2.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 197/6
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Rechtbank's-Gravenhage (Nederland) op 29 april 2008 — Latchways plc en Eurosafe Solutions BV tegen Kedge Safety Systems BV en Consolidated Nederland BV
(Zaak C-185/08)
(2008/C 197/10)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank's-Gravenhage
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeksters: Latchways plc en Eurosafe Solutions BV
Verweersters: Kedge Safety Systems BV en Consolidated Nederland BV
Prejudiciële vragen
1.
Vallen klasse Al verankeringsvoorzieningen als bedoeld in EN 795 (die bedoeld zijn om duurzaam ter plaatse te blijven) exclusief onder het bereik van richtlijn 89/106/EEG (1)?
2.
Als vraag 1 ontkennend wordt beantwoord, vallen deze verankeringsvoorzieningen — dan eventueel als onderdeel van het beschermingsmiddel — onder het bereik van richtlijn 89/686/EEG (2)?
3.
Als de vragen 1 en 2 ontkennend worden beantwoord: dient dan mede gelet op bijlage II bij de richtlijn 89/686/EEG, in het bijzonder artikel 3.1.2.2. daarvan, — ten aanzien van een persoonlijk beschermingsmiddel dat onder het bereik van deze richtlijn valt — te worden beoordeeld of dit beschermingsmiddel op zich zelf (sec) voldoet aan de fundamentele eisen van deze richtlijn of dient daarbij mede te worden betrokken de vraag of de verankeringsvoorziening — waarmee het betreffende beschermingsmiddel wordt verbonden — veilig is onder de te verwachten gebruiksomstandigheden, als bedoeld in die bijlage 11?
4.
Staat het gemeenschapsrecht en in het bijzonder [besluit] 93/465/EEG (3) toe dat op facultatieve basis een CE-markering op een verankeringsvoorziening als bedoeld in vraag 1 wordt aangebracht als bewijs van overeenstemming met richtlijn 89/686/EEG en/of richtlijn 89/106/EEG?
5.
Indien het antwoord op vraag 4 geheel of gedeeltelijk bevestigend is: met inachtneming van welke procedure(s) dient die overeenstemming te worden bepaald ten aanzien van de richtlijn 89/686/EEG en/of 89/106/EEG?
6.
Dient de norm EN 795 ten aanzien van de onder vraag 1 bedoelde verankeringsvoorzieningen te worden aangemerkt als — door het HvJEG uit te leggen — gemeenschapsrecht?
7.
Als vraag 6 bevestigend wordt beantwoord, dient EN 795 dan zo te worden uitgelegd dat de onder vraag 1 bedoelde verankeringsvoorziening (door een Notified Body) moet worden getest onder te verwachten gebruiksomstandigheden (zoals buitentemperaturen, weersomstandigheden, veroudering van de verankeringsvoorziening zelf en/of van materialen waarmee zij is bevestigd, respectievelijk van de dakconstructie)?
8.
Als vraag 7 bevestigend wordt beantwoord, dient dan te worden getest met inachtneming van (in de gebruiksaanwijzing aangegeven) gebruiksrestricties?
(1) Richtlijn 89/106/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde produkten (PB 1989, L 40, blz. 12).
(2) Richtlijn 89/686/EEG van de Raad van 21 december 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen (PB L 399, blz. 18).
(3) Besluit 93/465/EEG van de Raad van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PB L 220, blz. 23).
Full & Egal Universal Law Academy