7.6.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 142/19
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Symvoulio tis Epikrateias (Griekenland) op 9 april 2008 — Club Hotel Loutraki A.E., Athinaiki Techniki e.a., Evangelos Marinakis/Ethniko Symvoulio Radiotileorasis, Ypourgos Epikrateias
(Zaak C-145/08)
(2008/C 142/30)
Procestaal: Grieks
Verwijzende rechter
Symvoulio tis Epikrateias
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Club Hotel Loutraki A.E., Athinaiki Techniki A.E., Evangelos Marinakis
Verwerende partijen: Ethniko Symvoulio Radiotileorasis, Ypourgos Epikrateias
Interveniënten: Athens Resort Casino A.E. Symmetochon, Elliniki Technodomiki TEB A.E., Hyatt Regency Xenodocheiaki kai Touristiki (Hellas) A.E., Leonidas Bobolas
Prejudiciële vragen
1)
Moet een overeenkomst waarbij een aanbestedende dienst de opdracht verleent om de bedrijfsvoering van een casino, de uitvoering van een ontwikkelingsplan bestaande uit de modernisering van het casinopand, en de optimale bedrijfsmatige exploitatie van de uit de casinovergunning voortvloeiende mogelijkheden te verzorgen, en waarin is bepaald dat wanneer een ander casino legaal zal gaan opereren in de regio waar het betrokken casino opereert, de aanbestedende dienst de aannemer een schadeloosstelling betaalt, worden beschouwd als een concessieovereenkomst die niet valt onder de bepalingen van richtlijn 92/50/EEG?
2)
Indien de eerste vraag ontkennend word beantwoord: valt een rechtsmiddel dat wordt ingesteld door deelnemers aan de aanbesteding van een overheidsopdracht met een gemengd karakter, die onder meer diensten omvat genoemd in bijlage IB van richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening (PB L 209), ter zake van schending van het beginsel van gelijke behandeling van de deelnemers (welk beginsel wordt bevestigd in artikel 3, lid 2, van genoemde richtlijn), binnen de werkingssfeer van richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken (PB L 395), of is de toepassing van deze richtlijn uitgesloten omdat volgens artikel 9 van richtlijn 92/50/EEG alleen de artikelen 14 en 16 van de richtlijn toepasselijk zijn op de aanbesteding van bovengenoemde opdracht?
3)
Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord: indien aanvaard wordt dat het gemeenschapsrecht, met name richtlijn 89/665/EEG, zich in beginsel niet ertegen verzet dat naar nationaal recht enkel de gezamenlijke leden van een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid, dat als zodanig heeft deelgenomen aan de aanbesteding van een overheidsopdracht en waaraan deze opdracht niet is gegund, een rechtsmiddel kunnen instellen tegen het gunningbesluit, en niet de leden individueel, geldt dit dan ook in het geval dat het rechtsmiddel aanvankelijk weliswaar is ingesteld door de gezamenlijke leden van een samenwerkingsverband, maar het uiteindelijk wat een aantal van hen betreft niet-ontvankelijk is gebleken, en vereist voormelde richtlijn dat voorafgaand aan de niet-ontvankelijkverklaring onderzocht wordt of de individuele leden hierna nog het recht behouden om voor een andere nationale rechter de eventueel door een bepaling van nationaal recht voorziene schadevergoeding te vorderen?
4)
Wanneer naar vaste nationale rechtspraak een individueel lid van een samenwerkingsverband een rechtsmiddel kon instellen tegen een in het kader van een openbare aanbesteding genomen besluit, is het dan verenigbaar met richtlijn 89/665/EEG, uitgelegd in het licht van artikel 6 EVRM als algemeen beginsel van gemeenschapsrecht, indien een rechtsmiddel wegens wijziging van die rechtspraak niet-ontvankelijk wordt verklaard zonder dat de belanghebbende die het rechtsmiddel heeft ingesteld, vooraf de gelegenheid wordt geboden om het betrokken verzuim te herstellen dan wel ten minste, op grond van het beginsel van hoor en wederhoor, om zijn standpunt dienaangaande kenbaar te maken?
Full & Egal Universal Law Academy