15.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 209/30
Beroep ingesteld op 10 juni 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Italiaanse Republiek
(Zaak C-249/08)
(2008/C 209/45)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: K. Banks en C. Cattabriga, gemachtigden)
Verwerende partij: Italiaanse Republiek
Conclusies
—
vast te stellen dat de Italiaanse Republiek
—
door op haar grondgebied en in de maritieme wateren die onder haar soevereiniteit of jurisdictie vallen, onvoldoende controles en inspecties te verrichten en onvoldoende toezicht te houden op de uitoefening van de visserij, in het bijzonder wat de naleving betreft van de voorschriften inzake het aan boord hebben en gebruiken van drijfnetten, en
—
door niet voldoende te verzekeren dat passende maatregelen worden getroffen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor inbreuken op de communautaire regeling inzake het aan boord hebben en gebruiken van drijfnetten, in het bijzonder middels het opleggen van afschrikkende sancties aan bovenbedoelde personen,
de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 1, lid 1, van verordening (EEG) nr. 2241/87 (1) van de Raad van 23 juli 1987 houdende vaststelling van bepaalde maatregelen voor controle op de visserijactiviteiten, en krachtens de artikelen 2, lid 1, en 31, leden 1 en 2, van verordening (EEG) nr. 2847/93 (2) van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid;
—
de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
1.
Sinds de invoering ervan in 1992 is het verbod op het aan boord hebben en gebruiken van drijfnetten langer dan 2,5 km, en vanaf 2001 van drijfnetten van elke lengte, systematisch en op grote schaal geschonden door de Italiaanse vissersvloot.
2.
Volgens de Commissie zijn de omvang en de ernst van dit fenomeen er rechtstreeks aan te wijten dat het Italiaanse systeem van controle op de naleving van dat verbod ondoeltreffend is en dat de sancties die de Italiaanse rechtsorde aan overtreding daarvan verbindt, niet passend zijn.
3.
In dit verband merkt de Commissie op dat het toezicht op het gebruik van drijfnetten wordt uitgeoefend door verschillende structuren die met elkaar concurreren en voor wie deze taak bijkomstig is ten opzichte van andere op hen rustende taken en dat er geen sprake is van passende coördinatie. Ook het gebrek aan mankracht, tijd en de nodige middelen belet hen om een doeltreffende controle te verrichten.
4.
Tevens ontbreken een adequate programmering en strategische planning van de controle op het gebruik van drijfnetten. In dit opzicht merkt de Commissie op dat de controleactiviteiten zorgvuldig moeten worden geprogrammeerd op basis van specifieke risicofactoren, en moeten beantwoorden aan een complete, geïntegreerde en rationele strategie. Voorts dient men zich voornamelijk te concentreren op bepaalde perioden van het jaar en op zeer specifieke controlegebieden en -plaatsen. Tot op heden hebben de Italiaanse autoriteiten echter geen enkele uitvoering hieraan gegeven.
5.
Voorts hebben de autoriteiten die zijn belast met de controle op het gebruik van de zogeheten „spadare” (bepaald soort drijfnet), geen toegang tot de informatie over de plaatsbepaling van vissersvaartuigen die wordt verzameld middels systeem van controle op de vissersvaartuigen via satelliet, als bedoeld in artikel 3 van verordening nr. 2847/93. Vervolgens blijkt uit een onderzoek van de Commissie dat een zeer groot aantal vissersvaartuigen nog niet is uitgerust met apparatuur voor de plaatsbepaling via satelliet welke noodzakelijk is voor het functioneren van dat systeem van plaatsbepaling. Wat de inzameling, de informatisering van de logboeken, van de aanvoeraangiften en van de verkoopdocumenten, als bedoeld in verordening nr. 2847/93 betreft, en a fortiori de vergelijkende controle van deze gegevens met de middels het systeem van plaatsbepaling via satelliet verkregen gegevens, deze zijn verre van effectief.
6.
De controle door de Italiaanse autoriteiten op het gebruik van „spadare” is weliswaar al geheel ontoereikend, doch ook met het optreden tegen inbreuken op de gemeenschapsregeling betreffende het hebben en gebruiken van dergelijk netten is het niet beter gesteld.
7.
In dit verband merkt de Commissie in de eerste plaats op dat de op het gebied van de sancties geldende Italiaanse regeling, in strijd met artikel 9 bis van verordening (EEG) nr. 3094/86 (3) en met de bepalingen die de inhoud daarvan nadien hebben overgenomen en uitgebreid, in wezen enkel het gebruik of de poging tot gebruik van drijfnetten verbiedt en niet louter het aan boord hebben daarvan.
8.
In de tweede plaats, wanneer daadwerkelijk wordt geconstateerd dat het verbod op het gebruik van drijfnetten is geschonden, wordt dit regelmatig door de plaatselijke controleautoriteiten niet aan de bevoegde autoriteiten doorgegeven, hoofdzakelijk vanwege sociale druk, en wordt deze schending hoe dan ook niet doeltreffend vervolgd en bestraft. Het aantal en de omvang van de opgelegde sancties blijven immers belachelijk laag.
9.
De Commissie meent derhalve dat ruimschoots is bewezen dat het systeem van controle en sancties dat in Italië wordt toegepast om naleving te verzekeren van de gemeenschapsvoorschriften op het gebied van drijfnetten, niet volstaat om te voldoen aan de verplichtingen die in gevolge artikel 1, lid 1, van verordening nr. 2241/87 en de artikelen 2, lid 1, en 31, leden 1 en 2, van verordening nr. 2847/93 op de lidstaten rusten.
(1) PB L 207, blz. 1.
(2) PB L 261, blz. 1.
(3) Verordening (EEG) nr. 3094/86 van de Raad van 7 oktober 1986 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden (PB L 288, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy