12.4.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 92/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Mercantil nr. 1 de Alicante (Spanje) op 28 januari 2008 — Fundación Española para la Innovación de la Artesanía (FEIA)/Cul de Sac Espacio Creativo SL en Acierta Product & Position SA
(Zaak C-32/08)
(2008/C 92/25)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Mercantil nr. 1 de Alicante
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Fundación Española para la Innovación de la Artesanía (FEIA)
Verwerende partijen: Cul de Sac Espacio Creativo SL en Acierta Product & Position SA
Prejudiciële vragen
1)
Dient artikel 14, lid 3, van verordening nr. 6/2002 betreffende gemeenschapsmodellen (1) aldus te worden uitgelegd dat het alleen betrekking heeft op gemeenschapsmodellen die worden ontwikkeld in het kader van een arbeidsverhouding, waarbij de ontwerper gebonden is door een onder het arbeidsrecht vallende overeenkomst en kenmerkend is dat hij voor een ander en onder diens gezag arbeid verricht? Of,
2)
Moeten de begrippen „werknemer” en „werkgever” in artikel 14, lid 3, van de verordening ruim worden uitgelegd, zodat zij ook gevallen omvatten waarbij het niet om een arbeidsverhouding gaat, zoals verhoudingen waarbij een persoon (ontwerper) op grond van een civiel- of handelsrechtelijke overeenkomst (dat wil zeggen zonder dat hij gewoonlijk voor een ander en onder diens gezag arbeid verricht) zich ertoe verbindt tegen een bepaalde prijs voor een andere persoon een model te ontwikkelen waarvan het houderschap de opdrachtgever toekomt, tenzij bij de overeenkomst anders is bepaald?
3)
Indien het antwoord op de tweede vraag ontkennend luidt, daar het bij de ontwikkeling van modellen binnen een arbeidsverhouding en de ontwikkeling van modellen binnen een andere dan een arbeidsverhouding om verschillende feitelijke situaties gaat,
a)
moet dan de algemene regel van artikel 14, lid 1, van de verordening worden toegepast, zodat het model moet worden geacht de ontwerper toe te komen, tenzij partijen bij overeenkomst anders overeenkomen? Of,
b)
moet de rechtbank voor het gemeenschapsmodel krachtens artikel 88, lid 2, van de verordening zijn nationale modellenrecht toepassen?
4)
Indien een beroep moet worden gedaan op het nationale recht, kan dit nationale recht dan worden toegepast wanneer daarbij, zoals in het Spaanse recht, binnen een arbeidsverhouding ontwikkelde modellen (modellen komen behoudens andersluidende overeenkomst de werkgever toe) en in opdracht ontwikkelde modellen (modellen komen behoudens andersluidende overeenkomst de opdrachtgever toe) worden gelijkgesteld?
5)
Indien het antwoord op de vierde vraag bevestigend luidt, is die oplossing (modellen komen behoudens andersluidende overeenkomst de opdrachtgever toe) dan niet in strijd met het ontkennende antwoord op de tweede vraag?
(1) PB 2002, L 3, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy