Zaak C‑173/08
Kloosterboer Services BV
tegen
Inspecteur van de Belastingdienst/Douane Rotterdam
(verzoek van het Gerechtshof te Amsterdam om een prejudiciële beslissing)
„Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefposten – Koelsystemen voor computers samengesteld uit ‚heatsink’ en ventilator – Indeling in gecombineerde nomenclatuur”
Samenvatting van het arrest
Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefposten – Koelsystemen voor computers samengesteld uit „heatsink” en ventilator
(Verordening nr. 2658/87 van de Raad; verordening nr. 1789/2003 van de Commissie)
Verordening nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1789/2003, moet aldus worden uitgelegd dat producten die zijn samengesteld uit een heatsink en een ventilator en die uitsluitend bestemd zijn om te worden ingebouwd in computers, moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 8473 30 90 van de gecombineerde nomenclatuur in bijlage I bij die verordening.
Aangezien die producten zijn samengesteld uit twee afzonderlijke elementen, te weten een heatsink en een ventilator, en geen van de twee postonderverdelingen waaronder die twee elementen zouden kunnen worden ingedeeld, specifieker is dan de andere, dient voor de indeling van die producten een beroep te worden gedaan op punt 3, sub b, van de algemene regels en moet worden vastgesteld aan welke van de stoffen waaruit zij zijn samengesteld, zij hun wezenlijke karakter ontlenen. Aangezien de voornaamste functie van die producten is dat zij de warmte van de processor opvangen en afvoeren, en het element waarmee deze functie kan worden vervuld en dat daartoe speciaal is ontworpen, de heatsink is, verleent deze laatste en niet de ventilator de producten hun wezenlijk karakter.
(cf. punten 29‑34, 37-38 en dictum)
ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer)
18 juni 2009 (*)
„Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefposten – Koelsystemen voor computers samengesteld uit ‚heatsink’ en ventilator – Indeling in gecombineerde nomenclatuur”
In zaak C‑173/08,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Gerechtshof te Amsterdam (Nederland) bij beslissing van 10 april 2008, ingekomen bij het Hof op 25 april 2008, in de procedure
Kloosterboer Services BV
tegen
Inspecteur van de Belastingdienst/Douane Rotterdam,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: M. Ilešič, kamerpresident, A. Borg Barthet en J.‑J. Kasel (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: Y. Bot,
griffier: M.‑A. Gaudissart, hoofd van administratieve eenheid,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 1 april 2009,
gelet op de opmerkingen van:
– Kloosterboer Services BV, vertegenwoordigd door M. Boekhoud en M. Janse, advocaten,
– de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Patakia en A. Sipos als gemachtigden, bijgestaan door F. Tuytschaever, advocaat.
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft enerzijds de geldigheid van punt 2 van de tabel die is opgenomen in de bijlage bij verordening (EG) nr. 384/2004 van de Commissie van 1 maart 2004 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB L 64, blz. 21), en anderzijds, in geval van ongeldigheid van die verordening, de uitlegging van de relevante postonderverdelingen voor de indeling van een koelsysteem voor computers in de gecombineerde nomenclatuur (hierna: „GN”), opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1789/2003 van de Commissie van 11 september 2003 (PB L 281, blz. 1; hierna: „verordening nr. 2658/87”).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geschil tussen de in Nederland gevestigde vennootschap Kloosterboer Services BV (hierna: „Kloosterboer”), die actief is als douane-expediteur, en de Inspecteur van de Belastingdienst/Douane Rotterdam (hierna: „Inspecteur”) over de tariefindeling van voormeld koelsysteem voor computers.
Toepasselijke bepalingen
3 De in verordening nr. 2658/87 opgenomen postonderverdelingen van de GN die relevant zijn voor het hoofdgeding zijn de volgende:
„8414 Luchtpompen, vacuümpompen, compressoren voor lucht of voor andere gassen, alsmede ventilatoren; damp of wasemafzuigkappen met ingebouwde ventilator, ook indien met filter:
[...]
− Ventilatoren:
8414 51 − − tafel, vloer, wand, raam, plafond en dakventilatoren, met ingebouwde elektromotor met een vermogen van niet meer dan 125 W:
[...]
8414 59 − − andere:
8414 59 10 − − − bestemd voor burgerluchtvaartuigen (1)
− − − andere:
8414 59 30 − − − − axiale”
[...]
8473 Delen en toebehoren (andere dan koffers, hoezen en dergelijke) waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor machines en toestellen bedoeld bij de posten 8469 tot en met 8472:
[...]
8473 30 − delen en toebehoren van de machines bedoeld bij post 8471:
8473 30 10 − − elektronische assemblages
8473 30 90 − − andere”
4 Punt 2 van de tabel in bijlage bij verordening nr. 384/2004 bepaalt:
Omschrijving
Indeling
GN-code
Motivering
(1)
(2)
(3)
2. Toestel bestaande uit:
– een axiale ventilator met een elektromotor en een elektronische assemblage voor het regelen van de omwentelingssnelheid van de ventilator;
– een aluminium koellichaam.
De functie van het toestel is het afvoeren van een teveel aan warmte van een centrale verwerkingseenheid in een automatische gegevensverwerkende machine.
8414 59 30
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1, 3, sub b, en 6 voor de interpretatie van de [GN] en de tekst van de GN-codes 8414, 8414 59 en 8414 59 30.
De ventilator verleent het product zijn wezenlijke karakter, omdat dit het belangrijkste deel vormt voor het afvoeren van een teveel aan warmte.
5 Het eerste deel van de GN bevat een aantal „inleidende bepalingen”. In dit deel, in titel I, „Algemene regels”, luidt afdeling A, „Algemene regels voor de interpretatie van de [GN]” (hierna: „algemene regels”), punten 1 tot en met 6, als volgt:
„Voor de indeling van goederen in de [GN] gelden de volgende bepalingen.
„1. De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels.
[...]
3. Indien goederen met toepassing van het bepaalde onder 2, sub b, of om enige andere reden vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling als volgt:
[...]
b) mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder 3, sub a, worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald;
[...]
6. Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede ‚mutatis mutandis’ de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing.”
6 De afdelingen van de GN en de hoofdstukken daarvan worden voorafgegaan door een aantal aantekeningen op afdelingen of hoofdstukken. In het tweede deel van de GN bepaalt aantekening 2 op afdeling XVI:
„Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekeningen 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post 8484, 8544, 8545, 8546 of 8547) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:
a) delen die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of 85 (andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8485, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn;
b) delen, andere dan die bedoeld sub a hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines (met inbegrip van die bedoeld bij post 8479 of 8543), worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naargelang van het geval; delen die hoofdzakelijk worden gebruikt zowel voor de goederen bedoeld bij post 8517 als voor die bedoeld bij de posten 8525 tot en met 8528, worden echter ingedeeld onder post 8517;
c) andere delen worden ingedeeld onder post 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naargelang van het geval, of, indien dit niet mogelijk is, onder post 8485 of 8548.”
7 De GN is gebaseerd op het wereldwijd geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: „GS”), dat is opgesteld door de Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie, en is ingevoerd bij het Internationaal Verdrag van Brussel van 14 juni 1983, dat namens de Europese Economische Gemeenschap is goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB L 198, blz. 1). Hoofdstuk 84 van de GN-toelichtingen verwijst wat ventilatoren betreft naar de toestellen omschreven in de toelichting op het GS, die luiden als volgt:
„B.-Ventilatoren
Deze toestellen, al dan niet voorzien van een ingebouwde motor, dienen hetzij om een regelmatige lucht‑ of gasstroom onder betrekkelijk geringe overdruk op te wekken, hetzij voor het in beweging brengen van de lucht in lokalen.
De ventilatoren van de eerste groep bestaan uit een waaier (met schoepen of schroeven), die in een huis (carter) rond zijn as wentelt. Zij werken op dezelfde wijze als bepaalde roterende compressoren of centrifugaal compressoren, doch zij kunnen zowel blazen (bijvoorbeeld industriële blazers voor de uitrusting van windtunnels) als aanzuigen.
De toestellen van de tweede groep zijn eenvoudiger gebouwd en bestaan slechts uit een door een motor aangedreven schroef.
Ventilatoren worden onder meer gebruikt voor de luchtverversing in mijnen, het ventileren van lokalen, schepen en silo’s, het wegzuigen van stof, stoom, rook, warme gassen, enzovoort, het drogen van verschillende stoffen (leder, papier, weefsels, verf, enzovoort), van vuurhaarden met geforceerde trek (door aanzuigen of door blazen).
Deze groep omvat eveneens kamerventilatoren, al dan niet voorzien van een zwenk‑ of tuimelmechanisme. Hieronder zijn begrepen plafond‑, tafel‑ en muurventilatoren op voetstuk, ventilatoren voor inbouw in muren, ruiten.
Van deze post zijn uitgezonderd, ventilatoren die van andere organen dan de motor en het huis zijn voorzien (zoals keerdeuren, filters, koel‑ of verwarmingselementen, warmtewisselaars, enzovoort), en die aan de toestellen het karakter verlenen van tot andere posten behorende, meer complexe machines, bijvoorbeeld luchtverhitters met andere dan elektrische warmtebron (post 7322), aggregaten voor de regeling van het klimaat in besloten ruimten (post 8415), toestellen voor het afzuigen van stof (post 8421), luchtkoelingapparatuur voor de industriële behandeling van stoffen (post 8419), of voor het koelen van ruimten (post 8479), elektrische toestellen voor het verwarmen van woonruimten, met ingebouwde ventilator (post 8516).”
Hoofdgeding en prejudiciële vragen
8 Op 6 januari 2004 heeft Kloosterboer bij de douane te Rotterdam aangifte voor het vrije verkeer gedaan van onder meer „computerventilatoren”. Deze uit China afkomstige goederen werden aangegeven onder post 8414 51 90 van de GN, waardoor een douanerecht gold van 3,2 % van de aangegeven waarde.
9 Op 7 januari 2004 heeft de Inspecteur de betrokken producten ingedeeld onder post 8414 51 90 van de GN en een uitnodiging tot betaling van de daarmee overeenstemmende douanerechten vastgesteld.
10 Op 21 juli 2004 heeft Kloosterboer een verzoek om terugbetaling van genoemde douanerechten ingediend met het betoog dat de goederen, die door de fabrikant waren aangemerkt als „computer parts for processors”, overeenkomstig nationale rechtspraak moesten worden heringedeeld onder post 8473 30 90 van de GN, uit hoofde waarvan geen douanerechten verschuldigd waren.
11 Bij beschikking van 9 september 2004 heeft de Inspecteur dit verzoek afgewezen met het oordeel dat na onderzoek „is gebleken dat de Commissie [van de Europese Gemeenschappen] op 1 maart 2004 een verordening met nummer 384/2004 heeft gemaakt. Deze verordening geeft aan dat de ventilatoren ingedeeld dienen te worden onder goederencode 8414 59 30. De ventilator verleent het product zijn wezenlijke karakter, omdat dit het belangrijkste deel vormt voor het afvoeren van een teveel aan warmte. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen.”
12 Aangezien het bezwaar tegen deze beschikking eveneens is afgewezen, heeft Kloosterboer de zaak aanhangig gemaakt voor de verwijzende rechterlijke instantie en vernietiging van de uitspraak van de Inspecteur gevorderd.
13 Het Gerechtshof te Amsterdam beschrijft de goederen die in het hoofdgeding aan de orde zijn, als producten die bestaan uit een zogenoemde heatsink (warmtewisselaar) en een ventilator, die duurzaam aan elkaar zijn bevestigd en als zodanig een geheel vormen. De heatsink bestaat uit een metalen voet met bevestigingselementen. Op deze voet zijn lamellen van aluminium aangebracht, die op hun beurt zijn aangebracht in een element van kunststof, waaraan de (axiale) ventilator is bevestigd. Deze ventilator wordt aangedreven met een elektromotor die werkt met een gelijkstroom van 12 volt. De producten worden door middel van een kliksysteem aan het moederbord tegen de bodem van de centrale processor gemonteerd. Om te voorkomen dat er tussen de oppervlakte van de centrale processor en die van de voet van de producten een isolerende luchtlaag ontstaat, wordt de voet van de producten voorzien van een hittegeleidende pasta. De door de centrale processor afgegeven warmte wordt geabsorbeerd door de lamellen van de heatsink. De werking van de ventilator, die een luchtstroom veroorzaakt, zorgt er vervolgens voor dat de in de lamellen opgenomen warmte wordt afgevoerd. De betrokken producten zijn uitsluitend bestemd om te worden gebruikt in een computer en dienen voor het koelen van de centrale processor.
14 Voor de verwijzende rechterlijke instantie heeft Kloosterboer in wezen betoogd dat, omdat een computer niet kan functioneren zonder heatsink, de in het hoofdgeding aan de orde zijnde goederen moeten worden aangemerkt als delen van een computer. De omstandigheid dat in casu een ventilator is bevestigd aan de heatsink, doet niet af aan deze conclusie, aangezien de ventilator uitsluitend bedoeld is om het koelend vermogen van het apparaat te vergroten zonder dat de lamellen van de heatsink behoeven te worden vergroot. De heatsink vormt de hoofdzaak van de betrokken goederen en geeft daaraan hun wezenlijk karakter. Het toestel moet dan ook worden ingedeeld onder post 8473 van de GN en niet onder post 8414 daarvan. Hieruit volgt dat verordening nr. 384/2004 in strijd is met de toepassing van de algemene regels voor de interpretatie van de GN.
15 De Inspecteur heeft betoogd dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde goederen, gelet op hun objectieve kenmerken en eigenschappen, moeten worden aangemerkt als ventilatoren. Het is immers de ventilator die aan die goederen hun wezenlijk karakter verleent, omdat dit onderdeel de belangrijkste rol speelt bij het afvoeren van een teveel aan warmte. Hoewel zij onmiskenbaar zijn bedoeld als deel van een computer, moeten de betrokken ventilatoren op grond van de algemene regels 1, 3, sub b, en 6 worden ingedeeld onder post 8414 van de GN. Deze opvatting vindt voorts steun in verordening nr. 384/2004.
16 De verwijzende rechterlijke instantie is van oordeel dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde goederen een meer uitgebreide functie hebben dan de bij post 8414 bedoelde ventilatoren, zodat zij niet op één lijn kunnen worden gesteld met de in de toelichting op deze post genoemde ventilatoren en die post derhalve toepassing mist. Voor de betrokken goederen is essentieel dat zij warmte opvangen en afvoeren, welke functie een ventilator als zodanig mist. Hieruit volgt dat in casu aantekening 2, aanhef en sub a, op afdeling XVI van de GN geen toepassing kan vinden.
17 Gelet op bovenvermelde aantekening 2, aanhef en sub b, alsmede de algemene regels 1 en 6, en gelet op de omstandigheid dat vaststaat dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde producten speciaal zijn vervaardigd voor computers, te weten „automatische gegevensverwerkende machines” volgens de definitie in post 8471 van de GN, en op het feit dat koeling van de processor onmisbaar is voor het goed functioneren van computers, moeten de betrokken goederen volgens de verwijzende rechterlijke instantie worden ingedeeld onder post 8473 30 90 van de GN.
18 Aangezien de in het hoofdgeding aan de orde zijnde goederen exact dezelfde kenmerken hebben als de toestellen die in verordening nr. 384/2004 worden beschreven, heeft de verwijzende rechterlijke instantie ernstige twijfel over de vraag of de in deze verordening vastgelegde indeling wel in overeenstemming is met de bewoordingen van de GN en derhalve of genoemde verordening geldig is.
19 Onder deze omstandigheden heeft het Gerechtshof te Amsterdam de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen voorgelegd:
„1) Is verordening [nr. 384/2004] geldig, voor zover volgens die verordening post 8414 59 30 van de [GN] de [uit een heatsink en een ventilator bestaande] goederen omvat?
2) Indien verordening [nr. 384/2004] ongeldig is, kan het gemeenschappelijk douanetarief dan zo worden uitgelegd dat deze goederen moeten worden ingedeeld als ‚delen en toebehoren van de machines bedoeld bij post 8471’ van postonderverdeling 8473 30 90 van de [GN]?”
Beantwoording van de prejudiciële vragen
20 Om te beginnen moet worden opgemerkt dat de aangifte voor het vrije verkeer van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde goederen en de beschikking van de Inspecteur met betrekking tot die aangifte dateren van voor de inwerkingtreding van verordening nr. 384/2004, te weten 22 maart 2004. Blijkens de verwijzingsbeslissing heeft Kloosterboer haar aanvraag namelijk ingediend op 6 januari 2004 en heeft de Inspecteur de daaropvolgende dag over de indeling beslist.
21 Dienaangaande zij eraan herinnerd dat een verordening waarin de voorwaarden voor de indeling onder een post of een postonderverdeling worden vastgesteld, constitutief van aard is en geen terugwerkende kracht kan hebben (zie onder meer arresten van 7 juni 2001, CBA Computer, C‑479/99, Jurispr. blz. I‑4391, punt 31, en 27 november 2008, Metherma, C‑403/07, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 39). Verder kan het Hof volgens vaste rechtspraak bepalingen van het gemeenschapsrecht in aanmerking nemen waarvan de nationale rechter in de formulering van zijn prejudiciële vraag geen melding heeft gemaakt (zie onder meer arrest van 26 juni 2008, Wiedemann en Funk, Jurispr. blz. I‑4635, punt 45, en voormeld arrest Metherma, punt 39).
22 In deze omstandigheden moeten de prejudiciële vragen niet worden onderzocht aan de hand van de bepalingen van verordening nr. 384/2004, zoals vermeld in de verwijzingsbeslissing, maar aan de hand van die van verordening nr. 2658/87.
23 Gelet op het voorgaande moeten de gestelde vragen aldus worden begrepen dat de verwijzende rechter in hoofdzaak wenst te vernemen of verordening nr. 2658/87 aldus moet worden uitgelegd dat producten zoals die aan de orde in het hoofdgeding, die bestaan uit een heatsink en een ventilator en die uitsluitend bestemd zijn om te worden ingebouwd in computers, moeten worden ingedeeld onder postonderverdeling 8473 30 90 of postonderverdeling 8414 59 30 van de GN.
24 Ter beantwoording van deze vraag moet er om te beginnen aan worden herinnerd dat volgens vaste rechtspraak in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de posten van de GN en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven (zie onder meer arresten van 15 februari 2007, RUMA, C‑183/06, Jurispr. blz. I‑1559, blz. 27, en 27 september 2007, Medion en Canon Deutschland, C‑208/06 en C‑209/06, Jurispr. blz. I-7963, punt 34).
25 De door de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de GN en door de Werelddouaneorganisatie voor het GS uitgewerkte toelichtingen zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten (arrest van 26 oktober 2006, Turbon International, C‑250/05, Jurispr. blz. I‑10531, punt 16).
26 De bestemming van het product kan een objectief criterium zijn voor de indeling in de juiste post wanneer die bestemming inherent is aan het product. Die inherentie moet kunnen worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product (zie onder meer reeds aangehaalde arresten RUMA, punt 36, en Medion en Canon Deutschland, punt 37).
27 Voorts zij in herinnering gebracht dat volgens de rechtspraak van het Hof het begrip „deel” in de zin van GN-post 8473 de aanwezigheid veronderstelt van een geheel voor de werking waarvan dit deel noodzakelijk is (arrest van 19 oktober 2000, Peacock, C‑339/98, Jurispr. blz. I‑8947, punt 21, en arrest Turbon International, reeds aangehaald, punt 17).
28 In casu blijkt zowel uit de verwijzingsbeslissing als uit de uiteenzettingen van Kloosterboer en de Commissie ter terechtzitting, dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde producten onmisbaar zijn voor het functioneren van de computers waarvoor zij uitsluitend bestemd zijn. Zij kunnen dus worden aangemerkt als „delen” en derhalve worden ingedeeld in postonderverdeling 8473 30 90 van de GN.
29 De omstandigheid dat bedoelde producten zijn samengesteld uit twee afzonderlijke elementen, te weten een heatsink en een ventilator, die, afzonderlijk beschouwd, elk onder een verschillende postonderverdeling van de GN zouden kunnen vallen, te weten de postonderverdelingen 8473 30 90 en 84 14 59 30, staat aan die indeling niet in de weg.
30 Daar de in het hoofdgeding aan de orde zijnde producten uit verschillende stoffen bestaan en geen van de twee in het voorgaande punt genoemde postonderverdelingen een meer specifieke omschrijving dan de andere bevat, dient voor de indeling van deze producten een beroep te worden gedaan op algemene regel 3 b (zie in die zin arrest Turbon International, reeds aangehaald, punt 20).
31 Krachtens deze algemene regel moet voor de tariefindeling van een product worden vastgesteld aan welke van de stoffen waaruit het is samengesteld, het zijn wezenlijke karakter ontleent. Dit kan worden gedaan door na te gaan of het product ook zonder het ene of het andere bestanddeel zijn kenmerkende eigenschappen behoudt (arrest Turbon International, reeds aangehaald, punt 21).
32 Evenzo kan volgens punt VIII van de GS-toelichting op algemene regel 3 b de factor die doorslaggevend is bij het bepalen van het wezenlijk karakter, afhankelijk van het type product bijvoorbeeld blijken uit de stof waaruit de producten bestaan of de artikelen waaruit zij zijn samengesteld, de omvang, de hoeveelheid, het gewicht, de waarde of de belangrijkheid van de samenstellende stoffen in verband met het gebruik van de producten.
33 In casu moet worden vastgesteld dat, anders dan de Commissie betoogt, niet de ventilator maar de heatsink de in het hoofdgeding aan de orde zijnde producten hun wezenlijk karakter verleent.
34 Zoals de verwijzende rechter heeft opgemerkt, is voor de litigieuze producten immers essentieel dat zij de warmte van de processor opvangen en afvoeren. Het element waarmee deze functie kan worden vervuld en dat daartoe speciaal is ontworpen, is de heatsink. Voor het overige staat vast dat, voordat producten als die aan de orde in het hoofdgeding werden ontwikkeld, voor het koelen van computerprocessors uitsluitend heatsinks werden gebruikt. Het feit dat aan deze laatste ventilatoren zijn toegevoegd, heeft de eigenschappen van de heatsinks niet fundamenteel gewijzigd, maar deze doeltreffender gemaakt door het koelend vermogen ervan te vergroten.
35 Daarnaast staat vast dat de ventilatoren waarvan de aan de orde zijnde producten zijn voorzien, anders dan de heatsinks, niet permanent functioneren, maar pas gaan draaien als de koeling door de heatsink niet meer volstaat om te voorkomen dat de temperatuur van de processor een bepaald niveau overschrijdt.
36 In die omstandigheden moet derhalve, gelet op de bewoordingen van de GS-toelichting bij post 8414, inzonderheid de laatste alinea van deel B, betreffende ventilatoren, worden geconcludeerd dat producten als die aan de orde in het hoofdgeding niet in die post kunnen worden ingedeeld.
37 Nu de aan de orde zijnde producten, zoals reeds blijkt uit punt 28 van het onderhavige arrest, uitsluitend bestemd zijn voor computers vallend onder post 8471 van de GN, moeten zij overeenkomstig aantekening 2, sub b, op afdeling XVI van het eerste deel van de GN worden ingedeeld in postonderverdeling 8473 30 90.
38 Gelet op het voorgaande moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat verordening nr. 2658/87 aldus moet worden uitgelegd dat producten als die aan de orde in het hoofdgeding, die zijn samengesteld uit een heatsink en een ventilator en die uitsluitend bestemd zijn om te worden ingebouwd in computers, moeten worden ingedeeld in post 8473 30 90 van de GN.
Kosten
39 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof van Justitie (Vijfde kamer) verklaart voor recht:
Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1789/2003 van de Commissie van 11 september 2003, moet aldus worden uitgelegd dat producten als die aan de orde in het hoofdgeding, die zijn samengesteld uit een heatsink en een ventilator en die uitsluitend bestemd zijn om te worden ingebouwd in computers, moeten worden ingedeeld in post 8473 30 90 van de gecombineerde nomenclatuur in bijlage I bij die verordening.
ondertekeningen
* Procestaal: Nederlands.
Full & Egal Universal Law Academy