19.7.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 183/9
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberlandesgericht Karlsruhe (Duitsland) op 7 april 2008 — Strafzaak tegen Rafet Kqiku
(Zaak C-139/08)
(2008/C 183/17)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberlandesgericht Karlsruhe
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen:
1.
Generalstaatsanwaltschaft Karlsruhe
2.
Staatsanwaltschaft Konstanz
Verwerende partij: Rafet Kqiku
Prejudiciële vraag
Moet de in de artikelen 1 en 2 van beschikking nr. 896/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de lidstaten, met het oog op doorreis over hun grondgebied, van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels neergelegde regeling aldus worden uitgelegd, dat de in de bijlage vermelde, door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels (1) gezien de eenzijdige erkenning door de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, van de gelijkwaardigheid ervan met hun eenvormige of nationale visa, onmiddellijk gelden als verblijfstitels die de doorreis over het gemeenschappelijke gebied mogelijk maken;
of
moet de in artikelen 1 en 2 van beschikking nr. 896/2006/EG neergelegde regeling aldus worden uitgelegd, dat onderdanen van derde landen die houder zijn van een door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven, in de bijlage vermelde verblijfstitel die door de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, eenzijdig is erkend, voor de doorreis over het gemeenschappelijke gebied zijn vrijgesteld van de visumplicht krachtens artikel 1, lid 1, van verordening (EG) nr. 539/2001?
(1) PB L 167, blz. 8.
Full & Egal Universal Law Academy