5.7.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 171/18
Hogere voorziening ingesteld op 15 april 2008 door Isabella Scippacercola en Ioannis Terezakis tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Vijfde kamer) van 16 januari 2008 in zaak T-306/05, Isabella Scippacercola en Ioannis Terezakis/Commissie van de Europese Gemeenschappen
(Zaak C-159/08 P)
(2008/C 171/31)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwiranten: Isabella Scippacercola, Ioannis Terezakis (vertegenwoordiger: B. Lombart, advocaat)
Andere partij in de procedure: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
vernietiging van het op 6 februari 2008 aan rekwiranten betekende arrest van het Gerecht van eerste aanleg in zaak T-306/05, Isabella Scippacercola en Ioannis Terezakis/Commissie van de Europese Gemeenschappen, houdende verwerping van hun beroep tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 2 mei 2005, vastgesteld krachtens artikel 7, lid 2, van verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 (1), waarbij de Commissie heeft geweigerd om een diepgaand onderzoek in te stellen naar de buitensporige rechten die de nieuwe internationale luchthaven van Athene (AIA) te Spata — houder van een machtspositie — heft inzake:
a)
passagiersveiligheid,
b)
passagiersterminals,
c)
parkeergelegenheid;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten van deze procedure en van de procedure in eerste aanleg.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwiranten betogen dat het Gerecht heeft verzuimd te oordelen dat de Commissie, door te weigeren de rechten die AIA heft met betrekking tot passagiersveiligheid, passagiersterminals en parkeergelegenheid te onderzoeken in vergelijking met de daaraan verbonden kosten, en door geen uitsluitsel gevende vergelijkingen te maken tussen de door AIA geheven rechten en die welke worden geheven door andere Europese luchthavens die geen concurrerende diensten verrichten in de zin van artikel 82 EG, het gemeenschapsrecht heeft geschonden zoals dat is vastgelegd in het arrest in zaak 27/76, United Brands/Commissie, en dat het Gerecht het gemeenschapsrecht heeft geschonden door niet vast te stellen dat de Commissie niet alle ten tijde van de vaststelling van de bestreden beschikking relevante feiten heeft onderzocht zoals overeenkomstig het arrest in zaak C-119/97, Ufex e.a./Commissie, is vereist, en dat zij de bestreden beschikking heeft gebaseerd op onjuiste feiten, hetgeen een kennelijke beoordelingsfout en misbruik van bevoegdheid oplevert.
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door niet te oordelen dat de Commissie een beoordelingsfout heeft gemaakt waar zij van mening was dat veiligheidscontroles geen economische activiteit vormen en dat het aanbieden van parkeergelegenheid geen relevante markt vormt in de zin van artikel 82 EG.
Met betrekking tot de gestelde onjuiste rechtsopvatting inzake de toepassing van een hoger tarief van de terminalheffing voor passagiers op intracommunautaire en internationale vluchten dan op binnenlandse vluchten, en van een terminal- en beveiligingsrecht op lijnvluchten maar niet op chartervluchten, betogen rekwiranten dat het Gerecht heeft verzuimd te oordelen dat de Commissie heeft nagelaten ervoor te zorgen dat de praktijken van AIA geen schending van het discriminatieverbod opleverden.
Ten slotte betogen zij dat het Gerecht heeft verzuimd te oordelen dat de Commissie is afgeweken van vaststaande rechten en procedures door geen aandacht te besteden aan de door rekwiranten aangevoerde en aan officiële bronnen ontleende gegevens waaruit blijkt dat AIA buitensporige prijzen hanteert, door een vergelijking te maken tussen de heffingen in Spata en die op andere Europese lichthavens die irrelevant zijn voor de toepassing van artikel 82 EG, en door AIA een verzoek om inlichtingen te zenden waarin zij onder meer heeft nagelaten de kosten voor de bouw van de luchthaven en voor de oprichting en de initiële werking van AIA te onderzoeken.
(1) Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 123, blz. 18).
Full & Egal Universal Law Academy