7.6.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 142/17
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Hof van Cassatie van België op 25 maart 2008 — I. Distillerie Smeets Hasselt NV tegen 1. Belgische Staat, 2. L.S.C. De Vos, 3. Bollen, Mathay & Co. BVBA, vereffenaar van Transterminal Logistics NV, 4. D. Van den Langenbergh en 5. Firma De Vos NV, II. Belgische Staat tegen Bollen, Mathay & Co. BVBA, vereffenaar van Transterminal Logistics NV en III. L.S.C. De Vos tegen Belgische Staat
(Zaak C-126/08)
(2008/C 142/25)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hof van Cassatie van België
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekers:
I.
Distillerie Smeets Hasselt NV
II.
Belgische Staat
III.
L.S.C. De Vos
Verweerders:
I.
1.
Belgische Staat
2.
L.S.C. De Vos
3.
Bollen, Mathay & Co. BVBA, vereffenaar van Transterminal Logistics NV
4.
D. Van den Langenbergh
5.
Firma De Vos NV
II.
Bollen, Mathay, & Co. BVBA, vereffenaar van Transterminal Logistics NV
III.
Belgische Staat
Prejudiciële vragen
Dienen de artikelen 217.1 en 221.1 van het communautair douanewetboek (CDW) (1), alzo te worden begrepen dat de voorgeschreven boeking van een douaneschuld ook rechtsgeldig kan geschieden door het bedrag op te nemen in een proces-verbaal overeenkomstig de AWDA (2), opgesteld door verbalisanten en niet door personen die bevoegd zijn dergelijk bedrag op te nemen in de boekhouding en dergelijk proces-verbaal beschouwd kan worden als een boekhouding of iedere andere drager die als zodanig dienst doet in de zin van artikel 217.1 CDW?
(1) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1).
(2) Koninklijk besluit van 18 juli 1997 tot coördinatie van de algemene bepalingen inzake douane en accijnzen.
Full & Egal Universal Law Academy