19.7.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 183/15
Beroep ingesteld op 22 mei 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Koninkrijk België
(Zaak C-219/08)
(2008/C 183/30)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: E. Traversa en J.-P. Keppenne, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk België
Conclusies
—
vast te stellen dat het Koninkrijk België, door voor de terbeschikkingstelling van werknemers-onderdanen van derde landen door gemeenschapsondernemingen met het oog op het verrichten van diensten
a)
een voorafgaande vergunning voor de uitoefening van de economische activiteit te eisen;
b)
te eisen dat de in het land van vestiging van de werkgever afgegeven verblijfsvergunning geldig is tot het einde van de dienstverrichting, vermeerderd met een periode van drie maanden;
c)
te eisen dat een werknemer sinds ten minste zes maanden in dienst is van dezelfde werkgever-dienstverrichter,
de krachtens artikel 49 EG op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
—
het Koninkrijk België te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie stelt in wezen dat de door verweerder gestelde eisen voor de terbeschikkingstelling van werknemers-onderdanen van derde landen door in een andere lidstaat dan België gevestigde dienstverrichters het vrij verkeer van diensten beperken en deze dienstverrichters discrimineren ten opzichte van hun in België gevestigde concurrenten.
Volgens de eerste grief van de Commissie belemmert het stelsel van voorafgaande vergunning voor de uitoefening van een economische activiteit op onevenredige wijze het vrij verkeer van diensten. Deze belemmering kan bovendien niet worden gerechtvaardigd door een reden van algemeen belang of door verwijzing naar de regels van het Schengen-acquis.
Volgens verzoeksters tweede grief is de eis dat de in het land van vestiging van de werkgever afgegeven verblijfsvergunning geldig is tot het einde van de dienstverrichting, vermeerderd met een periode van drie maanden, onevenredig.
Volgens de derde grief van de Commissie is de voorwaarde dat een werknemer sinds ten minste zes maanden in dienst is van dezelfde werkgever-dienstverrichter, ondanks de door verweerder aangebrachte positieve wetswijzigingen een niet voor rechtvaardiging vatbare beperking van het vrij verkeer van diensten.
Full & Egal Universal Law Academy