19.7.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 183/7
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Bíróság (Republiek Hongarije) op 2 april 2008 — LIDL Magyarország Kereskedelmi Bt./Nemzeti Hírközlési Hatóság Tanácsa
(Zaak C-132/08)
(2008/C 183/14)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Fővárosi Bíróság
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: LIDL Magyarország Kereskedelmi Bt.
Verwerende partij: Nemzeti Hírközlési Hatóság Tanácsa
Prejudiciële vragen
1)
Kan artikel 8 van richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad, dat betrekking heeft op het vrij verkeer van radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur (hierna: „apparatuur”) (1), aldus worden uitgelegd dat behalve de in die bepaling genoemde verplichtingen geen andere verdergaande verplichtingen kunnen worden voorgeschreven voor het op de markt brengen van apparatuur die onder de werkingssfeer van die richtlijn valt en door een in een andere lidstaat gevestigde fabrikant van een CE-merkteken is voorzien?
2)
Kan artikel 2, sub e en f, van richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 (2) vanuit het oogpunt van verkoopverplichtingen aldus worden uitgelegd, dat ook als producent kan worden beschouwd de entiteit die de apparatuur in een lidstaat in de handel brengt (zonder bij de fabricage ervan betrokken te zijn), en in een andere lidstaat is gevestigd dan die waar de producent zijn maatschappelijke zetel heeft?
3)
Kunnen de bepalingen van artikel 2, sub e-i, ii en iii, en f, van richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad aldus worden uitgelegd, dat de distributeur (die niet de producent is) van in een andere lidstaat vervaardigde apparatuur wordt verplicht een overeenstemmingsverklaring af te geven die de technische gegevens van die apparatuur bevat?
4)
Kunnen de bepalingen van artikel 2, sub e-i, ii en iii, en f, van richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad aldus worden uitgelegd, dat een entiteit die zich in een lidstaat op wiens grondgebied zij gevestigd is, enkel met de verkoop van de apparatuur bezighoudt, tevens als producent van die apparatuur kan worden aangemerkt wanneer de activiteit van distributeur geen invloed op de veiligheidskenmerken van de apparatuur heeft?
5)
Kan artikel 2, sub f, van richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad aldus worden uitgelegd, dat van de in dat artikel omschreven distributeur kan worden verlangd dat hij voldoet aan dezelfde eisen als die welke volgens de richtlijn enkel voor de in artikel 2, sub e, omschreven producent gelden, zoals bijvoorbeeld de afgifte van een overeenstemmingsverklaring met betrekking tot de technische gegevens?
6)
Kunnen artikel 30 EG (ex artikel 36 EG-Verdrag) en de zogenoemde dwingende vereisten (mandatory requirements) grond opleveren voor een uitzondering op de toepassing van de Dassonville-formule, mede gelet op de beginselen van gelijkwaardigheid (principle of equivalence) en wederzijdse erkenning (mutual recognition)?
7)
Kan artikel 30 EG (ex artikel 36 EG-Verdrag) aldus worden uitgelegd, dat de handel in en de invoer van transitogoederen om geen andere dan de daarin genoemde redenen kunnen worden beperkt?
8)
Voldoet het CE-merkteken aan de beginselen van gelijkwaardigheid en wederzijdse erkenning, alsmede aan de voorwaarden van artikel 30 EG (ex artikel 36 EG-Verdrag)?
9)
Kan het CE-merkteken aldus worden uitgelegd, dat de lidstaten om geen enkele reden andere technische of kwaliteitsnormen op apparatuur met dat merkteken kunnen toepassen?
10)
Kunnen artikel 6, lid 1, en artikel 8, lid 2, tweede volzin, van richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad aldus worden uitgelegd, dat de producent en de distributeur met betrekking tot de verhandeling van de waren kunnen worden geacht dezelfde verplichtingen te hebben, wanneer de producent de producten niet in de handel brengt?
(1) Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit.
(2) Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid.
Full & Egal Universal Law Academy