wanneer de beschermde aanduiding geldig is geregistreerd volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van verordening [...] nr. 2081/92 [...]?
2) a) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: van welk tijdstip moet worden uitgegaan tot bepaling van de rangorde in de tijd van de beschermde geografische aanduiding in de zin van artikel 14, lid 1, van verordening [...] nr. 510/2006?
b) Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord: welke bepaling is van toepassing op een conflict tussen een volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van verordening [...] nr. 2081/92 geldig geregistreerde geografische aanduiding en een merk, en hoe moet de rangorde in de tijd van de beschermde geografische aanduiding worden bepaald?
3) Kan op de nationale bepalingen inzake de bescherming van geografische aanduidingen worden teruggegrepen, wanneer de aanduiding ‚Bayerisches Bier’ voldoet aan de registratievoorwaarden van verordening [...] nr. 2081/92 en verordening (EG) nr. 510/2006, maar verordening [...] nr. 1347/2001 ongeldig is?”
29 Bij beschikking van de president van het Hof van 8 mei 2008 is de behandeling van de onderhavige zaak geschorst tot de uitspraak van het arrest in de zaak Bavaria en Bavaria Italia (arrest van 2 juli 2009, C‑343/07, Jurispr. blz. I‑5491). Die zaak betrof een verzoek om een prejudiciële beslissing dat door de Corte d’appello di Torino (Italië) was ingediend in het kader van een geding waarin onder meer aan de orde was, of verordening nr. 1347/2001 geldig was, en waarin Bavaria en Bayerischer Brauerbund eveneens tegenover elkaar stonden.
Beantwoording van de prejudiciële vragen
30 Om te beginnen moet worden opgemerkt dat de eerste en de tweede vraag vooronderstellen dat verordening nr. 1347/2001 geldig is, terwijl de derde vraag ervan uitgaat dat deze ongeldig is.
31 Bijgevolg moet de derde vraag vóór de eerste en de tweede vraag worden behandeld.
Derde vraag
32 Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of verordening nr. 1347/2001 geldig is en, bij een ontkennend antwoord, of de nationale bepalingen inzake de bescherming van geografische benamingen kunnen worden toegepast indien de BGA „Bayerisches Bier”, ongeacht de eventuele ongeldigheid van deze verordening, voldoet aan de registratievoorwaarden van de verordeningen nrs. 2081/92 en 510/2006.
33 Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat deze vraag werd gesteld met betrekking tot dezelfde feiten of omstandigheden die de geldigheid van verordening nr. 1347/2001 kunnen aantasten als die welke door de Corte d’appello di Torino zijn aangevoerd in de toentertijd bij het Hof aanhangige zaak naar aanleiding waarvan het reeds aangehaalde arrest Bavaria en Bavaria Italia is gewezen.
34 Aangezien het Hof in dat arrest heeft geantwoord dat bij onderzoek van de vraag niet was gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van verordening nr. 1347/2001 konden aantasten, behoeft de derde vraag niet te worden beantwoord.
Eerste en tweede vraag
35 Met zijn eerste en tweede vraag, die tezamen moeten worden onderzocht, wenst de verwijzende rechter in wezen van het Hof te vernemen welke bepaling en referentiedatum moeten worden toegepast om het conflict op te lossen tussen een benaming die geldig als BGA is geregistreerd volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92 en een merk waarvan de registratieaanvraag is ingediend vóór de registratie van die benaming en vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 692/2003.
Niet-toepasselijkheid ratione temporis van artikel 14, lid 1, van verordening nr. 510/2006 en van artikel 14, lid 1, verordening nr. 2081/92, zoals gewijzigd bij verordening nr. 692/2003, op het hoofdgeding
36 Zowel artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92, in de oorspronkelijke versie ervan en zoals gewijzigd bij verordening nr. 692/2003, als artikel 14, lid 1, van verordening nr. 510/2006 strekken tot oplossing van conflicten tussen een als BGA geregistreerde benaming en een aanvraag tot registratie van een merk in situaties zoals vermeld in artikel 13 van zowel verordening nr. 2081/92 als verordening nr. 510/2006 en al naar gelang van het geval betrekking hebbende op hetzelfde type product dan wel dezelfde productklasse.
37 De voor een dergelijk conflict vastgestelde oplossing is de afwijzing van de aanvraag tot registratie van het betrokken merk of, subsidiair, de nietigverklaring van het geregistreerde merk, wanneer bedoelde aanvraag is ingediend na het tijdstip waarin die verschillende bepalingen voorzien.
38 Zo bepalen zowel artikel 14, lid 1, van verordening nr. 510/2006 als artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92, zoals gewijzigd bij verordening nr. 692/2003 dat de aanvraag tot registratie van bedoeld merk moet worden afgewezen of het merk in voorkomend geval nietig moet worden verklaard wanneer de aanvraag is ingediend na de datum waarop de aanvraag tot registratie van de betrokken benaming als BGA bij de Commissie is ingediend.
39 De in het vorige punt aangehaalde bepalingen mogen evenwel niet met terugwerkende kracht worden toegepast op een conflict, zoals hetwelk ten grondslag ligt aan het hoofdgeding, tussen een benaming die geldig als BGA is geregistreerd volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92 en een merk waarvan de registratieaanvraag vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 692/2003 is ingediend.
40 Het is immers vaste rechtspraak dat in de regel het rechtszekerheidsbeginsel zich ertegen verzet dat het tijdstip van ingang van een besluit van de Unie op een aan de bekendmaking ervan voorafgaand tijdstip wordt bepaald, behoudens wanneer dat uitzonderlijk noodzakelijk is voor het te bereiken doel en het gewettigd vertrouwen der betrokkenen naar behoren in acht is genomen. Dienaangaande moeten de materiële rechtsregels van de Unie ter verzekering van de eerbiediging van het rechtszekerheids‑ en het vertrouwensbeginsel aldus worden uitgelegd dat zij alleen gelden ten aanzien van vóór hun inwerkingtreding verworven rechtsposities voor zover er blijkens hun bewoordingen, doelstellingen of opzet zulke gevolgen aan dienen te worden toegekend (zie arrest van 24 september 2002, Falck en Acciaierie di Bolzano/Commissie, C‑74/00 P en C‑75/00 P, Jurispr. blz. I‑7869, punt 119 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
41 Ofschoon het rechtszekerheidsbeginsel zich ertegen verzet dat een verordening met terugwerkende kracht wordt toegepast, ongeacht of de gevolgen hiervan voor de betrokkene gunstig of ongunstig zijn, verlangt hetzelfde beginsel dat elke feitelijke situatie in de regel behoudens uitdrukkelijke bepaling van het tegendeel wordt beoordeeld volgens de op het desbetreffende tijdstip geldende bepalingen. Hoewel de nieuwe wet dus enkel geldt voor de toekomst, is zij, tenzij anders is bepaald, echter ook van toepassing op de toekomstige gevolgen van situaties die onder de oude wet zijn ontstaan (zie arrest van 6 juli 2006, Kersbergen-Lap en Dams-Schipper, C‑154/05, Jurispr. blz. I‑6249, punt 42 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
42 Vastgesteld moet worden dat de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot het conflict tussen de benaming en het merk in het hoofdgeding niet alleen dateren van vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 510/2006 maar ook van vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 692/2003, waarbij verordening nr. 2081/92 is gewijzigd. Bedoeld conflict houdt immers verband met de omstandigheid dat, enerzijds, de benaming „Bayerisches Bier” naar aanleiding van een op 20 januari 1994 door de Duitse regering bij de Commissie ingediend verzoek bij verordening nr. 1347/2001 als BGA is geregistreerd volgens de vereenvoudigde procedure van verordening nr. 2081/92, en dat, anderzijds, het merk Bavaria door de internationale inschrijving ervan onder nummer nr. 645 349 een recht van voorrang geniet en uit dien hoofde met name in Duitsland sinds 28 april 1995 wordt beschermd.
43 Voor zover uit de bewoordingen, de doelstellingen of de opzet van de verordeningen nrs. 692/2003 en 510/2006 en met name uit de hierboven onderzochte bepalingen niet blijkt dat daaraan terugwerkende kracht dient te worden verleend, moet worden vastgesteld dat op een conflict zoals dat tussen de BGA en het merk in het hoofdgeding de oorspronkelijke versie van artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 dient te worden toegepast.
44 In het onderhavige geval moet immers worden vastgesteld of de BGA „Bayerisches Bier” reeds bij de inschrijving van het betrokken merk Bavaria in 1995 een voorrang genoot die de nietigverklaring van dit merk kan rechtvaardigen. Een dergelijke vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de regel die bij het ontstaan van het conflict daarop toepassing vond.
45 Hierbij is niet van belang dat de uit hoofde van verordening nr. 2081/92 als BGA geregistreerde benamingen krachtens punt 19 van de considerans en artikel 17 van verordening nr. 510/2006 de door verordening nr. 510/2006 geboden bescherming genieten.
Toepasselijkheid ratione materiae van artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 op het hoofdgeding
46 Om te beginnen zij eraan herinnerd dat in het bij verordening nr. 2081/92 ingevoerde stelsel de benamingen konden worden geregistreerd volgens de normale procedure als bedoeld in de artikelen 5 en volgende van deze verordening, dan wel volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17. De volgens de normale procedure geregistreerde benamingen werden opgenomen in de bijlage bij verordening nr. 2400/96, terwijl de volgens de vereenvoudigde procedure geregistreerde benamingen werden opgenomen in de bijlage bij verordening nr. 1107/96.
47 Het aan het hoofdgeding ten grondslag liggende conflict wordt geregeld door artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92.
48 Alleen voormeld artikel 14, lid 1 regelt immers de conflicten tussen benamingen en aanvragen tot registratie van merken, terwijl de leden 2 en 3 van dat artikel andere situaties betreffen.
49 Volgens de conflictregel van artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 wordt de aanvraag tot registratie van het betrokken merk afgewezen of, zo zulks niet is gebeurd, wordt het geregistreerde merk nietig verklaard indien deze aanvraag is ingediend na de in artikel 6, lid 2, van die verordening bedoelde datum van bekendmaking. Tevens wordt de registratieaanvraag afgewezen of het merk nietig verklaard indien de aanvraag is ingediend vóór de bekendmaking, maar deze bekendmaking plaatsvond vóór de registratie van het merk.
50 Deze conflictregel voorziet dus in een grond tot afwijzing van de aanvraag tot registratie van het betrokken merk of, subsidiair, in een nietigheidsgrond voor dit merk, waarbij de in artikel 6, lid 2, van verordening nr. 2081/92 bedoelde datum van bekendmaking de referentiedatum is voor de toepassing van de betrokken conflictregel.
51 Volgens de Commissie volgt uit de vaststelling van een dergelijke referentiedatum dat artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 niet van toepassing is op de benamingen die volgens de vereenvoudigde procedure waren geregistreerd, aangezien de in de in artikel 6, lid 2, van die verordening bedoelde bekendmaking slechts toepassing vindt in het kader van de normale registratieprocedure.
52 Een dergelijke uitlegging kan niet worden aanvaard.
53 In de eerste plaats betreft artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92, immers oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen die „overeenkomstig deze verordening” zijn geregistreerd, zonder onderscheid naar de gevolgde registratieprocedure.
54 In de tweede plaats zij eraan herinnerd dat artikel 17 van verordening nr. 2081/92 tot doel had de in de lidstaten bestaande benamingen die zowel voldeden aan de materiële voorwaarden van die verordening en als reeds wettelijk beschermd waren of door het gebruik algemeen gangbaar waren geworden, volgens een vereenvoudigde procedure te registreren.
55 In dat verband moet worden vastgesteld dat het door verordening nr. 2081/92 ingevoerde stelsel, en met name de regeling van artikel 17 van die verordening, de benamingen waarvoor de vereenvoudigde registratieprocedure gold hetzelfde beschermingsniveau heeft willen bieden als het beschermingsniveau dat wordt gewaarborgd aan de benamingen waarvoor de normale registratieprocedure geldt.
56 Bovendien, zoals blijkt uit de tweede overweging van de considerans van verordening nr. 1107/96 en uit de vierde overweging van de considerans van verordening nr. 2400/96, impliceerde zowel de registratie volgens de vereenvoudigde procedure als die volgens de normale procedure dat de betrokken benamingen in overeenstemming waren met verordening nr. 2081/92 en dat zij dus in aanmerking kwamen voor bescherming op het niveau van de Unie.
57 Bijgevolg dient te worden vastgesteld dat artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 ook geldt voor conflicten waarbij benamingen betrokken zijn die volgens de vereenvoudigde procedure als BGA zijn geregistreerd.
De referentiedatum in het kader van artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92, in een conflict waarbij een volgens de vereenvoudigde procedure als BGA geregistreerde benaming is betrokken
58 Vastgesteld moet worden dat de referentiedatum waarover het gaat in artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 overeenkomt met de in artikel 6, lid 2, van deze verordening bedoelde datum van bekendmaking, terwijl deze bekendmaking niet bestond in het kader van de vereenvoudigde procedure. Bijgevolg moet de relevante referentiedatum worden vastgesteld in het geval van een conflict waarbij een benaming betrokken is die volgens die procedure als BGA is geregistreerd.
59 In dat verband moet het bij verordening nr. 2081/92 ingevoerde stelsel, aangezien het daarbij gaat om een uniforme en uitputtende beschermingsregeling (zie arrest van 8 september 2009, Budĕjovický Budvar, C‑478/07, Jurispr. blz. I‑7721, punten 114 en 115), worden geacht een volledig systeem te vormen in die zin, dat het de lidstaten niet de bevoegdheid laat naar hun nationaal recht in een zodanige leemte te voorzien. Derhalve behoort de oplossing te worden gezocht in het licht van de opzet en de doelstellingen van de betrokken bepaling en verordening (zie in die zin arrest van 30 januari 1974, Hannoversche Zucker, 159/73, Jurispr. blz. 121, punt 4).
60 Daartoe moet in de eerste plaats worden opgemerkt dat, wat de normale procedure betreft, artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 voorziet in een bescherming van de benamingen in de hele Unie ten opzichte van een concurrerend merk, welke bescherming aanvangt op een datum voorafgaand aan de registratie van die benamingen.
61 In dat verband beantwoordt de omstandigheid, dat bij de vaststelling van die datum wordt uitgegaan van de bekendmaking op het niveau van de Unie, zoals de bekendmaking waarin is voorzien bij artikel 6, lid 2, van deze verordening, aan de eisen van het rechtszekerheidsbeginsel.
62 De eerste bekendmaking op Unieniveau van de volgens de vereenvoudigde procedure geregistreerde benamingen was die van hun registratie.
63 In de tweede plaats moet worden opgemerkt dat artikel 17, lid 3, van verordening nr. 2081/92 bepaalt dat de lidstaten de nationale bescherming van de overeenkomstig lid 1 van dit artikel meegedeelde benamingen konden handhaven totdat een besluit over de registratie was genomen. Volgens artikel 1 van verordening nr. 1107/96 bleven de benamingen die in het kader van voornoemd artikel 17 waren meegedeeld in de betrokken lidstaat beschermd totdat er een beslissing over was genomen.
64 Gezien het feit dat voor de volgens de vereenvoudigde procedure te registreren benamingen de nationale bescherming werd gehandhaafd tot de datum van de registratie, beantwoordt de vaststelling van de datum van inwerkingtreding van die registratie als referentiedatum voor de door artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 aan die benamingen geboden bescherming, aan de opzet van het door die verordening ingevoerde stelsel.
65 Bovendien omvat de bekendmaking van de registratie, zoals uit verordening nr. 1347/2001 voortvloeit met betrekking tot de in het hoofdgeding aan de orde zijnde BGA, tevens de datum van inwerkingtreding van die registratie, zodat zij beantwoordt aan de eisen van rechtszekerheid.
66 Bijgevolg dient te worden vastgesteld dat, wat de volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van verordening nr. 2081/92 geregistreerde benamingen betreft, de inwerkingtreding van de registratie beantwoordt aan zowel het doel van de referentiedatum waarin is voorzien bij artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 als aan de opzet van deze verordening.
67 Hieruit volgt dat een dergelijke datum de referentiedatum vormt voor de oplossing, overeenkomstig artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92, van een conflict waarbij een benaming is betrokken die volgens de vereenvoudigde procedure als BGA is geregistreerd.
68 Gelet op een en ander moet op de eerste en de tweede vraag worden geantwoord dat artikel 14, lid 1, van verordening nr. 2081/92 toepassing vindt bij het oplossen van het conflict tussen een benaming die geldig als beschermde geografische aanduiding is geregistreerd volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van deze verordening en een merk dat valt onder een van de in artikel 13 van deze verordening vermelde situaties en hetzelfde type product betreft, en waarvan de registratieaanvraag zowel vóór de registratie van die benaming als vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 692/2003 is ingediend. De datum van inwerkingtreding van de registratie van die benaming is de referentiedatum voor de toepassing van voormeld artikel 14, lid 1.
Kosten
69 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof (Derde kamer) verklaart voor recht:
Artikel 14, lid 1, van verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen vindt toepassing bij het oplossen van het conflict tussen een benaming die geldig als beschermde geografische aanduiding is geregistreerd volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 17 van deze verordening, en een merk dat valt onder een van de in artikel 13 van deze verordening vermelde situaties en hetzelfde type product betreft, en waarvan de registratieaanvraag zowel vóór de registratie van die benaming als vóór de inwerkingtreding van verordening (EG) nr. 692/2003 van de Raad van 8 april 2003 houdende wijziging van verordening nr. 2081/92 is ingediend. De datum van inwerkingtreding van de registratie van die benaming is de referentiedatum voor de toepassing van voormeld artikel 14, lid 1.
ondertekeningen
* Procestaal: Duits.
Full & Egal Universal Law Academy