12.4.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 92/20
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour de Cassation (Frankrijk) op 15 februari 2008 — Copad SA/1. Christian Dior couture SA, 2. Vincent Gladel, in zijn hoedanigheid van gerechtelijk bewindvoerder van Société industrielle de lingerie (SIL), 3. Société industrielle de lingerie (SIL)
(Zaak C-59/08)
(2008/C 92/37)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour de Cassation
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Copad SA
Verwerende partijen: 1. Christian Dior couture, SA, 2. Vincent Gladel, in zijn hoedanigheid van gerechtelijk bewindvoerder van Société industrielle de lingerie (SIL), 3. Société industrielle de lingerie (SIL)
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 8, lid 2, van de Eerste richtlijn (89/104/EEG) van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (1) aldus worden uitgelegd dat de aan een merk verbonden rechten door de merkhouder kunnen worden ingeroepen tegen een licentiehouder die handelt in strijd met een bepaling van de licentieovereenkomst die de verkoop aan discounters om prestigeredenen verbiedt?
2)
Moet artikel 7, lid 1, van deze richtlijn aldus worden uitgelegd dat er geen sprake is van toestemming van de merkhouder wanneer de licentiehouder in de Europese Economische Ruimte waren in de handel brengt onder het betreffende merk en daarbij in strijd handelt met een bepaling van de licentieovereenkomst die de verkoop aan discounters om prestigeredenen verbiedt?
3)
Indien het antwoord ontkennend luidt, kan de merkhouder een dergelijke bepaling aanvoeren om zich te verzetten tegen een nieuwe verhandeling van de waren op grond van artikel 7, lid 2, van deze richtlijn?
(1) PB 1989, L 40, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy