15.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 209/23
Beroep ingesteld op 22 mei 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Ierland
(Zaak C-221/08)
(2008/C 209/34)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: R. Lyal en W. Mölls, gemachtigden)
Verwerende partij: Ierland
Conclusies
—
vaststellen dat Ierland, door minimum- en maximumprijzen voor de kleinhandel in sigaretten vast te stellen, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 9, lid 1, van richtlijn 95/59/EG (1) van de Raad van 27 november 1995 betreffende de belasting, andere dan omzetbelasting, op het verbruik van tabaksfabricaten;
—
vaststellen dat Ierland, door na te laten de Commissie de informatie over de toepasselijke Ierse wettelijke regeling te verstrekken die deze nodig heeft voor het naar behoren vervullen van haar taak, toezicht te houden op de uitvoering van richtlijn 95/59, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 10 EG;
—
Ierland verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Bij de Tobacco Products (Control of Advertising, Sponsorship and Sales Promotion) (No. 2) Regulations 1986 en de ter uitvoering daarvan met de fabrikanten en importeurs van tabak gemaakte afspraken legt Ierland een minimumprijs voor sigaretten op die niet meer dan 3 % beneden het gewogen gemiddelde van de prijs van de betrokken categorie van sigaretten mag liggen. Daarbij komt dat, aangezien de fabrikanten en importeurs geen prijzen mogen toepassen die meer dan 3 % boven het gewogen gemiddelde van de prijs van de betrokken categorie van sigaretten ligt, Ierland ook een maximumprijs voor sigaretten oplegt. Een dergelijke regeling is in strijd met artikel 9, lid 1, van richtlijn 95/59, volgens hetwelk tabakfabrikanten „de maximumkleinhandelsverkoopprijs van elk van hun producten vrijelijk vaststellen”.
Volgens artikel 10 EG dienen de lidstaten de vervulling van de taken van de Commissie te vergemakkelijken, met name door gevolg te geven aan in het kader van inbreukprocedures geformuleerde verzoeken om inlichtingen. De Commissie betoogt dat Ierland, door geen informatie te verstrekken over de toepasselijke Ierse wettelijke regeling ofschoon de Commissie daar herhaaldelijk om had verzocht, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 10 EG.
(1) PB L 291, blz. 40.
Full & Egal Universal Law Academy