26.4.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 107/18
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberlandesgericht Stuttgart (Duitsland) op 18 februari 2008 — Overleveringsprocedure tegen Szymon Kozlowski
(Zaak C-66/08)
(2008/C 107/28)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberlandesgericht Stuttgart
Partij in het hoofdgeding
Szymon Kozlowski
Prejudiciële vragen
1)
Kan een persoon „ingezetene” van een lidstaat zijn of in deze lidstaat „verblijven” in de zin van artikel 4, punt 6, van kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (1) (PB L 190, blz. 1, hierna: „kaderbesluit 2002/584/JBZ”), ook indien deze persoon
a)
niet ononderbroken in de betrokken lidstaat verblijft,
b)
daar in strijd met het verblijfsrecht verblijft,
c)
daar beroepsmatig strafbare feiten begaat en/of
d)
daar gedetineerd is?
2)
Is een uitvoering van artikel 4, punt 6, van kaderbesluit 2002/584/JBZ in dier voege dat overlevering van eigen onderdanen van een lidstaat met het oog op straftenuitvoerlegging tegen hun wil steeds ongeoorloofd is, terwijl overlevering van onderdanen van andere lidstaten tegen hun wil door de bevoegde autoriteit in uitoefening van haar discretionaire bevoegdheid wel kan worden toegestaan, verenigbaar met het gemeenschapsrecht en in het bijzonder met het discriminatieverbod en het beginsel van het burgerschap van de Unie overeenkomstig artikel 6, lid 1, EU, gelezen in samenhang met artikel 12 EG en de artikelen 17 en volgende EG? Zo ja, moet althans bij de uitoefening van deze discretionaire bevoegdheid rekening worden gehouden met voornoemde beginselen?
(1) PB L 190, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy