12.4.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 92/11
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden op 9 januari 2008 — Har Vaessen Douane Service BV en Staatssecretaris van Financiën
(Zaak C-7/08)
(2008/C 92/18)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Har Vaessen Douane Service BV en Staatssecretaris van Financiën
Prejudiciële vragen
1.
Moet artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 918/83 (1) van 28 maart 1983, zoals gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3357/91 (2) van 7 november 1991, aldus worden uitgelegd dat de in dat artikel bedoelde vrijstelling kan worden ingeroepen voor zendingen van goederen die weliswaar afzonderlijk bezien een te verwaarlozen waarde hebben, doch worden aangeboden als groepagezending met een totale intrinsieke waarde van de aldus verzonden goederen, die de waardelimiet van artikel 27 overschrijdt?
2.
Moet voor de toepassing van artikel 27 van evengenoemde Verordening worden aangenomen dat het begrip „verzending uit een derde land rechtstreeks aan een geadresseerde in de Gemeenschap” ook omvat het geval waarin weliswaar voor aanvang van de verzending aan die geadresseerde het goed zich in een derde land bevindt, doch de wederpartij van de geadresseerde in de Gemeenschap is gevestigd?
(1) Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (PB L 105, blz. 1).
(2) PB L 318, blz. 3.
Full & Egal Universal Law Academy